Out of this World
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch

VERHALEN

M.G. Crow - Tot in de eeuwigheid

26/9/2025

0 Opmerkingen

 
Mijn geliefde, mijn hart weegt zwaar. Waarom heb je me verlaten? Heb je me niet beloofd dat we altijd samen zullen zijn?
Ik kan het niet meer aan. Als een schim van mezelf wacht ik bij je laatste rustplaats. Het is niet abnormaal. Ik zou niet willen dat grafrovers je lichaam stelen. De bel gaat nog steeds niet.
Ik hou me aan mijn woord. Drie dagen heb ik gewacht. Nu neem ik het over. Ik ga je niet verlaten, mijn liefste. Toen je ziek in bed lag, heb ik gedaan wat ik kon. Het mocht niet baten.
De dokters konden niets doen. Ik kon enkel toekijken hoe je prachtige lichaam langzaam maar zeker wegteerde, hoe de ziekte je verteerde.
Nooit week ik van je zijde. Nu zal ik dat nog niet doen.
Ik neem het flesje uit mijn tas. Ik weet dat je geen voorstander bent van wat ik nu ga doen. Je vond die oude heks verderop in de straat een eng wezen. Je moest haar niet.
Uit respect voor jou ben ik haar nooit gaan opzoeken. Toen je daar dood op het bed lag, ons bed, waar ik nu geen oog meer in dicht krijg, stond ze op onze stoep.
Ik heb haar binnengelaten. Ze heeft me gezegd dat ze ons opnieuw samen zou krijgen. Ik heb geluisterd. Ze was de eerste van onze buren die me kwam condoleren.
Je mag daar kwaad in je graf liggen omdat ik haar flesje heb aanvaard, het zal me niet deren. Ik mis je zo hard, mijn liefste, dat ik de belofte dat we eeuwig samen zouden zijn op mijn manier ga invullen.
Jouw wens om drie dagen te wachten op een teken van leven voor ik je echt dood verklaar, heb ik gerespecteerd. Nu geef je nog steeds geen teken van leven. De ziekte heeft je geveld.
Mijn wanhoop neemt het nu over, samen met de nieuwe hoop die de heks me gaf. Oude Beth valt wel mee. Ze is vreemd. Op dat punt geef ik je gelijk. Toch is ze in mijn ogen niet slecht.
Ze heeft me wel gewaarschuwd niet te lang te wachten om haar middel te gebruiken. Dan moet ik nu in actie treden, anders is het voor haar remedie te laat.
 
#
 
Ik kijk om me heen. Er is geen levende ziel buiten mezelf op deze laatste rustplaats. De maan die als een zilveren schijf aan de hemel staat, is mijn getuige dat ik zal doen wat ik kan om ons weer samen te krijgen.
Als ik zeker ben dat niemand me ziet, neem ik de schop die naast me ligt. Als ze me betrappen, zal ik waarschijnlijk enkel een waarschuwing krijgen. Zelfs de politie is tegenwoordig bang van de bendes die lijken komen stelen. Alles in naam van de wetenschap.
Nu, mijn doelstelling is anders.
Ik buig me over je graf en zet de schop in de grond. Zonder te aarzelen begin ik te graven. Ik gooi het zand opzij, tot ik op je kist stuit.
Mijn hart raast als een orkaan in mijn borst. Het zweet breekt me uit, ook al geselt de kille wind me.
Dit is het moment van de waarheid, mijn liefste. Ik zal je opnieuw bij me hebben.
 
#
 
Met moeite begin ik het zand van je omhulsel te vegen. Het was de goedkoopste kist die ze hadden. Het spijt me zo dat ik je niets meer kon gunnen, maar door je ziekte raakte ons geld op. Ik verloor mijn werk er ook nog eens bij.
De heks legde nog een beetje bij, of we konden je in een jutezak begraven. Dat zou ik oneervol gevonden hebben.
Nu komt het zwaarste deel: ik moet die kist open krijgen. Ze mag dan wel goedkoop zijn, ze is toch degelijk, want ik krijg het dichtgetimmerde lid niet zomaar los. Waren we rijk geweest, dan zou ik je mogelijk nooit uit deze gevangenis verlost gekregen hebben.
Ik zet de spade ertussen. Met al mijn spierkracht lukt het me het hout dat tussen ons staat open te wringen.
Ik til het deksel op. Daar lig je. Je gezicht is bleek en grauw. Je ogen lijken ingevallen, maar je buik is dikker, alsof je net een goed banket op hebt. Ik denk dat de knoop van je broek is gesprongen.
Mijn vingers strijken door je donkere krullen. Ze voelen anders aan.
Je lichaamsgeur doet me door mijn mond ademen. Ik mis de tijd dat je mijn neus streelde.
Mijn liefste, hou vol. We zijn bijna weer samen.
 
#
 
Ik wieg je even in mijn armen. De tijd dringt. Ik laat je hoofd opnieuw op het kussen in de kist rusten. Je ligt er alsof je slaapt. Bijna zou ik zweren dat je nog ademt. Ik meen je borst op en neer te zien gaan.
Het is een wens, een illusie, die snel waarheid zal worden.
Ik heb beloofd je trouw te blijven tot de dood ons scheidt, maar dat zal ze nu niet langer meer doen. Beth, de heks, vertelde me dat ik dit middel in je mond moest gieten.
Tranen springen uit mijn ogen. Het doet me pijn je daar zo te zien liggen.
Ik neem het flesje en giet enkele druppels in je opengesperde mond. Je slikt niet, er komt geen beweging in je.
Snikkend zet ik me opnieuw naast je graf, waar ik al drie dagen zit. Dit is de derde nacht. Mijn picknickmand is leeg. Er zat weinig in, maar ik heb niet veel nodig. De eetlust heeft me samen met jou verlaten, mijn liefste.
 
#
 
Ik dommel in. De emoties en het slaapgebrek krijgen me eindelijk klein. Ik heb geen oog dichtgedaan sinds je gestorven bent. Ik kan niet meer zonder jou leven. Ik zou niet weten hoe.
Met natte ogen moet ik naar dromenland gegaan zijn. Ik word wakker door een ruk aan mijn schouder.
Ik kijk op in jouw gezicht. Je staat voor mij, levend, maar je stinkt nog steeds als een lijk.
Je grauwe, bleke gezicht heeft een boze uitdrukking.
‘Mijn lief,’ zeg ik op sussende toon.
Je kijkt me verwijtend aan. Er komt geen woord uit je mond, die nog steeds opengesperd staat.
‘We zijn opnieuw samen,’ fluister ik je liefdevol toe.
Je legt je koude handen op mijn schouders. Waar is de warmte die je me vroeger gaf bij een omhelzing? Ik begin spontaan te trillen.
Je handen wringen zich om mijn hals. Ik wil tegensputteren, maar ben te zwak.
‘We zullen samen zijn.’
Ik versta je woorden amper. Je warme stem klink kil, vervormd, gepijnigd.
Mijn hoofd barst, mijn slapen kloppen. Ik wil ademen. Het lukt niet. Snakkend naar adem kijk ik je aan. Mijn liefste, stop met me te wurgen. Heb ik je niet uit je graf gehaald? Heb ik je niet opnieuw het leven geschonken?
Ik wil nog zoveel zeggen, maar kan het niet. De druk op mijn stembanden is te groot om er een geluid uit te krijgen.
Mijn liefste, mijn liefste … Het galmt als een mantra in mijn hoofd als mijn lichaam begint te schokken. Dan vallen mijn gedachten stil.
Een duisternis overvalt me.
 
#
 
‘Mijn liefste!’ hoor ik je roepen.
Je stem klinkt weer als voorheen. Ik sta samen met je ergens in een lichtbundel. We stijgen op. Beneden zie ik onze stoffelijke resten bij een open graf liggen.
‘Waarom?’ Ik kijk je vragend aan.
‘Ik wilde geen levend lijk zijn, maar ook niet van jou gescheiden blijven.’
Je glimlacht. Ik krijg het warm. Ik heb mijn belofte gehouden. We zijn nu eeuwig samen.
0 Opmerkingen

Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.


Laat een antwoord achter.

    Inhoudstafel fictie
    Oproep verhalen
    AI-gegenereerde fictie
Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch