Out of this World
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch

VERHALEN

M.G. Crow - Het Breekpunt

8/11/2025

0 Opmerkingen

 
Ik loop door de straat, op zoek naar dat bijzondere geschenk dat ik tevoorschijn moet toveren. De klus was vandaag sneller klaar en ik ben er niet rouwig om. Het is een bijzondere dag en ik zoek daarvoor een passend geschenk. De voorbije dagen was ik zo druk bezig met de bezetting van die nieuwe woning dat ik de datum uit het oog verloor. Versta me niet verkeerd: ik ben stukadoor en heb de laatste tijd zoveel werk dat ik het amper kan bolwerken.
Voor deze opdracht heb ik bewust mijn uren ruim gerekend, zodat ik tijd had om nog even langs de winkels te slenteren. Mijn vrouw wordt maar een keer veertig. We zijn al meer dan twintig jaar samen, dus al meer dan de helft van onze levens.
Ik weet dat ze niet op geschenken uit is, maar ik kan het niet laten. Laat me nu niet met lege handen thuiskomen. Mijn aandacht gaat naar de etalage van de tweedehandswinkel die enkele maanden geleden in het dorp opende. Een beeldje in biscuit porselein trekt mijn aandacht. Het is iets typisch ouderwets waar mijn Tamara dol op is. Normaal kost dat een fortuin.  Het bedrag op het prijskaartje valt goed mee. Weten ze hier wel wat ze verkopen?
Ik sluit de browser van mijn smartphone als ik de melding krijg dat het vijf uur in de namiddag is. Weer een bericht over het gezinsdrama in het dorp, nu drie dagen geleden. Een man vermoordde zijn vrouw en kinderen. Ik wil er niet aan denken dat ik mijn vrouw en dochter ooit kwaad zou doen.
Na diep adem genomen te hebben, ga ik de winkel binnen. In mijn hoofd zie ik Tamara al schitteren met deze vondst.
Een man begroet me. Ik schat hem rond de zestig, groot en slank gebouwd, gekleed in een zwart maatpak dat hem meer op een ceremoniemeester voor uitvaarten doet lijken. De muffe geur in de winkel heeft al bijna iets chemisch, zoals die van mottenballen en sterk water.
'Ik zou graag dat beeldje in de etalage willen bekijken,' zeg ik.
De man glimlacht. 'Dat gaat niet. Ik zal het er voor u uithalen.'
Hij buigt zich voorover, neemt het beeldje en leidt me ermee naar de toonbank. 'Moet ik het inpakken?'
Ik bekijk hem verwonderd. Heb ik gezegd dat ik het ging kopen? Natuurlijk ga ik dat doen, maar toch geeft de man me het akelige gevoel dat hij mijn gedachten kan lezen.
Knikkend neem ik mijn portefeuille. Dit geschenk kan ik toch niet laten. Ik vermoed dat, als ik het nu niet neem, iemand anders deze trofee op zijn kast gaat zetten. Nee, dat dansend barok koppel is voor mijn Tamara en voor niemand anders. Ik zal het wel op onze kast tolereren.
De man doet bubbelplastic rond het beeldje en stopt het dan in een doos met stukken piepschuim. Breken zal het zo wel niet. Hij doet de mooie geschenkdoos dicht en doet er een strik rond . Ik gaap hem met open mond aan.
'Natuurlijk is dit een geschenk. Ik zie jou dat ding niet willen.' De man lijkt zijn gedachten luidop uit te spreken.
Ik bedank hem en ga naar buiten.
 
Thuis aangekomen struikel ik bijna over de rugzak die argeloos in de hal is gegooid. Mijn dertienjarige dochter is thuis van school. Haar moeder is er nog niet. De laatste tijd werkt ze regelmatig over op kantoor. Ze heeft het over een bedrijfsfusie of zoiets. Voor mij is het Chinees.
Dat brengt me op een idee: vandaag moet ze niet koken. Als ze thuiskomt, laat ik eten aan huis leveren. Onze dochter is gek op rijst en noedels, dus ik zie haar al zeker niet klagen.
'Lex, zorg dat ik je nek niet breek over je rugzak,' zeg ik als ik het salon binnenkom.
Het is tegen dovemansoren, of beter gezegd: het geluid dat uit de oortjes van een smartphone komt. De muziek die op de trommelvliezen van mijn dochter Alexa wordt gebombardeerd, overtreft mijn stem.
Ze negeert me, ik besluit even hetzelfde met haar te doen. Ik ga eerst mijn feestvarken bellen om haar mijn plan voor het avondeten mee te delen. Als ze thuiskomt, mag ze alles doen, behalve koken.
Na enkele beltonen wordt er opgenomen.
'Willem?' Ze klinkt aarzelend. 'Wat is er?'
'Ik bestel vanavond Chinees.'
'O, fijn.' Ze kreunt op een manier die ik normaal enkel waarneem op intieme momenten.
Mijn hart dreigt het te begeven als ik een mannenstem op de achtergrond hoor. Ik krijg de indruk dat ze de speaker probeert af te dekken.
'Tammy?'
Het is even stil. Ze lijkt me niet te horen. Wat ik hoor, is kreunen en zuchten. Mijn vrouw en een andere man. Ik leg op. Dit kan ik niet aan.
'Paps, heb je een spook gezien?'
Ik laat mijn smartphone bijna vallen als mijn dochter voor me staat.
'Nee,' Ik schud mijn hoofd.
'Je ziet bleek, paps.' Alexa kijkt me met schuin hoofd en bezorgde blik aan.
'Het is in orde. Als mams thuis is, eten we Chinees.'
Ze juicht. Ik had niets anders verwacht. Alles met rijst en noedels eet ze. Daar zitten dikwijls nog een beetje groenten in. Vraag me niet hoe ik dat anders in haar moet krijgen.
 
Ik zit met Alexa aan de tafel als Tamara bijna een uur later thuiskomt. Het is bijna zeven uur. Zo laat was ze nog nooit, maar ik vermoed stiekem dat ze er een goede reden voor zal hebben. Ik heb haar gehoord met haar minnaar en kan het amper geloven.
Mijn Tammy is niet het type dat vreemdgaat. Als ik haar zou teleurstellen, zou ze me eerder verlaten. Ik heb geen signalen opgevangen dat ze dat zou doen.
Onze dochter schiet recht en vliegt haar om de hals. 'Gelukkige verjaardag, mams.'
Ik blijf zitten en kijk haar aan met een blik die de kleur uit haar gezicht doet wegtrekken. Moet ik dit als een schuldbekentenis aanzien?
Zonder een woord te zeggen, wijs ik naar de doos op de tafel. Het beeldje wacht om uitgepakt te worden.
Ik moet me dingen inbeelden. Het kan niet anders. Zou mijn intelligente echtgenote echt met een andere man bezig zijn als ik het kan horen? Nee, het is te gek voor woorden.
'Voor de jarige.' Ik glimlach en overhandig haar de doos. 'Ik heb je gemist.'
'Bedankt.' Ze neemt het cadeau met de grote, rode strik aan.
'We hebben nog een verrassing,' zegt Alexa. 'Paps heeft Chinees besteld. Het kan hier elk moment zijn.'
Ze bekijkt me met een blik die me doet smelten. 'Dat is lief. Je kent me.'
'Nasi goreng met kip.' Ik knik bevestigend.
Ze drukt een kus op mijn wang als ze het beeldje heeft uitgepakt. Er verschijnen tranen van ontroering in haar ogen.
'Dit wilde ik zo graag,' zegt ze.
Op dat moment gaat de deurbel. Voor ik iets kan doen, schiet mijn dochter rechtop en gaat ze opendoen voor de koerier die onze maaltijden brengt.
 
Ik draai me om in mijn bed. Mijn neus glijdt over het lichaam van mijn vrouw. Ik voel haar warmte, maar lijk de sporen van een andere man te ruiken, zelfs te voelen als ik over haar rug strijk. Het lijkt alsof er bobbels op staan, een merkteken van een andere man. De sporen van zijn aftershave kwellen mijn neus. Het is niet mijn merk.
In een impuls ga ik op mijn rug liggen met mijn ogen op het plafond gericht. Ik let op mijn ademhaling, die versnelt. Hyperventilatie overvalt me. Als kind had ik zulke paniekaanvallen, sinds een buurman me dwong tot dingen die ik niet wilde. Ik was toen nog te jong om het te begrijpen.
Nu ben ik volwassen. Tamara hielp me mijn trauma’s te overwinnen. Ik was twintig, zij achttien toen we elkaar tegenkwamen. Ik moest het stucwerk op haar kamer doen. Nooit had ik gedacht dat iemand me over dat trauma kon krijgen. Nooit had ik gedacht dat ik tot een intieme relatie in staat zou zijn.
Hoe moet ik haar nu bekijken? Opnieuw voel ik me vies, gebruikt en weggegooid. Koud zweet parelt op mijn huid. Is dit de vrouw aan wie ik mijn vertrouwen schonk? Heb ik zo'n mooi geschenk voor haar veertigste verjaardag gekocht?
Mijn maag draait. Ik sta op en wankel uit bed naar de badkamer, waar ik mijn hoofd over het toilet laat hangen. Ik braak, letterlijk en figuurlijk, van mijn vrouw, van de situatie. Ze heeft me verraden.
Als mijn maag leeg is, zak ik naast de pot. Ik kan niet slapen, ik waak op het tapijt op de koude stenen vloer. Terug naar bed gaan, zie ik niet zitten. Morgen slaap ik wel op de bank.
 
Ik ben moe, doodmoe. De hele nacht heb ik wakker gelegen naast de vrouw die mijn vertrouwen aan diggelen helpt. Toch heb ik het pleisterwerk van een oude muur tot een goed einde gebracht. Ik werk soms op autopiloot.  Gelukkig ken ik mijn job.
Slaapdronken stuur ik mijn camionette de oprit op en stap ik uit om de garagepoort te openen. Ik val bijna om, maar hoor stemmen die mijn aandacht trekken.
Geeuwend draai ik me om en versteen een moment. Ik zie mijn dochter staan in het gezelschap van onze buurman Jan. Ik moet die kerel niet. Hij is iets in de twintig en heeft dat huis net gekocht met geld dat hij blijkbaar van zijn familie heeft geërfd. Blijkbaar is hij pas afgestudeerd als master in een of ander vak. Ik moet hem niet en het is niet belangrijk. Ik wil enkel dat hij zo ver mogelijk van Alexa blijft. Hij is meer dan tien jaar ouder dan mijn dochter. Wat wil hij van haar?
Ik kan het niet meer aanzien. Die twee staan daar met een brede glimlach te praten. Ze vermaken zich duidelijk.
'Lex?'
Ik ga erheen.
'Paps?' Mijn dochter staart me aan met ogen die groter lijken dan haar gezicht.
'Wat heeft dit te betekenen?' vraag ik.
'Het is mijn schuld,' antwoordt de buurman. 'Ik hielp je dochter met haar huiswerk. Zie je, ik ben burgerlijk ingenieur en ze sukkelt een beetje met wiskunde en …'
'Jij blijft met je vuile poten van mijn dochter!'
Ik zie de kleur uit zowel zijn gezicht als dat van Alexa wegtrekken. Wat denkt dat stuk onbenul? Dat hij zomaar aan mijn dochter kan zitten? Ze is nog maar dertien.
'Paps, wat is er mis met je?' Alexa lijkt wel een briesende furie. 'Ik heb Rutger gevraagd met te helpen met mijn huiswerk, omdat ik niet wel blijven zitten. Wat denk je wel van mij?'
'Je geeft hem al een naam,' zeg ik, me ervan bewust dat ik even teleurgesteld klink als dat ik ben.
'Nee, dat hebben mijn ouders gedaan.'
Die nerd met zijn lange, vette haar en bril moet zich eens gaan moeien. Ik kan me niet voorstellen dat een deftig meisje als Alexa iets in hem ziet.
'Dimmen, paps!' brult Alexa. Ze loopt me als een orkaan voorbij.
Voor ik iets kan zeggen, gaat ze ons huis binnen. Mijn buurman Rutger draait zich om en gunt me blijkbaar geen blik meer waardig. Ik ben er echter zeker van dat hij iets met mijn dochter heeft en zweer dat ik het er niet bij ga laten. Nooit zal ik mijn kind laten misbruiken.
 
Ik frons als ik mijn vrouw en dochter samen aan de keukentafel zie zitten. Ze bekijken me met een wantrouwige blik. Wat heb ik misdaan? Ik ben niet degene die achter de rug speelt.
'Lieveling, we moeten praten.' Tamara kijkt me indringend aan.
'Waarover?' Ik haal mijn schouders op.
'Rutger.' Tamara slaakt een diepe zucht. 'Waar slaat jouw veronderstelling dat hij onze dochter kwaad doet op?'
'Schattebout, je gelooft toch niet dat hij …'
'Ik had het je eerder moeten vertellen.' Tamara onderbreekt me ongenadig. 'Onze buurman Rutger helpt Alexa met haar schooltaken. Hij stelde het zelf voor.'
'Waarschijnlijk het vak toegepaste biologie,' zeg ik.
Er valt een doodse stilte. Mijn vrouw en dochter bekijken me alsof ik een buitenaards wezen ben.
Alexa schudt haar hoofd. 'Paps, hij is mijn type niet en hij is bezet.'
'Hij woont daar alleen!' Mijn bom ontploft.
'Er bestaat nog zoiets als een LAT-relatie.' Tamara springt recht.
'Betekent dat iets? Waarschijnlijk zit hij aan onze dochter en jij verdedigt hem nog. Sterker zelfs, jij verdedigt hem. Ik weet waarom. Jij ligt ook met andere mannen in bed. Ik ruik het aan je.'
Tamara’s lippen trillen. Ze neemt de arm van onze dochter. 'We gaan naar boven. Paps moet uitrazen.'
Ik kijk mijn vrouw en dochter na als ze de kamer verlaten. Voor mij is het duidelijk een schuldbekentenis.
 
Twee weken gaan voorbij. Ik slaap op de bank. Tamara doet geen moeite meer om me te overtuigen bij haar in bed te komen. Alles aan haar straalt wantrouwen naar mij uit. Ik denk dat ze doorheeft dat ik weet dat ze vreemdgaat. Elke keer neem ik het mezelf voor haar ermee te confronteren, maar elke keer doe ik mijn mond open en komt er niets uit.
Ik word wakker en het eerste wat ik elke keer zie, is dat verdomde beeldje dat ik voor haar kocht, vlak voor ik haar ontrouw ontdekte. Mijn dochter doet ook vreemd. Ik had het moeten weten dat Tamara wist dat ze bij die buurman Rutger rondhing. Is ze er echt zo van overtuigd dat hij haar enkel helpt met haar huiswerk, of traint ze haar om een even overtuigende hoer te zijn als dat ze zelf is?
Een onweerstaanbare drang om het beeldje aan diggelen te slaan overvalt me. Ik sta op en als mijn hand erheen gaat, lijk ik een stroomstoot door mijn hele lichaam te voelen gaan. Kreunend zak ik op mijn knieën en staar ik naar het object, alsof het een relikwie is.
Voor ik iets doorheb, sta ik weer op en ga ik naar de keuken om koffie te zetten. Ik moet naar mijn werk. Er moeten muren bepleisterd worden. Dat is het enige wat me op de been houdt. Ik wil hier buiten. Mijn vrouw en dochter zijn dreigende, vreemde wezens voor mij geworden.
Ik ben dol op Alexa, ze is mijn wereld. Toch knaagt er iets aan me. Hoe lang is het overspel van mijn vrouw gaande? Is Alexa wel mijn dochter? Voor mijn eigen zielenrust heb ik een DNA-test aangevraagd.
Tamara verklaart me voor gek en dreigt ermee met onze dochter naar haar ouders te gaan. Ik denk dat ze de grond onder haar voeten te warm voelt worden. Ze mag bij hoog en bij laag beweren dat ik spoken zie en dat ze me nooit bedrogen heeft, ik weet beter.
Haar huid is anders. Ik lijk er de sporen op te zien van waar die andere man haar heeft aangeraakt. De zwarte schijn in haar nek kan ze niet ontkennen. Ik zie hem duidelijk. Ze dreigt als antwoord dat ze met de dokter gaat praten. Ik heb hulp nodig, volgens haar.
Alexa steunt haar. Ik ben het zat met die twee liegende teven hier. Ik neem mijn rugzak, smijt hem in de camionette, stap achter het stuur en rijd de garage uit. Mijn werk roept. Dat helpt me om mijn hoofd te verzetten.
Ik wil er niet aan denken dat mijn schoonouders ook in het spel komen. Ze haten me. Ik ben die stukadoor, dat lager stuk mens dat hun hoger opgeleide dochter heeft ingepalmd. Met hen ga ik er nog een probleem bij hebben.
Ik bijt op mijn lip, zo hard dat er bloed uitkomt. De ijzersmaak in mijn mond brengt me in het hier-en-nu. Net op tijd kan ik uitwijken voor een auto waar ik bijna tegenaan zat. Dit loopt fout af als ik niet bij de les blijf in het verkeer.
 
Slaapdronken open ik mijn mailbox. Ik ben verwonderd. Een klant wil stappen tegen me ondernemen. Blijkbaar hebben mijn werken meer schade dan goed gedaan. De foto’s die ze me sturen zijn duidelijk niet uitgevoerd door mij. Ik plak geen stukken tegen de muur op zo’n manier.
Ik typ mijn antwoord dat ze me met rust moeten laten. Iedereen moet dat doen.
Als een zombie laat ik me op de bank zakken. Boven me hoor ik voetstappen. Mijn vrouw en dochter zijn nog wakker. Wat bekokstoven ze tegen mij?
Voor het eerst sinds weken weet de slaap me te vinden. Ik lijk mijn bewustzijn te verliezen door een mokerslag.
 
Ik hoor giechelen. Verwonderd sta ik op en ga de trap op. Het geluid komt van boven. Ik zie licht branden in de kamer van onze dochter. De deur staat op een kier. Ik kan het niet laten en kijk erdoor.
Mijn hart zakt in mijn schoenen als ik haar op het bed zie liggen, halfnaakt in de armen van de buurman. Ik wil de deur verder openen, naar binnen stormen en dat stuk onbenul wurgen. Hij zit aan mijn minderjarige dochter, in mijn huis dan nog wel. Hoe is hij hier geraakt?
In de andere slaapkamer hoor ik ook geluiden. Tamara kreunt. Ik heb het gevoel dat ze niet alleen is, omdat ik een andere man hoor zuchten. Ze doet het gewoon in mijn eigen bed.
Mijn bloed kookt. Ik wil de slaapkamerdeur opentrappen, maar ik lijk op een metalen plaat te stoten. Dat ik ook doe; mijn armen en benen doen pijn elke keer dat ik ertegen beuk. De deur geeft geen millimeter mee. Aan de andere kant gaan de intieme geluiden ongehinderd door. Ik lijk niet te bestaan.
Dit kan niet meer. De tranen rollen uit mijn ogen. Ik zet me op de overloop en kan alleen maar wachten tot ze klaar zijn. Als die vreemde man mijn bed verlaat, zie ik hem hopelijk. Ik wil er een gezicht op plakken. Wie maakt mijn gezin kapot?
Het giechelen van mijn dochter verandert ook in gekreun. Ik leg mijn handen op mijn oren. Ze is nog maar dertien. Dit kan niet meer. Stemt Tamara hierin toe?
Ik heb geen idee hoe lang ik er zit. Een arm grijpt me en schudt me.
De overloop vervaagt. Ik lig op de bank en Tamara bekijkt me met opgetrokken wenkbrauwen.
'Waar is hij?' vraag ik.
Ze haalt haar schouders op. 'Wie?'
'Die man waar je mee bezig was. Je neemt hem zelfs mee hierheen.'
Ze staart me met open mond aan. 'Lieveling, je lag hier op de bank te woelen. Volgens mij had je een nachtmerrie.'
Ik kom overeind. 'Noem je het zo? Die man was hier en onze dochter ligt met de buurman …'
Ik kan mijn zin niet afmaken als ik Alexa op de trap zie verschijnen.
'Jij hebt hulp nodig,' zegt Tamara. 'De laatste tijd gedraag je je vreemd. Ik en Alexa voelen ons niet meer veilig op deze manier.'
'Daarom dat jullie die mannen in huis halen? Is dat tegen mij?'
Ze wordt bleek als ze mijn vuist ziet. Ik denk dat het spelletje lang genoeg heeft geduurd. Ze heeft lang genoeg ontkend.
'Paps, nee!' Alexa gilt, maar het is te laat.
Tamara zakt op de grond als ik haar een rake klap verkoop. Normaal ben ik zo niet, maar dit keer ging ze te ver over mijn grens. Die man hier in huis nemen en onze veel te jonge dochter met de buurman laten slapen, onder mijn dak nog nota bene, dat kan ik niet tolereren.
'Je bent gek.' Snikkend komt Tamara overeind. Met grote ogen kijkt ze me aan, alsof ze niet kan geloven wat er zojuist is gebeurd.
Ze richt zich tot Alexa, die me wantrouwig bekijkt. Zonder een woord te zeggen, lopen ze naar de deur. Ik zie mijn vrouw haar smartphone nemen. Wat gaan ze doen? De flikken bellen? Me erin luizen?
Ik moet handelen. Door het raam zie ik hen in de voortuin staan. Mijn hart slaat over als ik zie buurman Rutger hen tegemoet komen. Hij leidt hen mee bij hen naar binnen. Natuurlijk zit hij mee in hun complot.
 
Ik ren naar de garage waar ik mijn gereedschap heb liggen. In een ooghoek zie ik dat Tamara en Alexa bij de buurman binnengaan. Voor mij is het duidelijk: ik moet ingrijpen. Hiermee komen ze niet weg.
Ik neem een bijl en een zaag. Op mijn terugweg passeer ik de keuken en neem ik enkele messen uit het blok. Ik weet waar de vijand zit, dus ik moet me niet haasten.
Op de kast zie ik het beeldje staan. Ze was er zo blij mee. Als het haar echt zo dierbaar was, waarom nam ze het dan niet mee naar hiernaast? Ik krijg soms het gevoel dat mijn gezin uit elkaar is gevallen sinds ik dat kleinood in huis heb gehaald. Misschien had ik beter niet geweten dat mijn vrouw me bedroog.
Het is te laat. Ik kan niet meer terug. Ik neem mijn wapens en ga naar het huis van de buurman, waar nog licht brandt in de woonkamer. Mijn vrouw en dochter zitten daar bij hem.
Zonder na te denken zet ik de bijl in de deur, die tot mijn grote opluchting dit keer wel meegeeft. Ik hoor mijn vrouw gillen. Haar angst lijkt me macht te geven.
Ik storm de woonkamer binnen, waar Rutger voor mijn vrouw en dochter gaat staan.
'Willem, de politie is gebeld,' zegt hij. 'Leg die bijl neer. Je hebt hulp nodig.'
'Jij blijft van mijn vrouw en dochter!'
Ik hoor hen krijsen als de rode spatten hen raken. Met een houw verwijder ik het hoofd van Rutger van zijn romp. Het rolt voor de voeten van mijn bedriegende vrouwen. Ik stap over het lichaam dat neerzakt.
'Jullie denken weg te komen?' vraag ik op neutrale toon.
De angst is in hun ogen te lezen. Al een monster is opgeruimd. Mijn dochter schreeuwt als ik mijn vrouw raak. De bijl klieft haar borstkas open. Het bloed spat eruit en besmeurt mijn dochter, die enkel kan gillen. Of hoor ik sirenes? Zie ik blauwe lichten flikkeren?
Ik heb er genoeg van. Niets dringt nog tot me door. Alexa heeft mijn volle aandacht. Ik hoef de uitslag van de test niet te weten. Dit kind is niet van mij. Ik meen even geluid op de achtergrond te horen, alsof iemand me vraagt de bijl neer te leggen. Natuurlijk luister ik niet. Ik til ze op, klaar om die bastaard met haar moeder te verenigen.
Een luide knal weerklinkt. Een felle pijnscheut in mijn rug doet me de bijl loslaten. Ik draai me om en zie mannen in blauwe uniformen. Een van hen heeft een rokend pistool in zijn hand.
Ik zak neer.  Dan weet ik niets meer.
 
De politie dringt mijn woning binnen. Op de kast liggen scherven van een beeldje. Ze spannen mijn huis af met linten, samen met dat van mijn buurman. Mensen in witte pakken lopen af en aan.
Ik lig op de brancard. Ze proberen me te reanimeren, maar mijn geest dwaalt af uit mijn lichaam. Wat heb ik gedaan?
Voordat ik een tunnel van licht inga, zie ik een man aan de overkant van de straat staan. Hij is mager en draagt een zwart pak. Het is de verkoper van het beeldje. Hij glimlacht tevreden en wandelt weg.
Hij gaat naar zijn winkel. In de etalage staat een teddybeer, het perfecte geschenk voor een volgende ongelukkige ziel.
Ik kan het amper geloven. Mijn geest wordt meegetrokken in het licht. Even zie ik een glimp van de ambulanciers die mijn lichaam afdekken.
0 Opmerkingen

Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.


Laat een antwoord achter.

    Inhoudstafel fictie
    Oproep verhalen
    AI-gegenereerde fictie
Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch