Out of this World
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch

VERHALEN

Rebecca Palmas - Wensgeest

6/9/2024

0 Opmerkingen

 
'Hallo, Al.' De barista glimlacht lief. Haar tanden zijn net iets te puntig. Ze weet precies wat ik ben. 'Wat is je wens vandaag?'
Ik glimlach terug. 'Hoor ik dat jou niet te vragen?' Ik weet ook precies wat zij is. 'Geef me maar een venti pumpkin spice latte, extra pumpkin en caramel.'
'Ah, een zoet drankje voor een zoete jongen. Komt eraan, schat.'
Ik leg mijn telefoon op tafel en ga zitten. Wachten op een klant.
 
Olielampen zijn tegenwoordig uit.
Verdomd jammer. Ik heb een hele mooie, van twee soorten koper, ingelegd met juwelen. Het duurde drie meesters om 'm bij elkaar te sparen. Maar wie gebruikt er tegenwoordig nog olielampen? Vroeger zette je een olielamp op een marktkraam en ging je binnen zitten wachten totdat iemand 'm oppakte en oppoetste, maar die tijd is allang voorbij. Ik heb het nog geprobeerd op antiekmarkten, maar ho maar. Tegenwoordig staat 'ie in mijn kantoor, naast een geschilderd portretje van mijn geliefde.
Het is niet makkelijk als djinn om je staande te houden in deze maatschappij. Als tijdloze wezens moeten wij ook met onze tijd meegaan. Gelukkig bestaan er tegenwoordig mobieltjes met een touchscreen. Wanneer iemand erover wrijft om vingervlekken weg te vegen, verschijn ik.
Het is niet ideaal. Zo'n telefoon is veel te klein om in te wonen, zelfs voor een djinn. Bijna geen ruimte tussen het scherm en de achterkant. Mooi groot raam, dat wel. Maar de boel een beetje inrichten is er niet bij. En daarbij komt dat je elke paar jaar moet verhuizen. Mensen willen nu eenmaal het nieuwste model hebben.
Ik zit dus niet veel binnen. Het grootste gedeelte van mijn tijd breng ik daarom in plaatsen zoals deze door. Hippe coffeeshops, vaak gerund door wezens die net als de djinn een andere plek hebben gevonden in de wereld.
 
'Al! Double venti pumpkin spice caramel latte, extra sprinkles.'
Ik stop mijn telefoon weg en wandel naar de counter. 'Vanwaar de extra sprinkles?'
Ze glimlacht. 'Iedereen kan wel wat extra's gebruiken, zo nu en dan, toch? Fijne dag, Al.' Ze geeft me een knikje en haar ogen schieten even naar opzij. Naar een ander tafeltje. Ik volg haar blik. Er zit een oudere vrouw, met lang, warrig haar, van dat vergeelde wit. Haar kleren hebben ook betere dagen gezien.
'Jij ook, schoonheid. Tot gauw.' Ik pak mijn drinken en wandel weg. Wanneer ik langs het tafeltje van de vrouw loop glijdt mijn telefoon uit mijn broekzak en valt met een zacht plofje op de grond.
Ik ben al bijna buiten wanneer ik haastige voetstappen achter me hoor. Een dunne stem roept me na. 'Meneer! Meneer, u heeft iets laten vallen!'
Ik draai me om en zie de vrouw naar me toesnellen. Ze wuift met mijn telefoon. In haar blik, in haar rimpels, in haar vergeelde haren lees ik haar verhaal. Verdriet. Verlies. Een klein restje hoop, tegen beter weten in. Hoop waarop? Ze weet het zelf niet.
Voor me komt ze tot stilstand. 'Hier.' Ze houdt de telefoon voor me alsof het een kostbaar kleinood is.
Ik reik mijn hand uit maar pak het nog niet aan. 'Mevrouw, ik sta bij u in het krijt.'
Ze bloost licht, veegjes rood op de bleke wangen. 'Ach, nee.' Ze wil de telefoon in mijn hand drukken.
Ik schud mijn hoofd en leg mijn andere hand op haar bovenarm. 'Kom, laten we even gaan zitten,' zeg ik terwijl ik haar naar een tafeltje stuur. Ze volgt me gewillig, alsof ze stuurloos is en blij is dat iemand haar richting geeft, ook al is het maar even. Ik pak een stoel voor haar en schuif haar aan. Terwijl ik zelf ga zitten maak ik een klein gebaar met mijn hand. Een vonkje magie springt op en dooft weer uit. De barista kijkt even op en knipoogt naar me. De vrouw tegenover me merkt niets.
'Is er iets?' vraagt ze. 'Ik wilde alleen uw telefoon teruggeven…'
'En daar ben ik u dankbaar voor. Wat u daar heeft is meer dan een telefoon, ziet u, het is mijn huis, mijn leven.' Dat laatste is dichterlijke vrijheid. Ik ben al een eeuw of wat geleden bevrijd. Maar mensen hechten nog steeds veel waarde aan sprookjes, ook al zeggen ze dat ze er niet meer in geloven. 'En dus sta ik bij u in het krijt.'
Ze kijkt me verward aan. Haar handen, oud en gerimpeld, liggen op de tafel. Ik leg mijn hand op de hare. 'Wat is uw wens?'
De vrouw knippert even en kijkt om zich heen. Weifelend. Geen van de mensen om ons heen besteedt ook maar enige aandacht aan ons.
'Maakt u zich geen zorgen, niemand kan ons horen.' Ik hef mijn andere hand en laat een vonk opspringen. Het zweeft boven mijn handpalm zonder uit te doven, draait zachtjes rond in de lucht terwijl het van kleur verandert. De vrouw kijkt ernaar. Niemand anders ziet het. Mijn magie werkt.
Ze zucht. 'Ik… ik weet het niet. Ik weet niets meer.' En dan kijkt ze mij recht in mijn ogen. Recht in mijn ziel. 'Wie bent u?' vraagt ze. 'Wàt bent u?'
Ze is snel. Dat had ik niet verwacht. Maar de vraag is gesteld, dus ik moet het antwoord geven. 'Noem me maar Al.' Niet mijn ware naam, natuurlijk. Iemands naam kennen geeft macht. Zo ben ik gevangen genomen, lang geleden. 'Ik ben een djinn. Wensgeesten worden we wel genoemd. Omdat u mijn telefoon hebt, heeft u het recht om drie wensen te vragen. Er zijn een paar uitzonderingen-'
Ze onderbreekt mij. 'Ik hoef er geen drie. Aan één heb ik genoeg.' Ze is veranderd. Dat kleine restje hoop in haar is opgevlamd en verlicht haar hele gezicht. De vonk boven mijn hand verandert mee en wordt een dansend vlammetje, dat nog steeds van kleur verandert.
Ik trek mijn hand terug. De vlam blijft tussen ons in zweven. 'Zoals u wilt. De uitzonderingen: wij gaan niet over leven of dood. U kunt niet iemand dood wensen, noch met een wens tot leven wekken. Mensen hebben vrije wil, dit kunnen we niet beïnvloeden. Ik kan dus niet iemand verliefd-'
Weer onderbreekt ze me. Ze buigt naar me toe, toch nog bang dat mensen mee kunnen luisteren. 'Er is iets van mij gestolen. Ik wil het terug.'
'Wat is er gestolen?' Dit klinkt als een standaardwens. De meeste wensen zijn dat. Ik wil rijk zijn. Ik wil beroemd zijn. Ik wil terug wat ik verloren heb. Of, zoals nu, wat gestolen is.
Maar toch. De elf achter de bar zou haar niet hebben aangeduid als dit alles was. 'Vertel verder.'
Haar stem is zacht en dun, maar verbazingwekkend melodieus. 'Op een ochtend werd ik wakker en toen was het weg.'
'Wat was weg?' Ik neem een slok van mijn drankje. Zoet en heet. Lekker.
'Alles. Mijn jeugd. Mijn geheugen. Ik keek in de spiegel en zag mezelf. Ik weet… ik weet dat ik er anders uitzag. Jonger. Jong en mooi. En nu…' Haar hand onder de mijne beeft.
'Hoe lang geleden?'
Ze schudt haar hoofd. 'Ik weet het niet.' Het vlammetje zweeft naar haar toe en stopt boven haar vrije hand. Ze lijkt het niet te merken. 'Het voelt als eeuwen.'
'Waarom denk je dat iemand het gestolen heeft?'
Weer schudt ze haar hoofd. 'Geen idee.'
'Weet je wie het heeft gedaan?'
'U zult wel denken dat ik gek ben,' zegt ze, weer met die indringende blik. 'Niemand gelooft me. De dokters niet, de psychologen… Maar het is echt zo.'
De vlam boven haar hand is nu groen, een diep smaragdgroen, dooraderd met goud en turkoois. Ik geef haar hand een zacht kneepje en trek mijn hand terug, schep onderweg de vlam op. 'Ik geloof je,' zeg ik zacht. 'De vlam toont het. Je bent betoverd.'
Ze lijkt niet verbaasd. 'En nu?'
Ik laat de vlam verdwijnen en kom overeind. 'Laat de rest aan mij over. Je hoort snel van me.'
'Hoe?'
Ik pak mijn beker op en wijs ermee naar mijn telefoon. Met mijn andere hand hef ik de betovering rond ons op. 'Daarmee. Verlies 'm niet.' Met een buiging stap ik naar buiten.
 
Niet alle wezens zoals ik willen ons nog in de marges van de samenleving verbergen. De meesten van ons hebben een ID-kaart, een BSN, al dat soort dingen. Zoals de elf bij de Starbucks. Je kunt ons overal vinden: in restaurants, als taxichauffeurs, schoonmakers. Of, zoals wij, verenigd in een bedrijf: Wens BV.
Zeven djinn. Lang geleden gevangen door één meester. De Zeven van Zaraster, dat waren wij. Eenmaal bevrijd besloten we door te gaan met wensen te vervullen. Omdat we het wilden, niet omdat we gedwongen werden. Zelf te mogen bepalen wie we willen helpen en wie niet.
Ik stap het statige pand van Wens BV in en loop naar mijn kantoor. Mischa wuift naar me wanneer ik langs loop. 'Hey Al. Wat een haast.' Zelfs onder elkaar gebruiken we onze ware namen niet. Je weet nooit wie het toevallig hoort.
'Nieuwe klant.'
Hij trekt zijn wenkbrauwen op. 'Dat moet wat bijzonders zijn.'
'Een betovering.'
'Oh?' Zijn interesse is gewekt. 'Dat hoor je niet vaak meer. Laat me weten als je hulp nodig hebt.'
'Zal ik doen.' Ik doe de deur van mijn kantoor dicht en pak mijn lamp. Zoals altijd geef ik een handkusje naar het portret. Het is twee eeuwen geleden dat ik haar voor het laatst heb gezien, mijn Setareh. Mijn geliefde. Zij die me bevrijd heeft, die daarna verdwenen is.
De groene vlam verschijnt boven de tuit wanneer ik de lamp voor me op mijn bureau zet. Ik bestudeer het nauwkeurig, bekijk de fijne adertjes die er doorheen lopen, turkoois en goud. Het groen is de kracht van de betovering, het goud de spreuk zelf. Het turkoois is de essentie van mijn klant: al wat er nog rest van haar geest. Geen wonder dat ze er zo oud en hopeloos uitzag. Bijna al haar essentie is verdwenen.
Zonder te weten wie mijn klant is wordt het vinden van de dader lastig. Ik moet dus verder kijken. Dieper. De magie zelf analyseren, de spreuk isoleren en terug proberen te voeren naar degene die het uitgesproken heeft. Geen eenvoudige klus.
Terwijl ik mijn latte langzaam opdrink, ga ik aan de slag.
 
Gouden draden van magie, door elkaar gevlochten. Ik pak een van de draden en rol 'm tussen mijn vingers, proef de magie. Dit is een complexe spreuk, gemaakt door een geoefende tovenaar. Oude magie. Niet de magie van een bovennatuurlijk wezen, dat voelt anders. Een mens, een tovenaar, dus. Daar zijn er niet veel van. Ikzelf heb er maar een handvol van gekend. Mijn laatste meester, Zaraster-
Zodra ik dat denk vlamt de draad op, het goud wordt vuur, brandt mijn vingers, schroeit me tot in mijn ziel. Het brandt. Het brandt!
Tegelijkertijd zie ik twee gloeiende ogen voor me en dreunt een zware stem. Ik moet je je vrijheid geven. Dat is de wet. Maar je zult het betreuren.
Ik schreeuw het uit, van pijn, van de schok. Die stem herken ik. Die ogen herken ik.
Ik weet wat er is gebeurd.
 
De deur van mijn kantoor vliegt open, Mischa rent naar binnen, grijpt me vast. 'Al, wat is er?'
'Roep de anderen,' zeg ik hees.
'Waarom? Wat is er?' herhaalt hij. 'Al, je hand-'
Ik wijs op de vlam, op de gouden draden die nog steeds gloeien als een zon. De blaren op mijn vingers zijn minder belangrijk dan dit. 'Ik weet wat er is gebeurd.'
Eén voor één verschijnen ze. Ik spreid mijn armen om ze te begroeten. 'Mijn broeders. Welkom. Ik heb jullie nodig. De tijd is gekomen.'
Met mijn gezonde hand maak ik een gebaar. In het kantoor klinkt het geluid van een telefoon die overgaat. Een keer. Twee keer.
Dan een dunne, wat trillerige stem. 'Hallo? Al, ben jij dat?'
'Ja. Maak je klaar. We gaan halen wat je ontstolen is.'
Ik sta op en kijk nog één keer naar het portretje. Een laatste handkus.
Mijn broeders en ik reiken elkaar de hand.
 
Lang geleden stonden we voor hem. Zeven djinn en mijn geliefde Setareh. Door een list had ze ons bevrijd. Zarasters ogen spoten vuur, maar hij kon ons niets meer doen. Wij hem ook niet, ook al was hij niet langer onze meester. Er zijn wetten waar ook wij ons aan moeten houden. Maar wat deerde ons dat? We verlieten zijn huis, triomfantelijk, vol hoop. Als ik toen had geweten dat ik haar de volgende dag niet meer zou zien, nooit meer zou zien, had ik meer kunnen doen om haar te beschermen?
Ik heb me dat eeuwen afgevraagd. Tijden heb ik naar haar gezocht. Al wat van haar restte was haar portret en mijn herinneringen.
En nu staan we hier weer. Ondanks zijn toverkracht is de man tegenover ons oud geworden. Maar hij heeft nog niets van zijn vuur verloren. Een voor een kijkt hij ons aan. 'Alcor. Mizar. Megrez. Merak. Talitha. Alioth. Dubhe. Wat een onverwacht genoegen. Wat brengt jullie hier? Verlangen jullie ernaar om opnieuw bij mij in dienst te treden? En wie is jullie… vriend?' Hij kijkt met een misprijzende blik naar de vrouw met haar gelige haar en sjofele kleding.
'Dit is mijn klant,' zeg ik terwijl ik haar hand pak. 'Lang geleden is haar iets ontstolen. Haar jeugd. Haar herinneringen. Haar toekomst. Haar leven.'
Hij haalt zijn schouders op. 'Hoe tragisch. En nu willen jullie zeker mijn hulp?'
'Nee.' Ik kan me niet langer beheersen. De woede van eeuwen straalt uit mijn ogen, trilt door mijn stem. Zaraster verstart. 'Mijn klant heeft de wens uitgesproken om wat haar ontstolen is terug te krijgen. Ik ben hier om het te halen.' Ik hef mijn hand. De groene vlam met de vurige gouden draden verschijnt boven mijn verbrande vingers.
Zaraster deinst terug. 'Nee. Nee.'
'Niets heeft de macht om de wens van een djinn te weerstaan.' Ik stap naar voren. Hij wil verder naar achteren deinzen, maar mijn broeders staan in een cirkel om hem heen. Hij kan geen kant op.
Ik leg mijn hand op zijn voorhoofd. De vlam stroomt erdoorheen en neemt de pijn uit mijn vingers mee. Hij schreeuwt het uit.
In één wilde kolkende stroom van goud en turkoois vloeit alles wat Zaraster haar ontstolen heeft terug, door mijn hand, door mijn lijf, via mijn andere arm terug naar mijn klant.
Naar mijn geliefde.
Rimpels verdwijnen. Kleur vloeit terug in het geelwitte haar. De jaren vallen van haar af.
Onder mijn hand zijgt Zaraster ineen. Vijf brandplekken op zijn gezicht waar mijn vingers hem hebben aangeraakt. Zijn magie is uit hem gebrand. Zijn brekende ogen staren langs ons heen.
Het is voorbij.
 
'Je hebt nog twee wensen over,' zeg ik tegen de vrouw die voor me staat. Twee ogen als stralende sterren kijken me aan.
Setareh slaat haar armen om me heen. 'Ik heb ze niet meer nodig. Alles wat ik me kan wensen heb ik hier.'
 
0 Opmerkingen

Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.


Laat een antwoord achter.

    Inhoudstafel fictie
    Oproep verhalen
    AI-gegenereerde fictie
Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch