Out of this World
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch

VERHALEN

M.G. Crow - Zo diep als de oceaan

13/3/2026

0 Opmerkingen

 
Ik kijk alles nog eens na. Het is routine, maar mijn hart zegt iets anders dan wat de rest van mijn team denkt. Ik zeg hen bewust niets. Voor hen ben ik de oude rot waar ze naar opkijken en het nieuws van voor hun geboorte houdt hen niet bezig.
Mijn duikflessen zijn klaar. Hier ben ik, een gevierd oceanoloog, die al lang met pensioen zou moeten zijn en die nog ooit samengewerkt heeft met het team van Cousteau.
‘Alles klaar.’ Ik mompel binnensmonds.
Het is natuurlijk weer Michelle die mijn zuurstofflessen moet nakijken. Ik krijg het van haar. Ik ben geen hulpeloze grootvader. Ze is goed in alles checken dubbelchecken, maar slecht in haaien ontwijken. Als ik niet had ingrepen, was ze er niet meer. Ik weet dat witte haaien niet zoals in de films van Jaws zijn, maar hen uitdagen voor mooie foto’s zoals miss Michelle raad ik ook niemand aan.
Nu, ik ben klaar. Dit is de plaats waar ik mijn prijs voor roem betaalde. Al veertig jaar kwelt het beeld me. Ik zie haar gezicht overal. Al die tijd leef ik met een wonde die niet heelt. Mijn Lucy volgt me in gedachten. Steeds zich ik haar weer, opduiken als een sirene, die me waarschuwt niets dom te doen.
En telkens vervaagt het beeld en word ik eenzaam in bed wakker. Elke keer opnieuw is ze er niet meer, al decennia niet meer.
Dit wordt het, mijn laatste duik. Hier ergens ligt ze. Haar lichaam is nooit geborgen. Nooit hebben we afscheid kunnen nemen. Nu spreek ik nog weinig over haar. Mijn team jongeren was nog niet geboren, toen het gebeurde.
Het was zo een stom ongeluk, dat ik het mezelf nooit zal vergeven.
Nog steeds geloof ik dat daar op de bodem de plek is waar ze werkelijk thuishoorde. Mijn Lucy was niet van deze wereld. Ze was een kind van de zee. Ik weiger te geloven dat ze dood is. Ik zal haar terugvinden.
‘Alles klaar.’ Michelle steekt haar duim op.
Ik duik. Het koude water lijkt me even terug in de realiteit te brengen. Ik weet dat ik discreet mijn zuurstoffles gesaboteerd heb. Dat mag niemand zien.
Ik volg Michelle, die als een zeemeermin met twee benen afdaalt. Ze is gezwind en achter mij volgt Stéphane. Dat stelt me gerust. Iemand zal de roekeloze sirene wel op het droge krijgen. Michelle is een gedreven wetenschapster en gepassioneerd diepzeeduikster. Ze doet me aan Lucy denken, maar dan anders.
Lucy leek alsof ze niet kon aarden op het droge. Soms denk ik dat ze echt een zeemeermin was die benen kreeg op het droge. Alleen heb ik genoeg met haar gedoken om te weten dat ze in water geen staart kreeg.
Mijn slapen beginnen pijnlijk te kloppen als ik verder afdaal. Ik heb genoeg zuurstof om niet meteen mijn team in paniek te brengen. Dan trekken ze me nu naar boven en zal ik Lucy nooit meer zien.
Pijnlijker dan mijn slapen, klopt mijn hart. Al veertig jaar voel ik me niets meer, geen mens. Ik kwijn weg, dag na dag, vluchtend in mijn werk. Dat ik scheepswrakken in kaart breng, leidt me af van wat ik werkelijk wil: bij haar zijn.
Elke dag zie ik haar. Ze zoekt me op. Ik voel aan dat ze nog moet leven, al is het op een andere manier.
Ik zie haar al veertig jaar onveranderd. De golven die met haar lange, blonde haren spelen. Ze toont zich nooit op het droge. Haar ogen die diepblauw als de oceaan zelf zijn, laten me niet los.
Mijn longen lijken te branden geven een teken dat ze elk moment kunnen ontploffen door oververhitting. Toch maak ik me niet ongerust. Ik voel haar bij me, dichter dan ooit.
‘Professor!’
Ik hoor Michelle, maar ze vervaagt op de achtergrond. Een ander geluid trekt mijn aandacht. Een helder gezang lokt me. Ik herken die stem uit de duizend: Lucie. Ze kon zo goed zingen. Als ze niet voor de oceaan had gekozen, was ze operazangeres geweest.
Ik herinner me die dag nog. Ze zwom weg. Ze verdween en werd nooit meer gezien. Mijn team hielp me naar boven. Ik was bijna dood door haar te zoeken. Er zijn reddingsacties geweest. Ze hebben niets uitgehaald. Lucie is officieel doodverklaard.
Haar ouder stierven toen ze nog klein was. Ze was geadopteerd. Ik probeer alle details voor de geest te halen.
‘Marcel?”
Haar zachte stem fluistert mijn naam. Ze herkent me nog.
Dan zie ik haar voor mij, nog even jong en stralend als veertig jaar geleden. Lucy duikt letterlijk voor mij op. Ze is niet meer de vrouw die ik kende, maar een zeemeermin, die vlot meezwemt met de golven. Als wonderlijk magisch wezen herkent ze me nog.
Ik reik haar de hand. Met een glimlach neemt ze die. Haar warme hand roert iets in mij. Wat ziet ze nu in de oude man die ik geworden ben?
Ik laat me door haar leiden. We zwemmen samen weg. Een keer lijken mijn hoofd en longen me te kwellen, dan adem in normaal, alsof ik op het droge ben.
Alles om me heen vervaagt. Ik zwem met Lucy naar een groot, fel licht. Ik zie mijn lang overleven ouders er staan, alsof ze klaar zijn om het huwelijk dat veertig jaar uitgesteld is, toch te laten doorgaan. Dat ze het niet meer hadden mogen meemaken, vergeet ik. Dit is nu mijn wereld.
0 Opmerkingen

Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.


Laat een antwoord achter.

    Inhoudstafel fictie
    Oproep verhalen
    AI-gegenereerde fictie
Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch