Out of this World
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch

Van deze wereld

Mainstream literatuur

Laura Scheepers - Het beest

4/10/2026

0 Opmerkingen

 
Het donkere beest
Dat depressie heet
Maakt je neerslachtig
En onverschillig
 
Het zwarte beest
Dat depressie heet
Maakt je somber
En vreselijk moe
 
Het duistere beest
Dat depressie heet
Maakt dat niks meer
Leuk of lekker is
 
Het doffe beest
Dat depressie heet
Maakt de wereld grauw
En ontoegankelijk
 
Het ongure beest
Dat depressie heet
Maakt van iedere taak
Een onoverkomelijk obstakel
 
Het kille beest
Dat depressie heet
Maakt je leven
Uitzichtloos en koud
 
Het boze beest
Dat depressie heet
Maakt je kregel
Geïrriteerd en moedeloos
 
Het troebele beest
Dat depressie heet
Is hardnekkig
En lastig te verslaan
 
Omarm het beest
Maar voer het niet
En probeer met kleine stapjes
Het beest elke dag weer
Een beetje kleiner,
Een beetje lichter,
Een beetje minder gevaarlijk te maken

0 Opmerkingen

Frank Beckers - DRUKTE #5

27/9/2026

0 Opmerkingen

 
De leerkracht heeft het druk. Hij is druk bezig met vergaderen, overleggen, documenteren, evalueren, toelichten, rapporteren en zich verantwoorden. Ook moet hij afwezigheden noteren, prestaties bijhouden, agenda’s beheren en de orde bewaken. Daarnaast moet hij lessen voorbereiden, schema’s uitschrijven, plannen, surveilleren, remediëren, ouders spreken en dossiers bijhouden, opvolgen en up-to-date houden. Verder moet hij zich bijscholen, cursussen volgen en levenslang blijven studeren.
​
De leerkracht zou ook nog wel eens willen lesgeven. Maar vooraleer hij inspirerend les kan geven, heeft hij het eerst nog veel te druk met alle regels op te volgen en alle vereiste formulieren in te vullen.
0 Opmerkingen

Marius Vahlkamp - Felicitaties

17/9/2026

0 Opmerkingen

 
Op haar Facebookprofiel staat de teller op tweeënzeventig. Zoveel mensen hebben Anya gefeliciteerd met haar verjaardag. Dat varieert van een sober ‘Gelukkige verjaardag’ via een keurig ‘Proficiat, Anya’ tot een warm ‘Van harte met je verjaardag’. Anya is intussen meer dan twee jaar overleden. Ik staar naar de brede lach op haar gezicht; haar blik ontwijk ik. De profielfoto werd genomen in Luzern. We gingen erheen toen we geld hadden. We gingen niet vaak.
Wat moet ik haar wensen, vraag ik me af. Welke woorden doen haar recht? Heel ver beneden in de lijst met felicitaties heeft iemand geschreven: ‘In gedachten ben ik bij je.’ De inversie maakt het dramatisch. Of wollig, ik weet het niet. Katrien heet ze, zie ik. Ik klik op haar naam. O ja, ik heb haar wel eens gezien op een wijkbarbecue. Die keer dat Anya net dat ene glas te veel rode wijn had gedronken. Heerlijke avond. Ik herinner me Anya's sensuele rode jurk met een opengewerkte rug. En hoe wij na afloop van het feest, toen ook Eenzame Jorg eindelijk vertrokken was, in haar woonkamer dansten, steeds dichter bij elkaar. Hoe ik haar uit haar jurk hielp, een beetje wankel op mijn benen. En hoe we toen gingen zoenen, heel nat, en de rest. Natuurlijk ook de rest.
‘Tot de volgende dans, lieveling,’ schrijf ik. Dan wil ik de laptop dichtklappen, maar ik bedenk me en ga naar plaatjes van naakte vrouwen kijken.
0 Opmerkingen

Finn Audenaert - Dadendrang

10/9/2026

0 Opmerkingen

 
daverend op je bed
voel ik dadendrang
 
je bent op meidenweekend
dus is er tijd voor An
 
ze draagt nu je parfum
ik mis je heus echt wel
 
maar ben ik diep in slaap
appt ze jou – de del
 
vreugde in de wellness
je beau blijkt advocaat
 
zo krijg jij de Lexus
en zit ik op zwart zaad
0 Opmerkingen

Luc Vos - Verhuizen

31/8/2026

0 Opmerkingen

 
Afbeelding
'Mama, ik wil hier blijven.’
Het meisje kruist haar handen voor haar borst, gaat ostentatief voor de stapel dozen staan. Haar moeder bijt op haar lip, verdringt de beelden van haar ex die in dit huis herinneringen en andere dingen maakte met de twintig jaar jongere buurvrouw.
'Lieverd, daar hebben we het over gehad. We kunnen hier niet blijven.’
'Je doet dit om papa te pesten. Maar hij deed toch niets verkeerd? En ik krijg een zusje. Dat is toch fijn.’
De bloedsmaak in haar mond vergroot de woede.
’Hier is geen plaats voor een hondje.’
‘Echt? Gaan we?’
0 Opmerkingen

Patrick Van de Wiele - ESSEF

29/8/2026

0 Opmerkingen

 
Zeg me, welk deel van de geest,
Drijft ons het meest
Tot het schrijven van essef
Een genre met het besef
Dat een verwrongen realiteit
Uitmondt in een bizarre strijd
Tussen fictie en werkelijkheid?
0 Opmerkingen

Marius Vahlkamp - Bestaansrecht

21/8/2026

0 Opmerkingen

 
In het ongenadig grote raam aan de overkant zag ik
je silhouet, je onbestemdheid gevangen in een scherp contour,
voorbij de waslijn met het overhemd van je man, de grote potplant
die niet lang meer te gaan heeft, het verkleurde speelgoed
van je kind of kinderen, ik doe niet aan tellen,
alleen aan dromen.
 
Je draagt zijn hemden, zijn broeken,
zijn riem, voor mij, en als ik op die glorieuze dag bij je aanbel,
zal ik een na een zijn stukken aan de lijn hangen en dan –
dan ben je mijn stuk, helemaal van mij,
weg met ongenade, hobbelpaard, en hangende bladeren.
 
Dansen zullen we langs de balustrade, steeds wilder,
tot je je man en kroost vergeet,
tot ik je omnoem, je bestaansrecht geef
en jij zal heten: de ware.
0 Opmerkingen

Luc Vos - Vormen

17/8/2026

0 Opmerkingen

 
Afbeelding
Warm word ik van perfecte vormen. Naar een vierkant met exact gelijke lijnen, tot op de nanometer, kan ik uren kijken. Opgewonden word ik van volmaakte cirkels. Ik kijk van dichtbij, neem wat afstand, de perfectie blijft. Combineren is de max. Ellipsen die overlappen met parabolen, aangevuld met driehoeken, prisma’s en parallellogrammen. Het woord alleen al. Opwinding doet mijn hart sneller slaan. Speeksel komt in mijn mond.
De wereld van de geometrische vormen is hemels.
Ook ik beschik over enkele lijnen, en heel wat cirkels. Maar warm word ik niet van de wiskundige vormen voor mij in de spiegel. 
0 Opmerkingen

Hay van den Munckhof - Umars opdracht

15/8/2026

0 Opmerkingen

 
Cordoba, 892

Gelaten wacht Umar op zijn beurt om voor de troon van Abdullah ibn Muhammad, de zevende emir van Al Andalus, te verschijnen.
            De man voor hem, een hevig zwetende paleisdienaar, jammert luid als de wachten hem na zijn veroordeling wegsleuren. Umar voelt geen spoor van mededogen. Wie zal straks ook maar één traan om hém laten als de beul zijn hoofd van de romp scheidt?
            Een dreunende gongslag. De wachter achter hem geeft Umar een stomp in zijn rug ten teken dat hij naar voren moet. Terwijl de aanklager zijn naam en de aanklacht voorleest, is hij al onderweg naar de tegels voor de trappen die naar Abdullah’s troon voeren. Daar knielt hij neer, buigt en drukt zijn voorhoofd tegen de koude steen.
            De emir spreekt. Zijn stem klinkt zacht en zalvend. Toch kan Umar door de perfecte akoestiek van het gewelf achter hem elk woord duidelijk verstaan.
            ‘Aha, ik zie hier een van mijn eigen lijfwachten. Dat gebeurt bepaald niet elke dag. Farouk. Het maakt mij nieuwsgierig. Vertel mij wat deze Umar misdaan heeft.’
            De aanklager, een lange man met een kromme neus en borstelige wenkbrauwen, staat op een verhoging die geheel in het niet valt bij Abdullah’s troon. Op luide toon licht hij de aanklacht toe.
         ‘Umar heeft als lijfwacht van de emir zijn heer en heel diens familie op een afschuwelijke manier beledigd. Hij deed een poging om Darya, een van zijn vrouwen, te verleiden. Zij vertelde dat deze lijfwacht haar voorstelde om een stil vertrek in de harem op te zoeken. Natuurlijk weigerde Darya dat. Zij waarschuwde meteen het hoofd van de eunuchen en vertelde hem alles. Slechts één straf is in dit geval passend. Umar zal eindigen aan de galg. De genade van het zwaard zal hem niet vergund worden. Dit vonnis stel ik ter bekrachtiging aan u voor.’
         Umars bloed kookt van woede. Aan de galg eindigen alleen de laagste misdadigers. Voor een paleiswacht is het de ultieme schande om zo te sterven in plaats van door het zwaard.
            Zonder nadenken komt hij overeind en spreekt de emir rechtstreeks aan.
            ‘Heer Abdullah, luister naar wat uw nog altijd trouwe dienaar hierop te zeggen heeft.’
          Een zichtbaar ontstelde aanklager gebaart naar de wachters dat ze de gevangene de mond moeten snoeren. De emir echter steekt gebiedend zijn hand op. ‘Niet zo haastig, Farouk,’ zegt hij. ‘Ik wens het verhaal van deze man aan te horen.’
           ‘Ik deed dienst voor de hoofdingang van de harem,’ begint Umar. ‘Darya sprak mij na de aflossing van de wacht aan. Ze schaamde zich, vertelde zij, omdat ze nog niet werd gekozen om met u het bed te delen. Ze voelde zich eenzaam en werd gek van verveling. Niemand zal het ooit weten als je mij ter wille bent, waren haar letterlijke woorden. Natuurlijk ging ik niet op haar aanbod in. Als uw lijfwacht weet ik welke straf op zoiets staat. En om eerlijk te zijn, ik vond Darya veel te lelijk om mijn leven op zo’n onnozele wijze te riskeren.’
          Tot op dit moment zat de emir er ongeïnteresseerd bij. Maar terwijl Umar spreekt, verandert zijn houding. Hij gaat rechtop zitten en kijkt zijn lijfwacht aan.
           Langzaam wordt zijn gezicht rood. Na Umars laatste woorden ontsnapt van ergens diep achter in zijn keel een bulderende lach. Vanuit het gewelf achter de troon weerkaatst die zo luid dat het bijna pijn doet aan de oren.
            Het duurt een hele tijd voordat heer Abdullah is bedaard. Hij grijpt naar zijn buik alsof hij iets verkeerds gegeten heeft, zucht eens diep, wrijft door zijn ogen en is dan pas in staat om weer normaal te spreken.
            ‘Farouk, vertel eens. Wat denk jij hiervan? Probeert deze lijfwacht met dit verhaal zijn huid te redden of spreekt hij de waarheid?’
             ‘Heer, hoe zou ik nu aan het woord van een van uw vrouwen kunnen twijfelen?’
             De emir glimlacht hem minzaam toe.
          ‘Mijn beste Farouk, natuurlijk mag jij niet aan Darya’s woorden twijfelen. Maar ikzelf mag dat wel. Volgens mij heeft deze lijfwacht niet enkel moed en mensenkennis, maar ook nog eens een goede smaak. Hij begreep meteen waarom Darya mijn bed nog niet deelde.’
            Peinzend kijkt de emir Umar aan. ‘Vrijspreken kan ik deze lijfwacht niet. Maar ik zal zijn vonnis wel aanpassen. Morgen vertrekt hij naar de landen van de christenen. Brengt hij mij deze of uiterlijk de volgende maan een roodharig meisje dat in bed net zo vurig is als de verhalen daarover vertellen, dan zal ik dat zien als een teken van Allah. Dan neemt zij Darya’s plaats in. In dat geval wordt Umar opnieuw een van mijn lijfwachten. Sterker. Dan verdient hij een hogere rang dan die hij nu verloor.’
           
                                                                   ~~~~
 
De volgende morgen wordt Umar naar de stallen van Abdullah’s garde gebracht.
            ‘Ik wil mijn eigen paard,’ verklaart hij, ’en daarnaast een makke en sterke merrie.’
           De stalmeester knikt. ‘Vertel me wat je verder mee wilt nemen, Umar. Ik laat er meteen voor zorgen. Moge Allah je pad verlichten.’
          Zes jaar lang diende Umar in het leger van de emir en hij kent bijna alle paden in het niemandsland tussen het emiraat en het land van Alfonso, de christelijke koning van Léon. Het kost hem dan ook geen moeite om de juiste route aan te houden. Vier dagen na zijn vertrek uit Cordoba nadert hij de eerste nederzetting. In een wijde boog trekt hij er omheen en gaat verder naar het noorden, want alle plaatsen langs de grens van Léon zijn omgeven met hoge muren en worden dag en nacht bewaakt. Bovendien weet hij van de slavenhandelaren en bordeelhouders in Cordoba dat alleen in het uiterste noorden van de christelijke gebieden, dichtbij Navarra en het land van de Franken, veel vrouwen met blond of rood haar te vinden zijn.
 
                                                                   ~~~~
 
Op de achtste dag na zijn vertrek, als de zon al naar de horizon zakt, ziet Umar in de verte rook kringelen. Hij leidt de paarden weg van het pad en maakt een omtrekkende beweging. In een groene kom tussen hoog struikgewas bindt hij de paarden zo aan een boom dat ze in zijn afwezigheid kunnen grazen. Te voet gaat hij verder, totdat hij de rand van een dichtbegroeide rots bereikt, die een perfect uitzicht biedt op het dorp beneden hem.
            Vrouwen halen water bij de put op het dorpsplein. Bejaarde mannen zitten onder de platanen te kletsen. Maar ook jongeren lopen er genoeg rond, zowel jongens als meisjes.
          Eén van die meisjes valt Umar meteen op. Heel haar houding en manier van lopen bewijst dat ze graag gezien wordt. Ze lijkt wel gewichtloos over het plein te zweven, terwijl lange, rode krullen in een krans rond haar hoofd dansen. Even later verdwijnt ze in een woning aan de dorpsrand. Umar weet genoeg. Dit meisje zal de emir zeker bevallen.
            Geduldig wacht hij op het vallen op de duisternis. Tot zijn genoegen verschijnt er een smalle maansikkel aan de met sterren bezaaide hemel, net genoeg om hem de weg te wijzen, te weinig om zijn aanwezigheid te verraden. Niet veel later bereikt hij de woning waar hij het meisje naar binnen zag gaan. Hij telt drie ramen, twee aan de straatzijde en één aan de achterzijde. Op dat laatste gokt hij. Het is een zwoele avond en opnieuw lacht het geluk Umar toe. De luiken staan gewoon open…
 
Het meisje ligt met de rug naar hem toe. Een streep maanlicht valt op haar rode haarbos. Terwijl Umar door de raamopening klimt, draait ze zich om en opent haar ogen. Voordat zij beseft wat er gebeurt, is hij bij haar, slaat een hand voor haar mond en plant de punt van zijn mes tegen haar keel. Als verlamd, haar ogen wijd opengesperd, blijft ze liggen.
            Nu volgt het moeilijkste gedeelte; het meisje naar buiten krijgen zonder haar ouders te wekken. Maar Umar is lenig en het meisje blijkt verstandig genoeg om haar leven niet op het spel te zetten door zich te verzetten of alsnog te gaan gillen.
            Zo gauw ze buiten zijn, klinkt een paar woningen verder een klagelijk gejank, gevolgd door luid geblaf. Umar pakt het meisje bij de arm en dwingt haar om het naast hem op een lopen te zetten naar het struikgewas buiten het dorp.
            Iemand achter hen schreeuwt. Als de dorpsbewoners beseffen wat er gebeurt en hun honden achter hem aan sturen, is hij verloren. Maar het lijkt erop dat de schreeuwende man alleen maar boos is op de hond die zijn slaap verstoorde. Het dier jankt nog één keer kort en luid, waarschijnlijk vanwege een stevige trap. Dan is alles weer stil. Zonder verdere problemen bereiken ze de paarden.
 
                                                                   ~~~~
 
Acht dagen achter elkaar wakker blijven is onmogelijk. Daarom moet Umar het meisje elke avond opnieuw zo vastbinden dat ze zich niet tijdens zijn slaap kan bevrijden. Hij ziet al snel hoe wreed dat is. Het sloopt haar krachten. Overdag heeft zij de grootste moeite om niet van haar toch zo rustige merrie af te vallen. Ook valt het hem nu pas op hoe jong dit meisje nog is. Al zijn haar heupen breed genoeg en haar borsten rond en welgevormd, zij telt duidelijk minder jaren dan zijn zus Jamilah. Bij die laatste gedachte schaamt Umar zich plotseling vreselijk. Wat zou hij doen als hij een man te pakken kreeg die zijn zuster als een stuk vee ontvoerde om haar uit te leveren aan een wellustige oude man als emir Abdullah?
         Even komt hij in de verleiding om het meisje gewoon weer te laten gaan. Maar wat dan? Dan vergooit hij zijn eigen leven.
          Terwijl ze tegenover elkaar zitten om wat te eten, wijst hij in een opwelling naar zichzelf. ‘Umar’, zegt hij. Dan richt hij zijn vinger op het meisje en kijkt haar vragend aan.
         ‘Eguskina,’ zegt ze meteen. Er klinkt opluchting door in haar stem. Ze zal denken dat iemand die haar naam wil weten haar wel niet zal verkrachten. Echt angstig lijkt ze niet langer te zijn. Verbeeldt hij het zich, of ziet hij zelfs even iets van spot in haar blik?
          Hoe dichter ze bij Cordoba komen, hoe schuldiger Umar zich voelt. Als ze zestien dagen na zijn vertrek de hoofdpoort van de stad achter zich laten en bij het paleis halthouden, is hij zo verdoofd en in de war dat hij geen antwoord geeft op de vragen van de wachters. Maar die herkennen hem en schrijven zijn zwijgen aan uitputting toe. Ze leiden hen naar binnen.
 
                                                                   ~~~~
 
Opnieuw knielt Umar neer voor Abdullah’s troon. Eguskina staat roerloos naast hem.
            ‘Je hebt mij aangenaam verrast, Umar,’ zegt de emir. De inwoners van Léon bewaken hun land angstvallig en haten ons als de pest. Toch ben je er in geslaagd om je opdracht naar mijn volle tevredenheid uit te voeren. En ook je gevoel voor smaak is meer dan uitstekend. Je hebt me een zeldzaam juweeltje bezorgd. Daarom neem ik je weer in genade aan. Vanaf nu maak je weer deel uit van mijn persoonlijke lijfwacht.’
            Umar drukt zijn hoofd tegen de koele steen. Hij zou dankbaar en opgelucht moeten zijn, maar hij voelt zich alleen maar ellendig. Van de eunuchen weet hij hoe Abdullah is. Ook met een nog zo jong meisje als Eguskina gaat hij alles doen wat Allah verboden heeft. Hij voelt haar blik op zich gericht. Het brandt een heet gat in zijn ziel. Als Eguskina werkelijk bij Abdullah in de smaak valt, kan dat haar leven in een hel veranderen.
            Met moeite slaagt Umar er in om zijn verwarring niet al te erg te laten blijken.
            ‘Uit naam van Allah dank ik u voor uw genade, mijn Heer,’ stamelt hij.
 
                                                                   ~~~~
 
Pas tegen de avond van de vierde dag ziet hij Eguskina weer. Tussen twee eunuchen in loopt zij naar Abdullah’s vertrekken. De volgende morgen wordt ze, alweer tijdens zijn wacht, teruggeleid. Umars hart gaat als een razende tekeer als hij haar langs ziet komen. Ze oogt vermoeid en kijkt hem slechts een ogenblik aan.
         Dat gaat zo een aantal dagen door. Telkens maakt Eguskina een meer uitgeputte indruk. Umar wordt steeds wanhopiger. Om zichzelf te redden heeft hij een onschuldig meisje in het ongeluk gestort. Hij kan slechts één manier bedenken om na zijn dood alsnog met een zuiver geweten voor Allahs troon te verschijnen; het meisje moet terug naar huis…
            Hij bedenkt een driest vluchtplan, dat echter alleen kans van slagen heeft als Eguskina voorbereid is en weet wat haar te doen staat als het zo ver is. Maar hoe vertelt hij haar dat als ze elkaars taal niet spreken? Het kost hem niet zo veel tijd om een oplossing te bedenken. Cordoba is na Bagdad de grootste stad ter wereld. Er is dus zeker wel iemand te vinden die de taal van Léon spreekt en die ook kan schrijven.
         Na zijn dienst gaat Umar naar de slavenmarkt, op zoek naar een handelaar die ook slavinnen uit de christelijke landen in de aanbieding heeft. Hij vertelt dat hij een mooie blonde slavin voor een halve dag nodig heeft. De handelaar fronst zijn wenkbrauwen na dat vreemde verzoek en noemt vervolgens een veel te hoge prijs. Bijna betaalt Umar die zonder af te dingen. Net op tijd bedenkt hij dat zoiets achterdocht zou wekken.
            ‘Ik betaal de helft van wat je vraagt en dan nog alleen als ze naast haar eigen taal ook Arabisch spreekt,’ zegt hij.
            De slavenhandelaar twijfelt voor de vorm, maar stemt al snel toe. Hij leidt Umar naar een groepje meisjes. ‘Zoek er zelf maar een uit,’ zegt hij. ‘Je moet wel haar volledige waarde als onderpand betalen. Je krijgt het terug als je haar onbeschadigd terugbrengt.’
            Umar knikt enkel. Hij zwijgt tot de handelaar buiten gehoorsafstand is. ‘Wie van jullie spreekt Arabisch en kan iets in de taal van Léon schrijven?’ vraagt hij. ‘Dat laatste is het enige wat ik verlang. Wie met mij meegaat, zal ik belonen en met geen vinger aanraken.’
            Tot zijn opluchting reageert een van de meisjes meteen. ’s Avonds heeft hij het rolletje perkament met de boodschap die hij nodig heeft. Daarna kost het alleen nog een paar zilverstukken om die door een eunuch bij Eguskina te laten bezorgen. Kan Eguskina lezen? Zeker weet Umar dat niet, maar heel zijn gevoel zegt van wel. En anders is zij slim genoeg om een van de andere haremvrouwen in vertrouwen te nemen. Enkele daarvan zijn van edele komaf en komen uit Asturië en Navarra, waar men ongeveer dezelfde taal spreekt als in het koninkrijk Léon.   

                                                                   ~~~~
 
Nog een paar martelende dagen duurt het voordat Eguskina voor de eerste keer niet van de haremverblijven naar Abdullah’s slaapvertrekken gebracht wordt. Zo gauw de duisternis valt, verlaat Umar zijn post en sluipt naar binnen…
            De eunuch die de wacht houdt voor de ingang van de Eguskina’s slaapvertrek kijkt hem stomverbaasd aan, maar reageert niet. Hoe kan hij ook weten dat hij van een van Abdullah’s lijfwachten iets te duchten heeft? Een moment later zakt hij met een zucht ineen. Umar sleept hem de slaapkamer in. Hij trekt zijn kleren uit en wurmt de eunuch uit de zijne. Gelukkig heeft de man ongeveer zijn formaat. Hij loopt naar het bed van Eguskina, schudt haar voorzichtig wakker en legt een hand over haar mond om te voorkomen dat ze van schrik gaat schreeuwen. Eguskina wordt wakker. Volmaakt kalm kijkt ze hem aan. In het halfduister lijken haar groene ogen licht te geven.
            Iets raakt Umar op het achterhoofd. Voordat alles zwart wordt, ziet hij haar glimlach…
 
                                                                   ~~~~
  
Het water in de murenenvijver kolkt heftig en begint langzaam rossig te kleuren.
           ‘Eigenlijk heb ik wel met hem te doen,’ zegt Eguskina tegen de tolk die vlak achter haar staat en al haar woorden ijverig in het Arabisch herhaalt. Ze buigt zich voorover om het schouwspel daar beneden beter te kunnen zien en schudt daarbij haar rode lokken los.
           Umar heeft zich tot dan gedragen als een rechtgeaarde lijfwacht van de emir. Al is het vlees op zijn onderbenen tot op het bot weggevreten en al naderen de klikkende kaken van de murenen zijn edele delen, hij heeft nog geen kik gegeven. Maar als hij omhoogkijkt en de geamuseerde houding van Eguskina opmerkt, ontsnapt hem een dierlijke jammerklacht.
            Eguskina wendt zich tot de emir en kijkt hem verschrikt aan.
            ‘Wat is er?’ reageert Abdullah met een minzame glimlach. ‘Je hebt medelijden met de man die jou ontvoerde en je leven meer dan een keer in gevaar bracht?’
            ‘Nou ja, een klein beetje wel,’ reageert Eguskina. ‘Hij wilde me terugbrengen naar mijn dorp, waar enkel lompe boerenkinkels leven. Daar dacht hij mij een grote dienst mee te bewijzen. Tja, slim lijkt hij me niet te zijn. Hij vond het zielig dat ik me ’s nachts zo moet uitputten. Hij zag helemaal over het hoofd dat ik daar geen enkel probleem mee heb en dat ik overdag alle gelegenheid krijg om weer op krachten te komen.’
            Ze lacht nu hardop. Het geluid wordt door Umars gegil overstemd. Eguskina buigt zich naar Abdullah toe. Ze zorgt er voor dat Abdullah daarbij voluit van het uitzicht op haar boezem kan genieten.
            ‘Van het begin af aan deed hij precies wat ik wilde. Van mijn moeder erfde ik een paar vaardigheden die in de omgang met mannen hun diensten bewijzen.’
        ‘Een soort tovenarij misschien?’ oppert Abdullah, terwijl hij zijn ogen niet van haar borsten af kan houden. ‘Ik heb me laten vertellen dat de christenen geloven in iets dat ze wonderen noemen. Ik moet eerlijk toegeven dat jouw wonderlijke gaven ’s nachts meer dan voortreffelijk werken. Maar je gaat mij toch niet ook hier op die manier betoveren? Of toch?’ Zijn gezicht glimt van genoegen.
            Daar beneden is het intussen stil geworden. Eguskina’s schaterlach weerkaatst van het vijveroppervlak, waar enkel nog wat rossig schuim ronddrijft.
            ‘Oh nee, mijn Heer. Dat zou ik nooit durven.’
          Ze knipoogt naar de tolk, buigt zich over de emir heen en geeft hem een speels kneepje in de wang.
0 Opmerkingen

Frank Beckers - DRUKTE #4

9/8/2026

0 Opmerkingen

 
De extremist heeft het druk. De grote revolutie staat voor de deur. Hij moet betogen, protesteren,  opruien, provoceren, infiltreren, ondermijnen. Hij moet slogans spuiten, pamfletten verspreiden, colporteren, hij moet molotovcocktails maken, Hij moet de gevestigde orde uitdagen, de hoeders van de staat verjagen, straten en pleinen bezetten, de oproerpolitie bekogelen en het leger met brandbommen bestoken. Hij moet brandstichten, saboteren, amok maken, chaos creëren, afbreken, kapot maken en vernielen.

Hij zou ook wel eens iets willen opbouwen. Maar vooraleer hij constructief kan zijn, heeft de revolutionair het nu nog veel te druk met te revolteren en eerst alles af te breken.

0 Opmerkingen
<<Vorige
    Inhoudstafel fictie
    Oproep verhalen
    ​
    AI-gegenereerde fictie
    ​
    Schrijven in het AI-tijdperk
Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch