|
Meteen in de eerste winkel waar ze kwam kreeg Alien er spijt van dat ze het boodschappenlijstje in haar appartement had laten liggen. Ze probeerde zich te herinneren wat erop stond. Ze had in ieder geval een citroen nodig. De vriendelijke wezens die ze gisteren sprak, vertelden haar dat hier de Citroen-dealer was gevestigd.
Haar neefjes hadden haar koffer vol gestopt met de gele schelpjes die op haar thuisplaneet net zo alom vertegenwoordigd waren als de zandkorrels op de stranden van deze planeet. Ze wist dat deze op Aarde veel waard waren. Voorlopig kon ze alles kopen wat ze wilde, dus zeker ook de twaalf verschillende producten die op haar lijstje stonden. ‘Kan ik u helpen?’ Een vrouw in rolstoel kwam vriendelijk lachend haar kant op.’ ‘Ik zoek een citroen,’ antwoordde Alien. ‘U bedoelt een Citroën?’ Ze knikte. Dus zo wordt het uitgesproken in jullie taal, dacht ze geïnteresseerd. ‘Wat kost deze Citrohen?’ Ze wees op een exemplaar dat schuin achter haar geparkeerd stond. ‘U bent geïnteresseerd in de Eend?’ vroeg de verkoper. ‘Daarnet was het nog een Citroen.’ Alien snapte er niets van. Wat ze zich wel herinnerde was dat ze ook iets met eend nodig had. Kon ze dat hier ook kopen? ‘Heeft u hier citroenen en eenden?’ Na de nodige uitleg en een verzonnen verhaal over waar Alien vandaan kwam, reed ze even later in haar nieuwe “Citrohen Tweeseevee” naar de volgende winkel. Het voltallige personeel van de zaak zwaaide haar uit. Alien hield ervan om anderen gelukkig te maken. Daarom gaf ze vanavond een feest. Dat zou haar nieuwe buren opvrolijken nu buurvrouw Eva zo plotseling was overleden. Met het autootje was Alien zo bij de bloemist. Daar kocht ze twee irissen. Ze legde de bloemen in haar auto en reed met één citroen en twee irissen naar de bouwmarkt. Bij deze derde winkel kocht Alien drie rollen krimpfolie. De folie moest ze als een van de eerste producten kopen, dat wist ze nog wel. Over de andere producten, vooral de aantallen, twijfelde ze. Tijd om haar boodschappenlijstje op te halen had ze niet, dan zou het feestje voor haar buren in de soep lopen. Een feestje waarbij ze ook een hoop cadeaus wilde uitdelen. Dus reed ze, onzeker over haar geheugen, met één citroen, twee irissen en drie rollen krimpfolie naar de volgende winkel. De vierde winkel waar Alien boodschappen deed was een witgoedzaak. Daar keken de mensen raar op toen ze vier identieke wasmachines wilde hebben. ‘Deze WitWasmachine verwijdert alle vlekken op een koud programma. Dan heeft u aan één wasmachine genoeg.’ Met een verkoopmedewerker voerde Alien een lang gesprek bij een futuristisch uitziende machine. ‘Doe daar maar vier van.’ ‘Mevrouw,’ begon de verkoper opnieuw, ‘deze WitWasmachine verwijdert …’ ‘Ik weet het,’ reageerde Alien, ‘daarom wil ik hier vier exemplaren van. Kun je ze naar mijn auto brengen? Die Citrohen Tweeceevee daar.’ ‘Met alle respect, mevrouw, maar zelfs één wasmachine past niet in uw auto. We hebben een bezorgservice waar u gebruik van kunt maken.’ Alien haalde een handjevol gouden schelpen uit haar jaszak en toonde ze aan de verkoper. ‘Is dit genoeg?’ Het was dat Alien als alien niet wilde opvallen, anders had ze haar vier andere armen uit haar shirt gewurmd en de wasmachines zelf naar haar auto gedragen. ‘N ... natuurlijk, mevrouw,’ stamelde de verkoper bij het zien van zoveel goud. Meteen voegde hij de daad bij het woord. Bij de auto wikkelde Alien de wasmachines in krimpfolie, waarna ze de gekrompen machines op de achterbank van haar auto zette. Het aanwezige publiek staarde haar met open mond aan. ‘Wat?’ reageerde Alien alsof het de normaalste zaak van de wereld was. ‘Hebben jullie nog nooit krimpfolie gezien?’ Met één citroen, twee irissen, drie rollen krimpfolie en vier wasmachines reed Alien naar de vijfde winkel. Ze ontdekte dat ze bij deze bruidsmodezaak eerst een afspraak moest maken. Terwijl ze wachtte op de manager van de winkel, bekeek ze zichzelf in een van de vele spiegels. Om niet op te vallen tussen de mensen droeg ze een kostuum dat gemaakt was van de huid van een overleden vrouw. De manager vond Aliens verzoek maar vreemd. Wie wilde er vijf identieke trouwjurken hebben? Het maakte zelfs niet uit hoe ze eruitzagen. Gelukkig haalde het handjevol schelpen dat Alien opdiepte uit haar jaszak haar over de streep. Zo reed Alien een uur later met één citroen, twee irissen, drie rollen krimpfolie, vier wasmachines en vijf trouwjurken naar de speelgoedwinkel die volgens de coupeuse van de bruidsmodezaak zeer goed aangeschreven stond. In deze zesde winkel kocht Alien zes houten keukens, elk compleet met blauw wit gestreept keukengerei, een tweepersoons servies en acht houten pizzapunten die met klittenband aan elkaar zaten. Ze pakte de keukens in met krimpfolie en zette ze in de kofferbak van haar auto. De zevende winkel waar Alien moest zijn was een slagerij. ‘Goedemorgen,’ zei ze vriendelijk tegen de slager. ‘Ik ben op zoek naar zeven varkens.’ ‘Zeven?’ vroeg de slager verbaasd. ‘Wat gaat u daarmee doen?’ ‘Ik geef een feestje voor mijn nieuwe buren. Ik ben pas hier in de stad komen wonen, op de Prinses Dorarosastraat 2326 en om goed te beginnen geef ik een feestje.’ ‘Dat wordt een groot feest. Nodigt u ook het Broeikaswereldplein uit? Met zeven varkens heeft u meer dan genoeg vlees.’ ‘Misschien,’ antwoordde ze. ‘Kunt u de varkens naar mijn auto brengen? Die Citroen Eend daar.’ De slager legde haar uit waarom zij nu geen zeven varkens naar haar auto kon brengen. Uiteindelijk reed Alien naar haar volgende bestemming met één citroen, twee irissen, drie rollen krimpfolie, vier wasmachines, vijf trouwjurken, zes houten keukens en een tegoedbon voor zeven varkens. Alien begon steeds meer te twijfelen over wat er nou op haar boodschappenlijstje stond. Had ze het maar meegenomen. Nu niets meer aan te doen, dacht ze bij zichzelf. Ze kon alleen hopen dat ze het zich goed herinnerde. Bij de achtste winkel werd het lastig. Ze wist dat ze iets met koninginnen moest hebben, maar wat? Ze had gelezen dat een koningin in een paleis woont, dus reed ze naar het koninklijk paleis op de Udo Wimpellaan. ‘Goedemiddag meneer,’ groette Alien de paleiswacht. ‘Ik ben op zoek naar acht koninginnen.’ ‘Hier woont alleen Koningin Faeline en Hare Majesteit is momenteel op kennismakingsbezoek bij president Alice van Wonderland,’ antwoordde een van de mannen. ‘Zijn hier dan wel andere koninginnen? Ik moet echt acht koninginnen hebben.’ Alien vond het vreemd dat er in zo’n groot paleis slechts één koningin woonde. ‘Probeert u het eens bij de dierenspeciaalzaak,’ antwoordde dezelfde man. ‘Ik zal het adres voor u opschrijven.’ Bij de dierenspeciaalzaak aangekomen vroeg Alien om acht koninginnen. ‘Wat voor koninginnen wilt u hebben, mevrouw?’ vroeg de winkelmedewerker. ‘Termietenkoninginnen, mierenkoninginnen, wespenkoninginnen …’ ‘Zijn er meer soorten koninginnen?’ Alien was uiterst verbaasd. Het was duidelijk dat ze op Aarde nog veel had te leren. Hopelijk wilden haar nieuwe buren haar straks wegwijs maken. ‘Jazeker. We hebben ook bijenkoninginnen,’ antwoordde de man, die zijn lachen probeerde in te houden. Op de achtergrond zag Alien het andere personeel met elkaar fluisteren. ‘Doe die maar,’ besloot Alien, al had ze er geen idee van wat bijen waren. ‘U krijgt de bijbehorende bijenvolken er wel bij, mevrouw.’ ‘Hoeveel inwoners zijn dat?’ ‘Het is nu bijna juni, dus zo’n vijftigduizend bijen per volk.’ Er volgde een vergelijkbare discussie als in de slagerij over waarom Alien de acht koninginnen niet zomaar kon meenemen. Nadat ze echter een demonstratie met krimpfolie had gegeven en een handvol gouden schelpen liet zien, werden de mensen in de dierenspeciaalzaak ineens uiterst serieus en hebberig. En zo reed Alien met één citroen, twee irissen, drie rollen krimpfolie, vier wasmachines, vijf trouwjurken, zes houten keukens, een tegoedbon voor zeven varkens en acht koninginnen en hun volken naar de volgende winkel. In de etalageruit van de negende winkel staarde Alien naar haar spiegelbeeld. Ze miste haar vertrouwde groene huidskleur met paarse vlekken. Voorzichtig voelde ze op haar hoofd. Onder het getoupeerde blonde haar voelde ze haar twee voelsprieten zitten. Geen mens die ze kon zien, maar het kriebelde wel. Het was een offer dat ze bereid was te brengen om de meest intelligente bewoners van deze planeet beter te leren kennen. ‘Ik zoek negen precies dezelfde sta-op-stoelen,’ zei Alien tegen de verkoper. ‘Werkt u in een zorghotel?’ vroeg de man nieuwsgierig. ‘Ja,’ antwoordde Alien. Ze had er geen idee van wat een hotel, laat staan een zorghotel was. Haar blik viel op een poster die in de winkel hing. “Zorghotel Vallen en Doodgaan” stond er. De tweede d was met stift op de poster geschreven, over de oorspronkelijke letter heen. Ze wees naar de poster. ‘Daar werk ik.’ Even later laadde Alien de in krimpfolie gewikkelde sta-op-stoelen in haar auto. De verblufte blikken van de omstanders deden haar inmiddels niets meer. Met één citroen, twee irissen, drie rollen krimpfolie, vier wasmachines, vijf trouwjurken, zes houten keukens, een tegoedbon voor zeven varkens, acht koninginnen met de bijbehorende volken en negen sta-op-stoelen reed Alien naar de tiende winkel. Eenmaal binnen bij de boekhandel stond Alien voor een dilemma. Ze wilde tien dezelfde boeken hebben, om uit te delen aan haar buren. Het probleem was dat er veel te veel boeken waren waarvan de boekhandel minstens tien exemplaren op voorraad had. Welke moest ze kiezen? Besluiteloos bladerde ze door een aantal boeken, waaronder Mozaïek van Geluk en een woordenboek. Totdat haar oog viel op een verhalenbundel. Niet van deze wereld was de titel. Precies wat ze zocht! Ze kocht tien exemplaren en liet ze allemaal afzonderlijk inpakken en naar haar auto brengen. Met één citroen, twee irissen, drie rollen krimpfolie, vier wasmachines, vijf trouwjurken, zes houten keukens, een tegoedbon voor zeven varkens, acht koninginnen met de bijbehorende volken, negen sta-op-stoelen en tien boeken reed Alien naar de een na laatste winkel. In gedachten ging Alien na of ze alles had wat ze moest hebben. Ze dacht van wel, hoewel ze erg twijfelde over de eend. De citroen-dealer had gezegd dat haar auto ook een eend was, maar kon ze niet beter een aantal losse eenden kopen? Misschien zouden haar buren zo’n gecombineerd cadeau helemaal niet waarderen. In het woordenboek had ze gelezen dat er meerdere soorten eend zijn: eendenborst, eendagsvlieg, eendenkooi, eendracht … Alien had er werkelijk geen idee van welke eend ze moest hebben en reed besluiteloos door de stad. Uiteindelijk kwam ze bij een smalle steeg. Er brandden enkele rode lampen en een neonbord beloofde een spannende avond. Dat zouden haar buren vast waarderen. Ze parkeerde haar auto, stapte uit en liep de Maagdensteeg in. Met opgestoken hand begroette ze de dames die in de diverse etalages zaten. Bij winkel De Natte Poes stapte ze naar binnen. Deze mensen konden haar ongetwijfeld helpen met een spannende avond voor haar buren. Misschien wisten ze ook wat voor eenden ze het beste kon kopen. Ze stapte op een verkoper af die gekleed was in een verplegersuniform. Of was dit echt een verpleger? Ze zette haar twijfel opzij en vroeg wat ze wilde weten. ‘U wilt vanavond nog een spannende avond voor uw buren organiseren?’ antwoordde de man. ‘Dat gaat helaas niet lukken op zo’n korte termijn. Volgende week vrijdag kan wel.’ ‘O,’ reageerde Alien teleurgesteld. Ze zette in gedachten een streep door de extra verrassing voor haar buren. ‘Laat dan maar zitten.’ ‘Ik kan u wel helpen met uw andere vraag,’ ging de verpleger verder. ‘U was op zoek naar iets met eenden, begreep ik?’ Alien knikte. ‘Onze Donald Duck-kostuums zijn momenteel uitverkocht, maar we hebben wel iets anders. Ik loop even naar achteren om het te pakken.’ Even later kwam de man terug met een soort metalen tang. ‘Dit is een speculum.’ Alien keek hem niet begrijpend aan. ‘Ook wel bekend als de eendenbek,’ verduidelijkte de man. ‘Je gebruikt hem door …’ Alien hoorde alleen het woord “eendenbek,” waar het woord “eend” in zat. ‘Ik neem er elf,’ onderbrak ze hem. ‘Voor mijn nieuwe buren.’ Met één citroen, twee irissen, drie rollen krimpfolie, vier wasmachines, vijf trouwjurken, zes houten keukens, een tegoedbon voor zeven varkens, acht koninginnen met de bijbehorende volken, negen sta-op-stoelen, tien boeken en elf eendenbekken reed Alien naar de opticien. De zaak heette “Ik zie een speld” en was gevestigd op de Hooiberglaan. Aangekomen bij deze twaalfde winkel stapte ze zelfverzekerd naar binnen. Ze twijfelde heel erg over een aantal producten die ze had aangeschaft, behalve over deze laatste aankoop. De opticien keek raar op toen ze twaalf identieke brillen wilde hebben, zeker toen ze vertelde dat de sterkte niet uitmaakte. Een handjevol gouden schelpen deed wonderen. De opticien zocht ijverig in haar magazijn naar twaalf bijna dezelfde monturen en bevestigde in elk ervan een paar brillenglazen die door een productiefout van haar personeel waren afgekeurd. Alien betaalde de brillen, hing ze met behulp van de meegeleverde brillenkoordjes om haar nek en liep naar haar auto. Alien arriveerde bij haar woning met één citroen, twee irissen, drie rollen krimpfolie, vier wasmachines, vijf trouwjurken, zes houten keukens, een tegoedbon voor zeven varkens, acht koninginnen met de bijbehorende volken, negen sta-op-stoelen, tien boeken, elf eendenbekken en twaalf multifocale brillen. Ze parkeerde haar auto en bracht alle spullen die niet met krimpfolie waren omwikkeld naar binnen. Toen dat klaar was gunde ze zichzelf de tijd om met een kopje thee haar boodschappenlijstje te bekijken, dat al die tijd op tafel had gelegen. Tot haar ontzetting zag ze dat ze het helemaal verkeerd had gedaan. In plaats van acht koninginnen had ze acht liter koninginnensoep moeten hebben. Ze moest geen Citrohen hebben, maar een citroen en een eendenbek was heel wat anders dan eendenfilet. De varkens, een geschenk voor haar buurman die momenteel alleen at na zonsondergang, waren ook verkeerd besteld. Ze had hem een Porsche 917/20 willen geven, ook wel bekend als het roze varken. Zo kon hij, ondanks zijn slechte been, toch weer overal komen. Alien hoopte dat haar buren haar goede bedoelingen en de cadeaus konden waarderen. Er was geen tijd om wat anders te regelen. Ze rolde haar menselijke kostuum naar beneden. Met zes armen ging het een stuk sneller om alles klaar te zetten voor het feest. Ze was net bezig met het naar binnen brengen van de laatste bijen toen de deurbel ging. Vlug zette ze de achtste bijenkorf op de bank. Het gezoem deed haar denken aan het geluid dat de insecten op haar thuisplaneet maakten. Daar betekende het de terugkeer van de zon na een maandenlange winter. Alien opende de deur en werd begroet door een ijselijke gil. ‘Buurvrouw Eva!’ riep haar bovenbuurman uit. Hij werd lijkbleek en viel toen neer in de deuropening. Oeps, dacht Alien, helemaal vergeten om mijn kostuum eerst omhoog te doen! Ze haastte zich terug naar binnen om zichzelf weer in het menselijke kostuum te hijsen. Nauwelijks was ze daarmee klaar toen er opnieuw werd aangebeld. ‘Goedenavond,’ hoorde ze een stem roepen. ‘Ik heb hier een levering van zeven varkens.’ Dit verhaal werd ingezonden voor de verhalenwedstrijd 'De boodschap'.
0 Opmerkingen
Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.
Laat een antwoord achter. |