Out of this World
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch

VERHALEN

Finn Audenaert en Hervé Suys - De wimpel

28/11/2025

0 Opmerkingen

 
Iedereen wilde de wimpel. Er was geen man in het land die er niet ‘s nachts van droomde. Hoe het ooit gekomen was dat zo’n dun stuk textiel absolute macht vertegenwoordigde, was verloren gegaan in de mist der tijden. Alleen dit stond vast: wie de wimpel veroverde, kon zijn wil aan anderen opleggen
De vraag was natuurlijk: hoe stal je de wimpel van zijn huidige bezitter, Leonhard de Beveler? Udo dacht het antwoord te weten: enkel een list bood uitkomst. Bruut geweld gebruiken, zo hadden de twaalf doden het afgelopen jaar uitgewezen, liep faliekant mis.
Udo sloeg geen dag over. Elke ochtend om klokslag zes uur strompelde hij door de kronkelende steegjes van Rothenburg ob der Tauber. Ondanks de pijn in zijn been maakte hij met opzet een omweg want de leerlooierij waar hij aan de slag was lag een heel eind uit de buurt. Op de toren van het Topplerschlösschen wapperde de blauw-wit-geblokte wimpel. Udo’s ogen volgden de snelle bewegingen van de gouden cirkel midden op de wimpel. O, hij zag de bergen goud al voor zich. Als iedereen hem gehoorzaamde, zou zijn rijkdom oneindig zijn. Dat zou zijn stadsgenoten leren – vernederd hadden ze hem in zijn jeugd, niet meer of min. De pijn vlamde door zijn been toen hij dacht aan de dag dat de andere jongens hem tegen de kar hadden geduwd. De karrendrijver had nog geprobeerd zijn paard te laten stoppen, maar het onheil was al geschied. Udo ging vanaf die dag als een kreupele door het leven, al was “gaan” wellicht niet het passende woord.
Het werk in de leerlooierij was hard, zeker voor iemand als Udo. Hij was wat men een vlezer noemde. Dierenhuiden werden onthaard, gesmart en gebroeid voordat ze bij hem terechtkwamen. Op de binnenkant van de huiden zaten nog grote stukken vlees. Udo moest de huiden op een bolle stenen tafel leggen en er het vlees afsnijden. Hiervoor moest hij de hele tijd rechtop staan. De tafel was hoog. Hij kon weliswaar zitten, maar dan kon hij niet voldoende kracht op het mes zetten. Naast het werk zelf vermoeiden ook de anderen in de leerlooierij hem. Zo ging het al zijn hele leven: niemand behandelde hem zoals het hoorde. Hij werd beschimpt vanwege zijn gebrek en belogen, omdat mensen dachten dat wie krom liep, ook wel dom moest zijn. Dikwijls doorzag Udo het bedrog, maar hun pogingen stompten hem af. Steeds weer raakte hij in mensen teleurgesteld.
Dus had hij alleen nog oog voor de wimpel. Die zou zijn leven veranderen. Al meer dan een jaar trof Udo voorbereidingen voor zijn diefstal. Vandaag was dan eindelijk de dag aangebroken. Vanzelfsprekend zou hij niet naar de leerlooierij gaan. Als hij de wimpel kon bemachtigen, zou de hele stad zijn bevelen uitvoeren. Waarom zou hij dan nog werken voor de kost? Zijn eerste bevel zou trouwens de leerlooierij gelden: iedereen moest eruit, behalve misschien Inneke. Zij was een vriendelijke meid, die altijd een goed woord voor hem overhad. Wie weet bevorderde hij haar tot bazin. Daar zouden zijn stadsgenoten van opkijken: een vrouw aan de macht! Maar de echte macht zou natuurlijk bij Udo liggen. Hij moest maar eens aan de slag gaan, nu …
 
#
 
… hij alle moed bijeen had geraapt om zijn gewiekste plan uit te voeren.
Het Topplerschlösschen lag op een heuvel even buiten de stad. Om er te raken had Udo de keuze uit twee trajecten: ofwel via de Alte Burg door een klein bosje de steile Eselsstiege volgen tot de Taubertalweg, ofwel langs de Klosterweth, die naar de Kurze Stiege leidde en weliswaar een stuk minder sterk hellend was, maar wel passeerde aan de Strafturm. Udo was niet bepaald bijgelovig, maar hij wilde het lot niet tarten en meed een passage langs de gevangenis.
Reeds na enkele tientallen meters beklaagde hij zich zijn parcourskeuze. Hij ging in het hoge gras langs de kant zitten hijgen toen een ouder heerschap met zijn ezel voorbijkwam. Geen toeval uiteraard, op dit steile stuk van de stad.
‘Ola, señor,’ zei de man.
‘Goedemorgen,’ antwoordde Udo.
‘Steil stukje, hé, hier?’
‘Zeg dat wel …’
‘Moet u tot helemaal boven?’ vroeg de man.
‘Ik vrees dat ik er langer over zal doen dan ik had verwacht,’ zei Udo. Hij ging moeizaam rechtop staan.
De oude man leek Udo’s fysieke beperking te hebben opgemerkt. ‘Als u wenst, kan Platero u op zijn rug tot boven dragen.’
‘Heus? Meent u dat? Dat zou geweldig zijn.’
Met veel hulp raakte Udo uiteindelijk in het zadel. Hij streelde het dier langs de nek en dacht: wat een mooi dier, ik zou wel weten wat gedaan met dat velleke …
Het dier balkte, hield hierbij de kop schuin in een vergeefse poging zijn berijder aan te kijken en schudde met het hele lijf.
‘Rustig, Platero,’ zei de oude man. ‘Deze man is onze vriend.’
‘Ja, vriend,’ herhaalde Udo. Verdorie, dacht hij, het lijkt alsof het dier mijn gedachten kan lezen.
Het dier balkte nog eenmaal, zacht nu, en zette zich langzaam in beweging.
‘Platero, dat is ook geen naam die je vaak hoort in deze streek, hé,’ zei Udo. Er ontspon zich een gesprek tussen de mannen dat ze allebei als aangenaam ervoeren, doch dat niets ter zake deed betreffende het plan de wimpel van het Topplerschlösschen te bemachtigen, ja, er zelfs wat zou kunnen van afleiden, hetgeen allerminst de bedoeling kon zijn.
Bovenaan de Eselsstiege namen de mannen afscheid van elkaar en beloofde Udo, terwijl hij zijn ogen niet van Platero kon afhouden, hen op te zoeken als hij ooit eens in het uiterste zuiden van het continent was.
De laatste honderden meters legde hij met hernieuwde moed af. De donkere poort van het Topplerschlösschen doemde voor hem op. Slechts één man hield de wacht. Dat viel mee.
‘Wachter, roep uw meester, ik wens hem te spreken,’ zei Udo. Hij probeerde zelfverzekerd te klinken.
‘Wie mag ik aankondigen en waar wenst u heer de Beveler over te spreken?’ zei de bewaker bars. Hij kneep zijn ogen tot spleten.
‘Udo, de leerlooier. En ik wens heer Leonhard te waarschuwen voor bedrog.’
De bewaker keek Udo zuur aan en legde zijn hand op de klopper. Hij bonsde viermaal op de poort. ‘Bedrog? Goed, snel dan. Mijn wacht zit er bijna op. Straks komt Jürgen me aflossen. Je gelooft niet hoeveel honger ik heb.’ De poort werd onmiddellijk van binnenuit geopend. Zonder nog een blik op Udo te werpen haastte de bewaker zich een stenen trap op. Udo keek hem peinzend na. De harde klap van de poort deed hem opschrikken. Nu kon hij enkel wachten.
Udo tuurde naar boven; het duurde best lang.
‘Je mag binnen,’ klonk het dan toch even later door een raam op de tweede verdieping.
 
#
 
Heer Leonhard de Beveler zat nonchalant op een soort troon. De wachter van daarnet stond nu onverstoorbaar naast deze protserige stoel. In het Topplerschlösschen ging veiligheid voor alles, zoveel was Udo duidelijk. Hij hijgde nog na van de vele treden. Wandtapijten, fraaie kandelaars … Udo keek er slechts kort naar, alleen de Beveler was op dit moment van belang.
‘Je komt mij dus waarschuwen voor bedrog,’ zei de kasteelheer. Zijn vingers tikten op de armleuning van de troon. Udo slikte; de Beveler stond niet bepaald bekend als een geduldige man.
‘Ja, sire.’
‘Welaan dan, vertel!’
Udo kuchte nerveus, hier had hij urenlang voor geoefend.
‘Sire, de wimpel die fier op de toren van dit gebouw wappert is … geen wimpel.’
‘Wat?’ Leonhard de Beveler sprong recht uit zijn troon, liep naar voren en greep Udo bij de kraag. ‘Wat zeg je daar?’
Op het gezicht van de wachter verscheen een spottende glimlach.
Udo had moeite om te praten. Hij moest op de toppen van zijn tenen staan om niet gewurgd te worden.
‘Kuch … ja, heer … kuch … het is een vlag.’
‘Een vlag?’ Leonhards ogen werden groot.
‘Ja. Kuch … een vreemde man … kuch … vertelde me … dat.’
Leonhard liet hem los.
‘Kuch … maar ik heb de echte … kuch …’
‘En waar ís die dan?’ Leonhards stem sloeg over.
‘Hier,’ zei de kreupele man en haalde een stuk textiel uit zijn achterzak. ‘Ziet u? Dit zijn de afmetingen van een wimpel, daarboven hangt een vlag.’
‘Hoe komt het dan dat iedereen gevolg geeft aan mijn wensen?’ Leonhard leek wat rustiger te worden.
‘Waarschijnlijk door de sterke persoonlijkheid van Zijne Majesteit. Eén blik is voldoende om uw onderdanen ontzag in te boezemen,’ zei Udo.
Duidelijk gevleid door deze woorden gaf de kasteelheer bevel de vlag te vervangen. De wachter beende met Udo’s wimpel het vertrek uit.
Leonhard de Beveler ging weer op de troon zitten en beval Udo bij de verste muur te gaan staan. Nee, hier werden geen risico’s genomen. Udo onderdrukte een lachje en mankte naar het raam. Boven hen klonk gestommel. Rothenburg ob der Tauber leek op deze hoogte wel het speelgoed van een verwend kind: kleine huisjes, een kronkelend stroompje. Binnenkort zou dit allemaal van hém zijn. Udo grijnsde.
De wachter liep met zware tred het vertrek in. Het was bijna zo ver … Hoewel hij zich had voorgenomen zijn gretigheid niet te tonen, draaide Udo zich bliksemsnel van het raam weg. Daarbij verloor hij bijkans zijn evenwicht. De wachter overhandigde Leonhard de vlag en fluisterde hem enkele woorden toe.
‘Jaja, ga maar eten en stuur je collega naar boven,’ zei Leonhard afwezig.
De wachter knikte naar Udo en ging de trap af.
De vlag … de vlag! O, wat vond Udo het moeilijk zijn ogen ervan af te houden.
‘Hier, neem dit vodje maar mee, goede man,’ zei Leonhard, vriendelijker dan voorheen.
Udo hinkte over de krakende plankenvloer richting de troon en griste de vlag uit Leonhards handen. Zijn schaterlach schalde door het vertrek. Zijn vingers streelden het kostbare textiel.
‘Hahahaha … ik heb u beet! Het was helemaal geen vlag die er hing, dommerik, maar de echte wimpel … Het is een vlag die ík u gegeven heb. Dat u het verschil niet kent tussen een vlag en een wimpel is bedroevend voor een machtig man … zoals u er een wás,’ zei Udo met een ferme klemtoon op het laatste woord.
Udo verbaasde er zich lichtjes over dat Leonhard de Beveler, die als ongeduldig en opvliegend bekend stond, stoïcijns kalm bleef. Toch wist hij met zijn blijdschap geen blijf. ‘Voortaan heb ik alle macht. Hahahaha …’
De nieuwe wachter kwam het vertrek binnen en trok zijn wenkbrauwen op. ‘Alles goed, heer?’
‘Gedaan met … “de heer”, ík ben voortaan je meester, zie je dit?’ richtte Udo zich tot de man. ‘Ik heb nu de wimpel in mijn bezit. Je zal voortaan aan míjn wensen gevolg geven.’
De slotbewaker zweeg even en keek naar Leonhard de Beveler. ‘Alweer, heer?’ vroeg hij hem.
‘Ik vrees van wel, Jürgen.’ Er speelde een glimlach om de lippen van de kasteelheer.
‘Hahahaha … uw laatste uur heeft gesla-’ begon Udo, tot hij de sterke hand van Jürgen in zijn nek voelde.
‘W-... Wat betekent dit? Ik ben de bezitter van de wimpel. Hoor je me? Míjn wil is wet. Laat me met rust en gooi …’
‘Beste man,’ kwam Leonhard de Beveler tussen. Zijn stem klonk verdacht bedaard. ‘Ik hou wel van een beetje toneelspelen.' Hij trommelde nadrukkelijk met zijn vingers op de armleuning van de troon, steeds langzamer. Tot hij stopte. ‘Denkt u nu echt dat ik mijn kostbaarste bezit door weer en wind aan een houten staak zou laten hangen? Ik heb een duplicaat laten maken en het origineel bewaar ik hier, kijk maar, in de buidel aan mijn riem.’
Nog terwijl Leonhard in zijn buidel tastte, duizelde het Udo. Hij viel hard op de plankenvloer.
Nu was het Leonhards beurt om luid te lachen. Hij gaf Jürgen een teken.
De wachter raapte Udo op en bracht hem naar de Strafturm, waar hij de rest van zijn dagen sleet met het schrijven van verhaaltjes.
0 Opmerkingen

Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.


Laat een antwoord achter.

    Inhoudstafel fictie
    Oproep verhalen
    AI-gegenereerde fictie
Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch