Out of this World
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch

Out of this World

Inspiratie uit het verleden

8/10/2024

0 Opmerkingen

 
Afbeelding
Johan Klein Hanevelds liefde voor SF ontstond grotendeels na het lezen van bundels als Science-fiction verhalen van Het Spectrum. Onlangs herlas hij deze bundel.
Johan Klein Haneveld - Inspiratie uit het verleden
​
Mijn liefde voor het SF-genre is voor een groot deel terug te voeren op de bundel Science-fiction verhalen van Het Spectrum, en andere SF-bundels die mijn vader in de kast had staan. Ik was zo’n jongetje dat zodra hij leerde lezen alles tot zich nam waar maar letters op stonden. Leeftijdscategorieën, daar hield ik mij niet aan – in de bibliotheek mocht ik al snel boeken voor oudere jongeren lezen omdat ik door de voorraad voor mijn leeftijd heen was. En thuis nam ik elk boek tot me waar ik makkelijk bij kon. Daaronder waren aquariumboeken, de Winkler Prins-encyclopedie, en In de ban van de ring. De bundel ‘Science-fiction verhalen’ van Het Spectrum heb ik als kind en als jonge tiener meerdere malen van voren naar achteren gelezen en maakte grote indruk op me. Ik denk dat mijn liefde voor korte SF-verhalen door deze collectie met 34 SF-verhalen uit de “golden age” en de “new wave” is aangewakkerd. Bovendien vormde deze bundel mijn beeld van wat een goed SF-verhaal is en beïnvloedde zo mijn eigen verhalen. Recent vond ik deze anthologie op een site voor tweedehands boeken. Het leek me leuk hem nog een keer te lezen en te kijken of de verhalen die me nog bijstonden, de tand des tijds hadden doorstaan, of er verhalen waren die me destijds niet aanspraken en me nu meer te zeggen hadden en of ik invloeden merkte op mijn eigen oeuvre. Daarbij kwam ik tot een paar verrassende conclusies.
 
  1. ‘Ik liet hem achter in Damascus’ (Poul Anderson) Dit verhaal was me bijgebleven. Ik associeer Anderson met avontuurlijke ruimteverhalen, maar dit is een tijdreisverhaal. Wat ik vooral had onthouden was de schok van het einde. Deze bundel leerde me dat SF-verhalen lang niet altijd “goed” aflopen, maar dat een “slecht” einde juist heel sterk kan zijn. Je gaat er ook zelf over nadenken: hoe zou ik mezelf kunnen redden als ik opeens in een heel andere tijdsperiode beland?
  2. ‘Wonen waar nog ruimte is’ (Isaac Asimov) Ook dit verhaal had ik onthouden, maar ik dacht dat ik het bij herlezen niet meer zo goed zou vinden, omdat het idee en het einde vergezocht zouden zijn. Maar Asimov is er goed in zijn verhaal te ondersteunen met overtuigend klinkende speculaties. Hij zorgt bovendien dat de wending voortkomt uit het verder doortrekken van de in het verhaal geponeerde theorie. Dus ook al gaat het over purperen monsters met drie ogen, het voelt toch als een logische conclusie …
  3. ‘De verdronken reus’ (J.G. Ballard) Deze vertelling liet bij mij als kind en tiener na lezing al een melancholisch gevoel achter. Iets moois dat de individuele mens overstijgt wordt eerst gekoloniseerd, dan beschadigd en vervolgens geëxploiteerd en er blijft niets over. Veel verhalen in deze bundel hadden een weemoedige sfeer. Ze waren kritisch op hoe de mens omging met de natuur en verlangden terug naar eenvoudigere tijden waarin het normale leven meer betekenis leek te hebben. De oude SF was kritisch ten opzichte van technologie en vooruitgang ten koste van alles. Dit sprak mij toen (en nu) ook aan.
  4. ‘Knock out’ (James Blish) Deze was ik vergeten. En terecht. Ook al heb ik andere verhalen gelezen van Blish die ik kon waarderen. Een eenvoudig SF-verhaal waarbij de wending niet echt goed onderbouwd werd. Eigenlijk een leeg verhaal, dat niet echt iets te zeggen heeft. Met het basisidee had veel meer gedaan kunnen worden.
  5. ‘Stralende feniks’ (Ray Bradbury) Bradbury is altijd al een geweldige schrijver geweest. Dit is een voorloper van zijn bekende Fahrenheit 451 en gaat over een bibliotheek. Als boekenliefhebber sprak me dit als kind al aan (de gedachte dat boeken vernietigd zouden worden blijft verontrustend). Maar het idee is duidelijk veel beter uitgewerkt in het langere werk. Hier is het vooral poëtisch, maar dat de boekenliefhebbers uiteindelijk met rust worden gelaten overtuigt me niet.
  6. ‘Er zit geen toekomst in’ (John Brunner) Ook weer een die me niet echt was bijgebleven. Ook weer een wat flauw SF-verhaal. Het idee is te vanzelfsprekend (een tijdreiziger wordt aangezien voor een demon) en de auteur doet alsof hij iets met zijn verhaal wil zeggen, maar de boodschap vatte ik in elk geval niet. Deze is door de tijd ingehaald.
  7. ‘De ster’ (Arthur C. Clarke) Dat geldt niet voor deze, want bij herlezing kwam dit verhaal nog net zo hard bij me binnen. Zo’n verhaal dat je in de laatste regels een stomp in de maag uitdeelt, die je bovendien nog lang doet nadenken over de conclusie. Ik voelde me als gelovige niet aangevallen, maar wel uitgedaagd. Voor mij is dit zowat het platonische ideaal van een SF-verhaal, met een innemend karakter geconfronteerd met een situatie die zijn wereldbeeld op de kop zet.
  8. ‘Drijfglas’ (Samuel R. Delany) Als kind/jonge tiener kon ik dit verhaal niet werkelijk waarderen. Ik snapte het volgens mij niet helemaal. Maar nu als volwassene vond ik het prachtig. Van de verhalen in deze bundel was dit degene met de meest literaire schrijfwijze. De relaties tussen de personages, de duiker die niet meer de zee in kan door zijn verwonding, het  glas dat door de golven is glad geschuurd … Dat kan ik nu als meer ervaren lezer meer waarderen dan toen het me puur om het verhaal ging. Een prachtig beeldende vertelling over universele menselijke emoties in een bijzondere toekomst. Ik moet nodig meer van Delany lezen.
  9. ‘Herinneringen en gros’ (Philip K. Dick) Dit was de inspiratie voor de film Total Recall. Hij stond me nog bij, maar wat ik vergeten was, was het seksisme - vrouwen lopen rond met ontbloot bovenlichaam waarbij ze hun borsten een kleurtje hebben gegeven, maar mannen gaan gewoon in pak. Een beetje een onplezierig verhaal, als is het spel met wat waar is en niet waar wel boeiend.
  10. ‘Met computers valt niet te praten’ (Gordon R. Dickson) In een tijd waarin zelfs Facebook steeds onredelijker wordt en een AI de teksten van Biblion schrijft, is dit verhaal alleen maar relevanter geworden. Een verhaal in teksten van advocaten en systemen laten zien dat als de menselijke kant ontbreekt, een klein foutje tot een groot probleem kan uitgroeien …
  11. ‘198 … 199’ (Thomas M. Disch) Deze was ik vergeten. Ik kon hem nu ook niet echt waarderen. De enige overlevende man op Aarde na een kernoorlog, hoort opeens de telefoon overgaan … Ja, de paranoia en het schuldgevoel zijn relevant, maar hier vond ik het wel een beetje raar dat de vrouw de man omdat hij soldaat was, ervan beschuldigde oorzaak van de oorlog te zijn. Hele samenlevingen zijn schuldig. Niet heel overtuigend.
  12. ‘Het gezicht op de foto’ (Jack Finney) Ik weet nog dat ik deze vroeger las en erom moest glimlachen. Maar in feite lijkt hij nogal veel op het openingsverhaal van de bundel en stelt het plot weinig voor.
  13. ‘De strop’ (Miriam Allen deFord) Deze herinnerde ik me wel heel goed. Een SF-verhaal over een buitenaardse beschaving en hun strafrecht. Maar eigenlijk gaat het daar niet over, maar over wat mensen elkaar kunnen aandoen, puur om elkaar dwars te zitten. De auteur toont een scherp psychologisch inzicht en de wending is sterk (want die zegt tegelijk iets over de buitenaardse cultuur en over de relatie tussen de menselijke personages onderling).
  14. ‘Zuur wittebrood’ (Joseph Green en James Webbert) Ook deze was ik vergeten en ook dit keer bleek het terecht. Nogal ouderwetse ideeën over man/vrouw-verhoudingen en over kolonisatie. De wending is te vanzelfsprekend om de lezer lang bij te blijven.
  15. ‘Een rond biljart’ (Steve Hall) Een sterk verhaal dat me een grijns opleverde, maar niet meer.
  16. ‘De dode planeet’ (Edmund Hamilton) Deze herinnerde ik me ook, vooral door de wending. Astronauten bezoeken een planeet waar de hele beschaving verdwenen is, maar het zit anders in elkaar. Het verhaal maakte op mij nu een minder diepe indruk dan toen. Misschien vooral omdat de dode beschaving zichzelf wel heel wat vindt …
  17. ‘De tocht’ (Lee Harding) Dit verhaal maakte een hele diepe indruk op me. Het is een van die verhalen met een melancholische kern – de schrijver is bezorgd over de manier waarop techniek de natuur wegdrukt, in de wereld en in ons leven. De hoofdpersoon reist de wereld over op zoek naar iets dat nog “echt” is. Hij ontdekt het laatste overgebleven park … Bij herlezen werkte het verhaal minder goed dan het in mijn herinnering deed. Ik was zelfs enkele plotwendingen helemaal vergeten! Het was me bijgebleven vooral omdat het iets in mijn psyche aansprak, niet omdat het zelf zo briljant was.
  18. ‘Ik doe altijd wat Teddy zegt’ (Harry Harrison) Dit is een objectief briljant verhaal en ook weer een met een duistere wending. Iets dat veel vaker voorkomt in de bundel! Ouders doen een experiment met de opvoeding van hun kind, zodat het later iets voor ze kan doen … Ik denk niet dat het geweten zo door één bron gevormd kan worden, maar Harrison bouwt het heel goed op en maakt duidelijk dat het geen goede zaak is mensen tot instrumenten te maken.
  19. ‘De donkere holen van Luna’ (Robert A. Heinlein) Een tegenvaller. Ik was hem ook vergeten en dat bleek terecht. Wat een misogyn verhaal. Ja, het was het perspectief van een tienerjongen, maar de auteur laat nergens zien dat hij het met hoe hij naar zijn moeder kijkt bij het verkeerde eind heeft. Dit is een verhaal dat (in elk geval bij mij) een vieze smaak in de mond naliet.
  20. ‘Iets stralends’ (Zenna Henderson) Wow! Ook een verhaal waarbij een element mij decennia lang was bijgebleven. Een romantisch gegeven, het verlangen naar een mooiere wereld, de kans er terug te keren. Maar hier bleek het verhaal voor mij als volwassen lezer nog mooier. Henderson weet het leven in de Verenigde Staten tijdens de grote depressie prachtig op te roepen met levendige beelden en kan zich ook in het perspectief van een jong meisje verplaatsen, dat in een situatie terechtkomt waar ze zich niet heel zeker over voelt. Henderson mag best wel weer herontdekt worden. Ik zou graag meer van haar lezen!
  21. ‘Bloemen voor Algernon’ (Daniel Keyes) Dit is ook zo’n verhaal dat beter is als je het leest als volwassene. Een terechte klassieker. Als kind en tiener vond ik het vooral tragisch hoe de hoofdpersoon eerst intelligent wordt en vervolgens zijn intellect kwijtraakt. Maar dat is niet de kern van het verhaal en waarom het zo tragisch is. Nu kwam het onrecht waar het eigenlijk om gaat wel bij me binnen.
  22. ‘Laatste kans’ (J. Francis McComas) Een fascinerend verhaal over gevangenissen en strafrecht. Een beetje prekerig over verschillende mensbeelden. Maar ik vond het in essentie wel mooi. De gevangenisdirecteur, de artsen en geestelijk verzorgers zien de gevangenen als mensen, ten opzichte van wie ze zich vooral menselijk willen gedragen.
  23. ‘Dobberen in de hel’ (Larry Niven) Ook weer een tegenvaller. De beschrijving van Venus sprak me aan (ik denk dat dit verhaal me inspireerde tot een van mijn eerste SF-verhalen) maar ook hier draait het plot om een technisch detail en de wending vond ik niet echt boeiend.
  24. ‘De kleine wereld van Lewis Stillman’ (William F. Nolan) Opnieuw een duister, grimmig verhaal. Deze vond ik spannend als kind en tiener. Opnieuw weet ik niet of de ideeën over opvoeding of maatschappelijke invloed in dit verhaal geheel kloppen, maar de eenzaamheid van de hoofdpersoon was invoelbaar en het eindigde als een horrorverhaal.
  25. ‘De laatste salamander’ (John Rakham) Deze herinnerde ik me weer, maar ik hield toen al van verhalen over buitenaardse levensvormen (al is dit eigenlijk eerder een buitentijdse levensvorm). En het verhaal bevatte de trieste kern van iets dat de mensheid bedreigt en dus vernietigd moet worden, maar waarvan de hoofdpersoon weet dat daarbij iets verloren gaat dat niet meer terug kan komen.
  26. ‘Voor wat hoort wat’ (Lester del Rey) Opnieuw een verhaal waarvan ik me elementen herinnerde, vooral vanwege het melancholische romantische gevoel, het idee dat de mens door de technologie het contact met iets essentieels in zichzelf is kwijtgeraakt. Bij herlezing is dat element nog wel sterk verwoord, maar het plot zelf vond ik wat rechtlijnig en niet zo heel boeiend meer.
  27. ‘Een geboren verrader’ (Mack Reynolds) Een cynische schurk ontsnapt uit de rechtszaal en probeert zijn kant van het verhaal te vertellen voor hij opnieuw gepakt wordt. Een paar mooie wendingen, maar het verhaal blijft een cynische toon houden.
  28. ‘Pelgrimstocht naar Aarde’ (Robert Sheckley) Satire die ik was vergeten. Over iemand van een achterafplaneet die op Aarde de liefde wil vinden. Het cynisme druipt eraf en het einde vond ik eigenlijk nogal vrouwonvriendelijk.
  29. ‘Opa’ (James H. Schmitz) Dit verhaal was de reden dat ik de bundel opnieuw wilde aanschaffen. Bovendien heeft dit verhaal over een bijzonder buitenaards ecosysteem, dat de hoofdpersonen moeten leren kennen om te kunnen overleven, mijn eigen SF-verhalen diepgaand beïnvloed. De buitenaardse ecologie in dit verhaal is goed verzonnen en beschreven. Bij herlezing snapte ik het zelfs beter omdat ik als kind/jonge tiener een zijdelingse opmerking eerder in het verhaal gemist had. Daardoor dacht ik altijd dat een element niet verklaard werd, maar ik had het mis. Het maakte het verhaal nog sterker. Voor mij een blijvende klassieker.
  30. ‘Geen eigen leven’ (Clifford D. Simack) Ook al gaat dit verhaal over kinderen, toch was ik het helemaal vergeten. Maar dit is ook zo’n verhaal dat ik nu als volwassene pas waardeer (zelfs al gaat het over kinderen). Simack kan het nostalgische plattelandsleven als geen ander oproepen. Zijn taalgebruik is beeldend en zijn personages (zelfs al zijn het buitenaardse wezens) gedragen zich als echte mensen. Ik herlas het met een brede glimlach.
  31. ‘Entrepot’ (Henry Slesar) Ik dacht dat ik dit verhaal had vergeten, maar bij het lezen herinnerde ik het me weer. Ook weer een verhaal met een grimmige wending. De scheidslijn tussen SF en horror is dun, heb ik altijd geweten. Voor mij was het dan ook een kleine stap om naast SF ook horror te gaan schrijven, want veel SF-concepten kunnen nare consequenties hebben. Hier ontdekt een dokter dat er iets mis is met een patiënt … Ik zal het einde niet verklappen.
  32. ‘Handel in vrees’ (Theodore Sturgeon) Dit is ook satire, net als het verhaal van Sheckley, maar dit heeft zijn zeggingskracht niet verloren. Sturgeon bouwt het briljant op. Als kind snapte ik het niet helemaal, maar vooral na de laatste jaren vol “fake news” en “conspiracy theories”, begrijp ik helemaal wat Sturgeon bedoelde met zijn “handel in vrees”. De beste SF-verhalen zijn blijvend actueel.
  33. ‘Gevoelscircuit’ (John Wyndham) Ik ben fan van John Wyndham en ik weet dat het einde van dit verhaal op mij als jeugdige lezer veel indruk maakte. Ondertussen heb ik echter dit soort verhalen van veel meer schrijvers gelezen, ook Nederlandse. Het idee was misschien nieuw toen Wyndham het schreef, maar het voelde niet langer verrassend.
  34. ‘Sleutels tot december’ (Roger Zelazny) Ah, ik wist niet meer dat dit verhaal in deze bundel stond. Ik was er echter lang naar op zoek, omdat dit een van de verhalen uit mijn kinder/tienertijd was dat het meeste indruk op me maakte. Het gaat namelijk over ‘terraformatie’ – wezens laten een planeet afkoelen en de natuurlijke flora en fauna evolueert. Maar hoelang kunnen de soorten zich aan een steeds kouder klimaat blijven aanpassen? De beschrijvingen van een buitenaardse natuur maakten op mij (natuurlijk) diepe indruk. Pas nu, als volwassen lezer, zag ik de parallellen met de hoofdpersonen die ook waren aangepast en geen plek hadden waar ze thuishoorden. Zelazny weet grote thema’s aan te snijden in zijn verhaal, een hele planeet over een periode van duizenden jaren, maar het gaat uiteindelijk om het geweten van een van de personages.
 
Het was fascinerend om zoveel thema’s die mijn eigen verhalen kenmerken, zoals existentiële eenzaamheid, weemoed om de vernietiging van de natuur, buitenaardse ecosystemen en duistere wendingen in verhalen (vooral als het om dystopische samenlevingen gaat) in deze bundel terug te vinden. Dat hij me heeft beïnvloed moge duidelijk zijn. De meeste verhalen die me niet waren bijgebleven bleken terecht het vergeten waard. Maar een aantal verhalen kon ik nu als volwassene beter waarderen – ik had meer oog voor het proza en kon het psychologische realisme beter op waarde schatten. Ik heb als lezer dus een ontwikkeling doorgemaakt. Hopelijk vertaalt die zich ook weer in mijn schrijven!
0 Opmerkingen



Laat een antwoord achter.

Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch