Out of this World
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch

VERHALEN

Finn Audenaert en Niels van Eekelen - De wimpel

6/1/2026

0 Opmerkingen

 
Iedereen wilde de wimpel. Er was geen man in het land die er niet ’s nachts van droomde. Hoe het ooit gekomen was dat zo’n dun stuk textiel absolute macht vertegenwoordigde, was verloren gegaan in de mist der tijden. Alleen dit stond vast: wie de wimpel veroverde, kon zijn wil aan anderen opleggen.
De vraag was natuurlijk: hoe stal je de wimpel van zijn huidige bezitter, Leonhard de Beveler? Udo dacht het antwoord te weten: enkel een list bood uitkomst. Bruut geweld gebruiken, zo hadden de twaalf doden het afgelopen jaar uitgewezen, liep faliekant mis.
Udo sloeg geen dag over. Elke ochtend, klokslag zes uur, strompelde hij door de kronkelende steegjes van Rothenburg ob der Tauber. Ondanks de pijn in zijn been maakte hij met opzet een omweg, want de leerlooierij waar hij werkte lag een heel eind uit de buurt. Op de toren van het Topplerschlösschen wapperde de blauw-wit-geblokte wimpel. Udo’s ogen volgden de snelle bewegingen van de gouden cirkel midden op de wimpel. O, hij zag de bergen goud al voor zich. Als iedereen hem gehoorzaamde, zou zijn rijkdom oneindig zijn. Dat zou zijn stadsgenoten leren – vernederd hadden ze hem in zijn jeugd, niet meer of min. De pijn vlamde door zijn been toen hij dacht aan de dag dat de andere jongens hem tegen de kar hadden geduwd. De karrendrijver had nog geprobeerd zijn paard te laten stoppen, maar het onheil was reeds geschied. Udo ging vanaf die dag als een kreupele door het leven, al was ‘gaan’ wellicht niet het passende woord.
Het werk in de leerlooierij was hard, zeker voor iemand als Udo. Hij was wat men een vlezer noemde. Dierenhuiden werden onthaard, gesmart en gebroeid voordat ze bij hem terechtkwamen. Op de binnenkant van de huiden zaten nog grote stukken vlees. Udo moest de huiden op een bolle stenen tafel leggen en er het vlees afsnijden. Hiervoor moest hij de hele tijd rechtop staan. De tafel was hoog. Hij kon wel zitten, maar dan kon hij niet voldoende kracht op het mes zetten.
Naast het werk zelf vermoeiden ook de anderen in de leerlooierij hem. Zo ging het al zijn hele leven: niemand behandelde hem zoals het hoorde. Hij werd beschimpt vanwege zijn gebrek en belogen, omdat mensen dachten dat wie krom liep, ook wel dom moest zijn. Vaak doorzag Udo het bedrog, maar hun pogingen stompten hem af. Steeds weer raakte hij in mensen teleurgesteld.
Dus had hij alleen nog oog voor de wimpel. Die zou zijn leven veranderen. Al meer dan een jaar trof Udo voorbereidingen voor zijn diefstal. Vandaag was eindelijk de dag aangebroken. Vanzelfsprekend zou hij niet naar de leerlooierij gaan. Als hij de wimpel kon bemachtigen, zou de hele stad zijn bevelen uitvoeren. Waarom zou hij dan nog werken voor de kost? Zijn eerste bevel zou trouwens de leerlooierij gelden: iedereen moest eruit, behalve misschien Inneke. Zij was een vriendelijke meid, die altijd een goed woord voor hem overhad. Wie weet bevorderde hij haar tot bazin. Daar zouden zijn stadsgenoten van opkijken: een vrouw aan de macht! Maar de echte macht zou bij Udo liggen. Hij moest maar eens aan de slag gaan, nu…
 
#
 
Natuurlijk was net vandaag de publieke tribune in het Topplerschlösschen afgeladen. Waarom mocht een raadsel zijn, want de sessie was niet bijzonderder dan die op andere dagen. Op de bühne zat Leonhard de Beveler op de troon, zoals altijd, en het hogere bureaucratische apparaat van de stad had zich voor hem verzameld, zoals altijd. Inneke moest het Leonhard nageven – voor een domme bruut als hij was het bewonderenswaardig dat hij de zittingen überhaupt nog bijwoonde.
Maar misschien was dat maar angst. De hele bevolking mocht dan geloven dat die verdomde wimpel een man de macht kon geven eenieder zijn wil op te leggen, maar in de praktijk bestuurde het ambtelijke apparaat de stad. Als hij hier was, kon Leonhard tenminste blijven geloven dat hij alles bepaalde, hoewel het Inneke leek alsof hij grotendeels maar instemde met dingen die hem boven de pet gingen.
Hoe anders was hij wanneer hij de straat op ging en diezelfde organisatie verstoorde met lukrake besluiten waarvan hij vast dacht dat ze hem populair maakten. En onder een deel van de bevolking was dat ook zo. Dat deel had net zo weinig hersenen als hij.
Daar stoorde Inneke zich nog het meeste aan. Leonhard de Beveler wilde populair zijn. Toen hij aan de macht was gekomen door de vorige eigenaar van de wimpel te vermoorden, had hij mensen van wie hij vond dat ze het niet verdienden om rijk te zijn hun huis uit getrapt en hun geld weggegeven. Sommige rijken waren net zo erg als hij en verdienden niet beter, maar Leonhard was vrolijk doorgegaan zonder achting voor hoe iemand hun schamele fortuin werkelijk had vergaard of hoe moeilijk het in deze stad voor een vrouw was om haar onafhankelijkheid veilig te stellen.
Iemand porde haar hard in haar zij toen er weer werd gejoeld. Leonhard had een bureaucraat de mond gesnoerd met zijn zogenaamd magische krachten. Inneke betwijfelde of veel van de toeschouwers meer begrepen van wat er werd besproken dan wat hun stank van zweet en de alcohol van gisteravond deed vermoeden. Ze lieten zich graag bespelen door een man die af en toe deed alsof hij aan hun kant stond. Tot hij dacht dat iemand hem de wimpel wilde afnemen en zich weer even wreed toonde als toen hij de macht greep.
Inneke zocht Klausov tussen de bureaucraten. Zijn gezicht kon ze hiervandaan niet ontwaren, maar ze kende hem goed genoeg om de frustratie te lezen in zijn opgetrokken schouders. Heimelijk wilde die man niets liever dan de wimpel zelf bemachtigen en de orde in de stad herstellen. Een pijnlijke orde, zonder ruimte voor vrijheid.
De stank van zweet en alcohol begon op Innekes longen te werken, zo erg dat hij haar deed denken aan de leerlooierij, waar ze een van haar drie verschillende baantjes had, om van rond te komen en om contacten te onderhouden. En aan Udo, arme Udo. Die ging vandaag zijn slag proberen te slaan.
Inneke zette haar eigen ellebogen aan het werk en begon zich een weg naar de uitgang te banen. Udo, Klausov, de anderen … ze dachten allemaal dat ze de macht wilden én aankonden. Maar Udo wilde alleen het respect dat hem zijn leven lang was onthouden. Een beetje vriendelijkheid, en hij had zo trouw naar haar geluisterd alsof zij een magische wimpel bezat. Het plan dat hij met een beetje hulp van haar had bekokstoofd had weinig kans van slagen, maar het zou dingen in beweging zetten. En mocht hij toch zegevieren, dan had Inneke zijn touwtjes in handen.
Klausov had de betere kans om de macht te grijpen, maar wist alleen nog niet dat als het hem lukte, hij met Inneke ging trouwen. Een huwelijk zou zijn verlangen naar een ordelijke samenleving bevredigen. Ze zou hem er alleen van moeten weerhouden om de mythe van de wimpel officieel te verwerpen.
Respect, orde. Iedereen had dingen die hen verblindden, die ze wilden. De enige manier om de macht echt in handen te houden, was om daarboven te staan en ze te gebruiken. Niet lang meer, en Inneke zou de macht achter de troon worden, wie er ook op kwam te zitten.
 
#
 
De raadszitting was vandaag minder chaotisch verlopen dan gemiddeld. Dat was de enige maatstaf waaraan Klausov de zitting kon meten zonder er gek van te worden. Dag na dag, week na week – ja, zelfs heerser na heerser was het chaos die het bewind voerde. Hij kon het niet uitstaan.
De oorlog die zijn stad in deze staat had achtergelaten, was van voor zijn tijd, maar de nasleep duurde voort. De man die de vijand verdreven had, de eerste die had geregeerd met de macht van de wimpel, Sten, was een held geweest, een bevrijder. Maar een bestuurder was hij niet, en zijn bewind was uitgemond in iets wat slechts een andere soort chaos dan de oorlog was. Na zijn dood hadden de heersers elkaar snel opgevolgd, ieder in staat mensen zijn wil op te leggen, maar ieder ook een relatief kort leven beschoren.
Het was Klausovs levensdoel om de orde te herstellen in zijn stad. Lang had hij dat als lid van de bureaucratie geprobeerd, maar keer op keer was hij gedwarsboomd door de grillen van een almachtige heerser. Terwijl hij zijn documenten bijeenraapte en vertrok, gluurde hij even naar Leonhard de Beveler op zijn troon. Daar. De man friemelde aan een puntje blauw-wit-geblokte stof die uit zijn mouw stak. De wimpel. Klausov zag geen andere manier voorwaarts meer. Hij moest de wimpel zien te bemachtigen.
Sommige mensen, zoals Inneke, die hem zo makkelijk dacht te kunnen manipuleren, geloofden niet eens in de magische krachten van de wimpel, dachten dat hij puur symbolisch was. Maar Klausov had te veel raadszittingen zien ontsporen door heersers die met een woord hun absurde wil doordrukten. Als hij aan de macht was, zou hij het anders doen.
Klausov werd uit die fijne dagdroom geschud toen hij de straat op stapte en de commotie om zich heen hoorde. Zijn mede-raadsleden stonden wild te schreeuwen en wezen omhoog, en toen hij hun blikken volgde, zag hij het. Een kleine gedaante hing buiten op de toren van het Topplerschlösschen, op weg naar de wimpel die erboven wapperde. Hoofdschuddend keek Klausov toe. De dwaas.
Het was een fout die velen die naar macht lustten maakten. De wimpel was zo befaamd als het symbool van de macht over de stad dat het hun niet meer dan logisch leek dat hij op het hoogste punt van de stad hing. Maar van die fout hadden de meeste heersers wel geleerd. Het was aan anderen verboden om de wimpel na te maken, maar zelf hesen zij een replica. De echte hielden ze bij zich.
‘Maak plaats!’ Zonder dat zijn lichaam hem de kans gaf om erover na te denken, bewoog Klausov gehoorzaam opzij. Leonhard stapte naar buiten. Hij keek omhoog naar de klimmer en glimlachte. Al lachend liep hij verder.
En Klausov volgde hem op de voet. Want de klimmer moest onderdeel zijn van Innekes plan – een kansloos deel, maar slechts een deel, want ze was sluw. Dat was de reden dat Klausov met haar in zee was gegaan. Zij wilde dat hij een onvoorbereide nieuwe heerser manipuleerde en op zijn beurt afzette. Hij wist dat de kracht van de wimpel daar te sterk voor was, maar hij had zijn eigen plan. Als iemand Leonhard wist te doden, zou hij zorgen dat hij erbij was. En terwijl de nieuwe ‘heerser’ de namaakwimpel van de toren ging halen om zijn machtsgreep te bezegelen, zou Klausov zich de echte wimpel toe-eigenen van Leonhards lichaam.
En daarna … o, hij had plannen. Inneke zou in zekere mate zelfs haar zin krijgen, want in de machine die Klausov voor ogen had, had iedereen een rol te vervullen, ook vrouwen. De chaos zou ten einde komen, en dan zou hij eindelijk gerust slapen.
 
#
 
De wind was kouder en harder dan Jeanne had verwacht, maar er was meer voor nodig om haar tegen te houden. De toren was makkelijker te beklimmen dan ze had verwacht – moeilijk, maar niet onmogelijk, er waren geen metalen punten of magie die haar tegenhielden. Die Leonhard geloofde zeker in zijn eigen onoverwinnelijkheid, dat deden dictators vaak.
Niet dat Jeanne uit ervaring kon spreken. Meestal bleven haar heldendaden beperkt tot het redden van reizigers van bandieten of monsters. Eén keer had ze een corrupte priester in een dorp ontmaskerd, en dat had naar meer gesmaakt. Want niemand schreef er liederen over hoe ze waren gevlucht voor bandieten terwijl een eenzame vrouw hen beschermde, maar dat dorp zou zich haar naam herinneren. En dat was een gehucht geweest, dit was een stad.
Goede daden strekten altijd tot eer, maar ze waren beter als ze je verhieven tot een legende.
En legendes werden niet veel groter dan die van de held Sten, die zijn kleurrijke cape aan een vlaggenstok had geknoopt als signaal aan zijn volk dat de stad was bevrijd. Jeanne was naar Rothenburg ob der Tauber gekomen om meer over hem te horen, en iedereen leek het eens dat hij de titel held waardig was geweest. Tot hij stierf in een dom ongeluk, en sindsdien wisselden de heersers elkaar ondanks hun onweerstaanbare kracht om mensen hun wil op te leggen om de paar jaar af, vaak gedood door hun opvolger.
Jeanne had er geen interesse in om over een stad te heersen. Ze was niet eens van plan geweest om zoiets groots te ondernemen, maar toen ze in een kroeg aan de praat was geraakt met een lokale vrouw, Inneke, en hoorde hoeveel rechten vrouwen hadden verloren onder de huidige heerser … tja, dat ging haar toch tegen het zere been. En bovendien, als juist zo’n man werd afgezet door een vrouw? Dat was pas een verhaal, een voor de eeuwen.
Ze kon lang genoeg blijven om te bevelen een nieuwe regering van het volk te laten vormen, en dan zou ze de stad weer verlaten, op naar het volgende avontuur. De wimpel kon ze meenemen of verbranden, dat wist ze nog niet.
Van ergens diep onder haar klonk geschreeuw op, wat gezien hoe hoog ze zat een hele prestatie was. Te hoog om Leonhard haar te kunnen horen bevelen om te stoppen. Jeanne keek met een grijns omlaag naar de getuigen. Ze wilde naar hen zwaaien, maar besloot te wachten. Dat deed ze wel als ze de wimpel eenmaal in handen had.
 
#
 
De figuur op de top van de toren van het Topplerschlösschen hield zich met een hand vast aan de vlaggenstok en hield met de andere de wimpel uit en zwaaide ermee. Link, maar wel theatraal. Het sprak tot de verbeelding, en van straten en uit ramen net buiten het zicht klonk gejuich op.
De mensen in de menigte rondom Leonhard wisten beter. Toch zag hij de blikken die ze verborgen probeerden te houden, dus dat zou hen niet redden. Als hij eenmaal had afgerekend met deze held, zou hij zijn bendes de straten in sturen om dit spottende verzet te vergelden. Daar had hij niet eens de kracht van de wimpel voor nodig – er waren altijd mannen bereid om te strijden voor de traditionele waarden die hij de stad had opgelegd. Of gewoon om te strijden.
Toen de figuur omlaag begon te klimmen, liep Leonhard naar de plek waar hij dacht dat ze de grond zou bereiken, gevolgd door de lijfwachten die hij had bevolen hem met hun leven te beschermen. Hij ging de vrouw confronteren, en haar met de ware wimpel, die onder zijn jas om zijn schouders hing, bevelen om voor hem te knielen en hem haar wimpel te overhandigen. En de menigte zou het nieuws verspreiden dat Leonhard de Bevelers autoriteit absoluut was, en zeker geen vrouw hem weerstand kon bieden.
De menigte bewoog met hem mee – gespuis, maar ook de onderkruipers die het dagelijkse bestuur van Rothenburg ob der Tauber voor hem voor hun rekening namen. Goed. Die konden wel een lesje gebruiken. Leonhard wachtte tot de held de grond bereikte. Ze was nu ver genoeg omlaag geklommen dat ze hem zou horen als hij haar beval haar nek te breken, maar hij wilde een vertoon van gehoorzaamheid, niet haar dood.
Plotseling werd Leonhard ruw opzij gebeukt. Hij had net tijd om te beseffen dat het een van zijn lijfwachten was die op hem was gedoken om hem af te schermen toen er iets tegen de man aan smakte. Razernij maakte zich meester van Leonard. Hoe had iemand het lef? Woest duwde hij zijn lijfwacht van zich af en keek om zich heen. Dat had niet geklonken als een scherp wapen, maar al had er slechts iemand een stuk rot fruit gegooid, hun straf zou niet mals zijn. En Leonhard kon iedereen op straat sneller bevelen om neer te knielen dan iemand hem kon aanvallen.
Hij opende zijn mond om zijn gezag te doen gelden en … hoestte. Iedereen om hem heen deed mee. Met tranende ogen keek Leonhard neer op zijn gevallen lijfwacht, en zag dat hij was getroffen door een pakketje dat was opengebarsten en een gruwelijke walm verspreidde. Hij rochelde en kon niet spreken, geen bevelen geven. Leonhard zakte neer op zijn handen en knieën.
Wat was die stank? Hij deed hem denken aan het slagveld – nee, het was de lucht van dode dieren uit een slachthuis of een leerlooierij, maar alsof iemand hem had geconcentreerd tot wapen. Er klonk een kreet boven het geproest van de menigte uit, en Leonhard kon alleen maar aannemen dat de stank zelfs de held had bereikt en ze was gevallen. Met wazige blik zag hij iemand op hem af stappen, een man die kreupel liep maar zich recht op hem af manoeuvreerde, en Leonhard zag dat hij een natte doek over zijn mond en neus had gebonden. Hij zag nu de valstrik, had zich nooit mogen laten afleiden door het amusement van de klim van de held …
Maar dat besef weerhield de kreupele man er niet van om een slagersmes in hem te steken.
 
#
 
De held Sten had Rothenburg ob der Tauber niet in zijn eentje gered. Een man zo rechtschapen als hij had makkelijk vrienden en volgelingen om zich heen verzameld. Zijn beste vriend, de druïde DeRack, had het gevaar van jaloezie en verraad gezien, en een nimf van het element lucht gebonden aan de cape van zijn vriend, met als opdracht om hem te beschermen tegen vijanden en hem bindend gezag te geven over alle gebrekkige mensen.
Dat had niets kwaadaardigs, was geen slavernij. Luchtnimfen hadden geen bewustzijn. Dat ontstond later, door lang intiem contact met een mens. De wimpel was ontwaakt om Stens schouders, kort voordat hij aan een vlaggenstok zou worden gehesen, maar pas na de dood van DeRack. Sten was zijn eerste ervaring met een mens, en hij zag de held niets dan goed doen. Hij nam trots in zijn taak.
Sten verloor zijn leven niet aan een vijand tegen wie de wimpel hem had kunnen beschermen, maar aan een ongeluk, en de wimpel leerde wat verlies was.
Snel werd hij weer opgenomen, over nieuwe schouders gehangen en aan nieuwe vlaggenstokken gehesen. De wimpel bleef zich van zijn taak kwijten, bleef de man die hem had veroverd beschermen door anderen zijn wil op te leggen. Maar zijn bewustzijn bleef groeien. De wimpel voelde nu de geest van zijn meester, voelde zijn zelfzuchtige verlangens, zo anders dan hij Sten had gekend. Hij gaf de man een kans, maar hij schoot te zeer tekort, en uiteindelijk trok de wimpel zijn bescherming terug in de hoop dat de volgende mens die hem hees waardiger zou zijn.
Vele jaren en vele onwaardige meesters duurde zijn zoektocht voort, en zijn bewustzijn groeide tot hij de geesten van alle mensen om hem heen kon voelen. Nooit vond hij er een die zich kon meten met Sten – allen werden gedreven door hun verlangens.
Leonhard, die nu op straat lag te bloeden, was zo zeker van zijn gelijk, maar in zijn wereldbeeld was zo weinig plaats voor anderen. Udo, zijn mogelijke moordenaar, die verdwaasd over hem heen stond, werd gedreven door een verlangen naar respect. Klausov, die proestend en stikkend de wimpel uit Leonhards jas probeerde te trekken, door een verlangen om alles en iedereen te rangschikken op een manier die hemzelf rust gaf. Jeanne, die met een gebroken been op de grond lag, had potentieel gehad, maar de wimpel voelde nu hoezeer ze smachtte naar roem. En er waren zoveel anderen verder weg, niet alleen Inneke, die wraak op alles en iedereen zocht en nu van veilige afstand toekeek, maar door de hele stad.
De wimpel kon hen allemaal uitkiezen. De mensen van de stad dachten dat zij hem konden veroveren, maar de waarheid was dat de wimpel al lang zelf besloot wie hij zijn bescherming gunde – wanneer een heerser zijn kans had gehad en had gefaald, fluisterde de wimpel op zoek naar nieuwe kanshebbers de slapende geesten van de stadsbewoners in hoe graag ze hem wilden bezitten. De wimpel was immers geen mens met menselijke tekortkomingen. Hij was de enige die oordeelde zonder zelfzuchtige verlangens.
De enige sinds Sten. O, Sten.
Wie zou hij nu zijn gunst verlenen? Kreeg Leonhard langer, of koos hij een van deze nieuwelingen? Hij had voor geen van hen veel hoop.
Het bewustzijn van de wimpel was om Sten heen gegroeid, en Sten had een gat in hem achtergelaten, een leegte die hij nog altijd probeerde te vullen. De wimpel was de enige die zich Sten herinnerde zoals hij was geweest, de enige die kon hopen zijn onzelfzuchtige aard te evenaren.
En hij zou Rothenburg ob der Tauber blijven testen totdat hij iemand vond die die leegte kon vullen, hoelang het ook duurde. Wat het ook kostte. Want alleen zijn verlangens waren immers puur.
0 Opmerkingen

Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.


Laat een antwoord achter.

    Inhoudstafel fictie
    Oproep verhalen
    AI-gegenereerde fictie
Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch