Out of this World
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch

Academie van Fantastiek

“Wie geen interesse heeft voor literaire fantastiek, trede hier niet binnen”

To AI or not to AI, that’s the question …

1/6/2026

2 Opmerkingen

 
Behalve dat de techniek in kwestie tot nu toe gefinancierd wordt vanuit een enorme investeringsbubbel, die niet lang kan blijven opzwellen en als hij klapt de wereldeconomie kan laten instorten,
Behalve dat deze technologie afhankelijk is van datacentra die elektriciteit verslinden en grote hoeveelheden water verbruiken, terwijl we om het klimaat te beschermen eigenlijk ons energieverbruik moeten verminderen,
Behalve dat voor deze technologie grote hoeveelheden teksten en afbeeldingen zijn gebruikt zonder dat de makers daarvoor toestemming hadden gegeven, tot zelfs via piraterij verkregen bestanden aan toe,
Behalve dat dezelfde technologie zorgt dat er minder banen en betaalde opdrachten zijn voor dezelfde kunstenaars en schrijvers, programmeurs en andere professionals,
Behalve dat niet van echt te onderscheiden beelden en teksten, gemaakt met behulp van deze technologie, door politieke partijen worden ingezet om twijfel te zaaien aan de wetenschap en aan te zetten tot geweld,
Behalve dat de techniek in handen is van grote techbedrijven, vaak gevestigd in de Verenigde Staten, die via deze weg censuur kunnen plegen en bijna onzichtbaar invloed kunnen uitoefenen op gebruikers in andere werelddelen,
Behalve dat door deze technologie gegenereerde teksten en afbeeldingen niet betrouwbaar zijn, vanwege de zogenoemde ‘hallucinaties’ en dus altijd gecontroleerd zullen moeten worden,
Behalve dat gebruikers van deze techniek minder hoog scoren op kritisch denkvermogen, en het gevaar lopen dat ze in de toekomst niet langer zelf informatie kunnen verzamelen en bronnen op hun betrouwbaarheid kunnen beoordelen,
Behalve dat deze techniek, die ertoe neigt mensen in hun overtuigingen te bevestigen, al meerdere gebruikers heeft geholpen bij het plegen van zelfmoord en tot hevige psychologische problemen en zelfs psychoses heeft geleid,
En behalve dat deze technologie mensen de illusie geeft van therapie, sociaal contact en zelfs romantische relaties, waardoor de toch al verontrustende eenzaamheid in onze maatschappij nog verder zal toenemen,
Waarom zou je als schrijver geen gebruik willen maken van AI?
Natuurlijk zal na de klap van de economische zeepbel de techniek zelf niet uit onze samenleving verdwijnen. Ik ben me ervan bewust dat AI in bijvoorbeeld de medische wetenschap bij analyse van grote datasets al tot grote doorbraken heeft geleid. Daarnaast kan ik me voorstellen dat we deze technologie zullen gebruiken voor routinematige werkzaamheden en tijdrovende klussen waar niet zoveel van afhangt. Eén instrument van vele, maar niet het wondermiddel waar zoveel mensen hun hoop op lijken te hebben gevestigd.
Dan pleit ik er nog steeds voor dat je als auteur niet je schrijven uitbesteedt aan een veredeld woordvoorspellingsalgoritme. De AI is getraind op al het geschreven materiaal dat op het internet te vinden is, goed en slecht, en heeft zelf geen taalgevoel. Wat het algoritme produceert, kan daarom nooit beter zijn dan de middenmaat. De schrijver die vertrouwt op AI, zal daar nooit boven uitstijgen. Dat kan alleen door zelf veel te lezen en zelf veel te schrijven, en je bij het schrijven bovendien steeds opnieuw uit te dagen. Bij het sporten neemt je conditie ook alleen toe als je steeds een rondje verder rent of steeds een paar seconden sneller. Wie veel schrijft, zal uiteindelijk bij het terugkijken op het eigen werk, kunnen concluderen dat die als auteur is gegroeid. Nu kan de schrijver verhalen op papier zetten die aan het begin van diens schrijfcarrière nog buiten diens bereik lagen. Je tiende boek zal beter zijn dan het eerste, mooier geschreven, maar ook verrassender van vorm, rijker van inhoud en diepgaander wat de personages betreft. Je zult namelijk steeds beter weten op welke kleine aspecten van het verhaal je invloed hebt. Vaak gaat het om één woordje op de juiste plek, een term met een dubbele betekenis, een subtiele verwijzing … Omdat je veel bewustere keuzes hebt gemaakt, zal je boek bovendien nog meer een expressie zijn van wie je bent als persoon. Dat alles is onmogelijk als je AI toepast om je teksten te genereren.
Bovendien is schrijven leuk. Waarom zou je dat ooit uit handen willen geven aan een apparaat? 

Johan Klein Haneveld
2 Opmerkingen

SF en religie

31/5/2026

0 Opmerkingen

 
Tijdens 9000Con 2026 gaf technologie-ondernemer Jan Vorstermans een presentatie over SF en religie aan de hand van de epische Dune-serie van Frank Herbert. De reeks bestaat uit zes boeken, waarvan het eerste deel in 1965 uitkwam. Frank Herbert won er in 1966 zowel de Nebula Award als de Hugo Award mee. Het boek staat bekend als het best verkochte sciencefictionboek aller tijden.

Herbekijk hier de dia's van de presentatie:
0 Opmerkingen

Johan Klein Haneveld praat over zijn recente uitgaven

18/4/2026

0 Opmerkingen

 
Isaac Asimov kreeg te horen dat het niet mogelijk zou zijn een detectiveverhaal te schrijven dat tot het SF- of het fantasygenre zou behoren. Dat zou namelijk niet eerlijk zijn voor de lezer. De detective zou kunnen zeggen: ‘Zoals je weet Watson, is sinds 2175, toen alle Spanjaarden Frans leerde spreken, het Spaans een dode taal. Hoe kon het dan dat Juan Lopez deze betekenisvolle uitspraak deed in het Spaans?’ Of de detective kon een apparaatje tevoorschijn halen en zeggen: ‘Zoals je weet, Watson, is mijn zak-frannistan perfect in staat om in een handomdraai het missende sieraad te vinden.’

Zelf dacht Asimov er anders over en hij schreef onder andere de roman De stalen holen, waarin de robot R. Daneel Olivaw zijn intrede deed. Talloze andere schrijvers uit het fantastische genre hebben laten zien dat de combinatie wel degelijk mogelijk is, zolang ze alle informatie over de andere wereld die nodig is om de zaak op te lossen, delen met de lezer.
​

Ik ben blij dat de critici van Asimov ongelijk hadden, want ik hou van zowel SF- en fantasyverhalen als van een goede detective. Vroeger las ik veel detectiveverhalen, van Arthur Conan Doyle, Agatha Christie, Doroty L. Sayers en G.K. Chesterton om er maar een paar te noemen.

Tegenwoordig kijk ik vooral samen met mijn vrouw detectiveseries. Maar het is heerlijk om alert te blijven op mogelijke aanwijzingen en pogingen om je als lezer of kijker om de tuin te leiden, en aan het eind te concluderen dat je het helemaal mis had – de oplossing van de detective is altijd verrassend. Bovendien houd ik van de detective als personage. Hij of zij heeft vaak oog voor details, neemt geen genoegen met koetjes en kalfjes maar gaat de diepte in en komt vaak in botsing met de autoriteiten. De speurder heeft in zijn of haar privéleven ook nog eens soms excentrieke hobby’s of andere bijzondere eigenschappen. Als een schrijver dat kan combineren met het ‘wat als’-aspect van SF en fantasy, dat wil zeggen: een verrassende consequentie voorschotelen van een hypothetische situatie, die samenvalt met het oplossen van het misdrijf, dan deel je als lezer in het beste van twee werelden.
Afbeelding
Afbeelding
Een bundel met detectiveverhalen van Nederlandse SF- en fantasyschrijvers was er nog niet en ik besloot die lacune te vullen. Daarom vroeg ik zestien auteurs om mee te werken aan een nieuwe bundel, Vreemde zaken & Fantastische speurders. Die is 28 maart verschenen bij Uitgeverij Macc! Ik denk dat zowel liefhebbers van SF, fantasy en horror, als detectivelezers, met deze bundel aan hun trekken komen. De verhalen gaan van de verdwijning van een trol tot aan een moord in de hel. Mijn eigen bijdrage, Het vermoorde ruimteschip, speelt zich af in de extreem verre toekomst, als de sterren gedoofd zijn en de zwarte gaten verdampen en de laatste resten van het intelligente leven in een armada door de uitgestrekte leegte zwerven. Ook in die tijd ver van ons verwijderd, zijn speurneuzen nodig …

Naar Vreemde zaken & Fantastische speurders hoef je geen spoor van aanwijzingen te volgen, je vindt hem gewoon bij de uitgever op
 
https://www.uitgeverijmacc.nl/product/vreemde-zaken-fantastische-speurders/ en kunt hem ook bij andere (online) boekwinkels bestellen.
Afbeelding
Afbeelding
Op 28 maart verscheen ook de alweer achtste editie van Verhalen Vertellers. Deze bundel van Uitgeverij Macc is een jaarlijkse traditie geworden. Elke keer staan er vooral verhalen in van de auteurs die publiceren bij Macc, maar ook andere schrijvers kunnen erin gepubliceerd worden. Verhalen in Verhalen Vertellers variëren van space opera tot gruwelijke horror, tot humoristische fantasy en alles daar tussenin. Voor elk wat wils. In deze nieuwste editie, Verhalen vertellers 8, staan wat meer horrorverhalen. Dit komt doordat de andere jaarlijkse verhalenbundel van Macc, Vampieren en demonen, volgend jaar niet doorging. De verhalen die daarvoor al waren ingezonden, lees je nu in Verhalen vertellers 8. Dat geldt bijvoorbeeld voor mijn verhaal Oude poliepen, een Anthonie Wander-mysterie waarin mijn terugkerende hoofdpersoon, die jullie kennen uit De handjeklapmachine gevraagd wordt naar Engeland te komen voor een zaak die te maken heeft met een van de eerste aquariumhouders … Maar voor wie niet van griezelen houdt is er genoeg anders moois, zoals twee Sergio-verhalen van Jaap Boekestein, en nog twee verhalen van mijn hand. Vanwege een groene huid is een SF-verhaal over een droge planeet, die ook nog eens snel om zijn as draait, waardoor het grootste deel van het oppervlak is gehuld in een eeuwige zandstorm. Een verongelukte menselijke reiziger ziet in het zand vreemde figuren. De kristallen toekomst is een verhaal waar ik heel trots op ben. Het is een eerbetoon aan een roman van J.G. Ballard, maar ik heb er een autobiografisch tintje aan gegeven.
 
Ik leverde niet alleen drie verhalen, maar mocht de andere verhalen ook redigeren en de volgorde bepalen waarin ze geplaatst werden, dus je kunt me vertrouwen als ik zeg dat de kwaliteit hoog ligt. Je kunt de bundel overal bestellen, dus ook bij de uitgever: https://www.uitgeverijmacc.nl/product/verhalen-vertellers-8-diverse-auteurs/
​
Afbeelding
Afbeelding
Dat ik van korte verhalen houd, zal ondertussen wel duidelijk zijn. Ik lees ze graag en ik schrijf ze graag. Als jij van mijn korte verhalen houdt (dat zou zo maar eens kunnen, in elk geval zul je ze zijn tegengekomen op Out of this World of in een van de bundels en tijdschriften die in ons taalgebied uitkomen) heb je misschien wel interesse in een verhalenbundel van mijn hand. In Ontsnappingspoging zijn 25 van mijn korte verhalen bijeengebracht, die eerst verschenen in Ganymedes-bundels, Fantastische Vertellingen, SF Terra en op Out of this World. De verhalen gaan over ontwikkelingen die in onze wereld al zichtbaar zijn. ​

Wat als bedrijven het voor consumenten onmogelijk maken reclameboodschappen te ontwijken? Wat als algoritmes de productie van kunst en cultuur van ons overnemen? Wat als mensen door ‘fake news’ waarheid niet langer van namaak kunnen onderscheiden? Welke ruimte is er in zo’n wereld nog voor individualiteit? Valt het ecosysteem te redden van de hebzucht van miljardairs? Dat soort vragen komen aan de orde, dus lekker actueel! Voor door de wol geverfde SF-lezers is het leuk dat sommige verhalen knipogen naar werk van bekende auteurs, zoals Isaac Asimov, Frederik Pohl, Olaf Stapledon en Stephen Baxter. Zelfs Edgar Allan Poe en Lovecraft leverden inspiratie. Ook mooi om te vermelden is dat het titelverhaal de EdgeZero-prijs heeft gewonnen. De cover van de bundel is van de hand van mijn goede vriend Cornell Göksu en past heel goed bij de sfeer van de verhalen, al zeg ik het zelf. Twee verhalen in deze bundel waar ik zelf heel trots op ben zijn Laatste klus – toevallig een combinatie van SF en detective – wat mijn eerste verhaal ooit was in jaarbundel Ganymedes (in 2015) en Ondergronds, waarin ik exploreer hoever kunstenaars bereid zijn te gaan om hun werk te beschermen tegen algoritmes. Waar ik eigenlijk benieuwd naar ben, is wat de lezers de beste verhalen vinden in deze bundel! Laat het me weten! Moet je daarvoor eerst mijn verhalen nog lezen, aarzel dan niet en bestel hem bij de (online) boekwinkel of bij de uitgever! https://www.uitgeverijmacc.nl/product/ontsnappingspoging-johan-klein-haneveld/

Johan Klein Haneveld
0 Opmerkingen

Miriam Ootjers over haar romans

9/4/2026

0 Opmerkingen

 
De andere kant

​Mijn man was dood, het huis, mijn leven en mijn lichaam voelden leeg. De dagen waren gevuld met werk, de avonden waren lang en donker. Mijn wereld was twee kittens, het enige waarvoor ik doorging. Ik kon mijn aandacht niet meer houden bij boeken of films. Mijn hoofd wilde bezig blijven, doen, denken. Tegelijk wilde ik niet in, maar uit mijn hoofd zijn.
Dus schoof ik achter het toetsenbord en begon te typen. Ik startte ergens halverwege, niet met het idee een boek te schrijven, maar om een scène uit mijn hoofd op papier zetten.
Gewoon, om te kijken of ik het kon. Een scène die niets te maken had met wat er in de afgelopen maanden gebeurd was – net zoals het meeste van wat ik schrijf daar niets mee te maken heeft. Het was niets belangrijks, het had geen filosofische inhoud, een moraal of een wijze les.
De scène werd een aantal bladzijden, een hoofdstuk, er kwamen hoofdstukken voor en na, en een maand later rammelde de printer iets uit dat veel weghad van een roman. Ietwat beschaamd – ik vond mijzelf absoluut geen schrijver – legde ik het ongelezen weg.
Een week of wat later pakte ik het van de plank – de avonden waren nog steeds donker en lang –, las het door en was verbaasd. Had ik dat geschreven?
Mijn toen nog twee katten keken elkaar aan en grijnsden een grijns die je alleen kunt zien als je weet hoe je moet kijken (inderdaad, niet 'waar', maar 'hoe'), rolden zich op de bank op tot één bal en doezelden weg.
Na een maand van schaven en slijpen, wat onderzoek naar historie en een goede spellingscheck lag er een manuscript.
'Over rouw en verlies!' zeiden vrienden stellig, zonder het gelezen te hebben.
Eh, nee. Niet echt. Ook niet over verwerken, niet over het leven als een weduwe, niet over woede en onmacht afreageren op de wereld. Ik ben geen 'verwerkingsschrijver'.
Het gaat wel over leven, als we dan toch een thema moeten kiezen dat een beetje in de buurt ligt. Maar daarmee is ook alles gezegd. Mijn fantasie was altijd al groot, mijn observatievermogen scherp. Als er iets is wat de aanleiding was tot het starten met schrijven, dan was het dat. Het stond al jaren in de startblokken, klaar voor de vrijheid. Met al die lange avonden was daar eindelijk tijd voor.
Afbeelding
Dat was het ontstaan van De andere kant. Een verhaal over keuzevrijheid en dromen, over deze wereld en de wereld die daarachter ligt. Een verhaal met een magisch realistisch tintje dat stevig geworteld is in de werkelijkheid, met herkenbare situaties en karakters, een verhaal dat een aantal belangrijke vragen stelt – zonder daar antwoord op te geven, sorry. Antwoorden zijn aan de lezer.
Waar de karakters, de situaties en het plot vandaan kwamen? Goede vraag ... Als ik het wist, ging ik er wat vaker naartoe, want het schijnt er te bruisen van inspiratie en je komt er vast boeiende wezens. Ik denk toch vooral het leven. Als je goed om je heen kijkt, goed luistert, niet alleen naar de mensen maar naar het bestaan in het algemeen, komen de karakters, werelden, situaties en een plot vanzelf.
 
Flaptekst De andere kant:

Door een blunderende engel, belast met het sturen van profetieën, gaat een voorspelling ruim twee millennia te vroeg de wereld in. De profetie brengt het Paradijs terug op aarde. Hij komt aan bij Frithus, een door Boven gezonden vredesbewaarder. In een poging zijn fout goed te maken, pakt de engel de profetie weer af en stuurt de voorspelling terug naar aarde, op zoek naar een nieuwe profeet.
 
De voorspelling duikt op in de huidige tijd bij de mensenschuwe Liam. Hij probeert te vluchten voor zijn taak, ondertussen opgejaagd door Frithus, die vindt dat niet de jongen, maar hij de profetie moet vervullen.
 
Ook Gideon en Holly, de vertegenwoordigers van goed en kwaad op aarde, krijgen lucht van de profetie. Met het vooruitzicht te worden teruggestuurd naar hun respectievelijke afdelingen als het Paradijs op aarde terugkeert, slaan ze de handen ineen om de profetie voor eens en altijd uit de wereld te helpen.
 
De andere kant maakt een vlucht door de geschiedenis op zoek naar de betekenis van keuzevrijheid, het belang van het stellen van vragen en de kracht van durven dromen.
​De dood en de vrouw
Afbeelding
De avonden waren wat minder lang (mijn man was, en is, nog steeds dood. Ik leef niet in een sprookjeswereld en helaas staat de wensput in de tuin al jaren droog), en het toetsenbord lag afwachtend op het bureau.
 
Een paar dagen na het afronden van De andere kant, startte ik met De Dood en de vrouw. Over verlies, over leven en tweede kansen. En over de Dood. Met een hoofdletter. De Dood met al zijn goede en minder goede kanten, zijn onhandigheid, zijn feilbaarheid, zijn empathie en liefde voor het leven. En dan is er ook nog iets over een zelfbenoemde heilige, Hoeders, iemand die een bom in elkaar knutselt en een opera.
Na een paar maanden voegde een tweede manuscript zich bij de eerste op de plank. Een verhaal dat, naar mijn mening, helemaal niet zo slecht is. Opnieuw keken twee katten elkaar grijnzend aan, de afdrukken van het toetsenbord nog op hun voetkussentjes.
 
Flaptekst van De dood en de vrouw:
 
Na een chaotisch ongeluk ziet de Dood de ziel van Arnwald over het hoofd. Achtervolgd door het trauma van het ongeluk en de vraag waarom de Dood hem niet heeft meegenomen, zwerft Arnwald eeuwen over de wereld. Hij ontwikkelt een verwrongen wereldbeeld, dat uiteindelijk resulteert in het idee dat hij op aarde is gezet om de mensheid te redden van zichzelf. Met een eigen beeld van wat goed en slecht is, wijdt hij zich aan zijn zelf opgelegde taak de mensheid te redden.
 
Eeuwen later geeft de Dood Sarah na haar vroegtijdige overlijden de kans langer op aarde te blijven als Hoeder. Ze krijgt de opdracht Thomas in de gaten te houden en te voorkomen dat hem iets overkomt. Als Sarah ziet dat Thomas bezig is met het voorbereiden van een aanslag, krijgt ze twijfels over haar taak. Lukt het Sarah haar opdracht te vervullen?
 
De dood en de vrouw verkent het schemergebied tussen goed en kwaad. Wat is het juiste als je moet kiezen tussen twee kwaden? 

Isolde en Anna
Afbeelding
Welja, waarom geen derde boek? Inmiddels was ik ook gestart met het schrijven van korte verhalen.  Om ideeën uit te werken, maar ook om mee te doen aan schrijfwedstrijden. Omdat het leuk is en uitdagend, en om meer naamsbekendheid te krijgen.
Ik legde mij onder meer toe op het herschrijven van sprookjes – waarom moet de wolf altijd de slechterik zijn ? – en had daar best aardigheid in. Uitgevers blijkbaar ook, want de verhalen werden opgenomen in bundels en magazines. Inmiddels schrijf ik in verschillende genres, van fantasy tot horror en thriller, met een enkel uitstapje naar roman (die vaak een magisch realistisch tintje krijgt).
 
Hoe het idee voor Isolde en Anna ontstond? Hoe de meeste ideeën ontstaan. Met een vraag. 'Wat als. 
..?' In dit geval '… je een denkbeeldige zus hebt die niet denkbeeldig is?' Met dat idee ben ik gaan schrijven, en zoals dat met al mijn verhalen gaat – het is voor mij vaak ook een verrassing waar het heengaat – kwam de rest van het verhaal vanzelf. Veel uit het leven – maar niet dat van mij specifiek – gegrepen, vervlochten met een beetje filosofie, een beetje dromen en een beetje werkelijkheid.
Een derde manuscript rolde uit de printer, en opnieuw keken twee katten elkaar ... Afijn, de rest laat zich raden.
 
Flaptekst van Isolde en Anna:
 
Sinds haar geboorte heeft Isolde een tweelingzus. Anna ziet er precies zo uit als Isolde: hetzelfde gezicht, hetzelfde haar, dezelfde kleding. Ze zijn altijd samen, maar alleen Isolde ziet Anna. Ze is als een schaduw die nooit Isoldes zijde verlaat. Naarmate beide meisjes ouder worden, blijkt dat ze niet zo identiek zijn als ze denken.
 
Gaandeweg verandert ook Anna's karakter. Ze wil leven zoals Isolde, maar kan dat niet. Anna reageert haar frustratie en onmacht af op Isolde en maakt haar leven tot een hel door Isolde alles te ontnemen wat haar dierbaar is.
 
Wanneer het Isolde te veel wordt, neemt ze een drastische maatregel in een laatste poging zich te verlossen van Anna. Tot Isoldes schrik blijft Anna ook na haar dood aan haar verbonden. Tot elkaar komen lijkt de enige oplossing., maar wil Anna dat wel?
Isolde en Anna verkent herkenbare thema's zoals verbondenheid, lotsbestemming, identiteit en afhankelijkheid. Wie ben je als je altijd in de schaduw van een ander leeft? Wat doe je als je wel je eigen weg wilt gaan, maar niet van elkaar los kan komen?

Groninger sagen en folklore, verteld en herverteld
Afbeelding
Kort daarna verloor ik één van de twee katten aan een auto. Mijn wereld stortte in – opnieuw – en de avonden werden weer lang en donker, maar ditmaal met gezelschap van de andere kat en ergens, als ik goed luisterde, gespin dat overal en nergens vandaan leek te komen. Het vierde verhaal strandde halverwege, in de kiem gesmoord door het leven.
 
Ik pakte de draad weer op, ditmaal met het schrijven en herschrijven van een aantal Groninger volksverhalen. Het ene verhaal het volksverhaal zoals het is overgeleverd – die overleveringen waren vaak kort en in dialect, waar ik een iets uitgebreidere versie van maakte in het Nederlands – en een hervertelde versie, waarin het perspectief van het bovennatuurlijke meer naar voren komt. Dat resulteerde in het boek Groninger sagen en folklore, verteld en herverteld, uitgegeven bij Uitgeverij Palmslag in Groningen. De eerste druk was vrij snel uitverkocht – een kleine oplage – en het boek kreeg een tweede druk, die inmiddels ook is uitverkocht (sorry).
 
Flaptekst van Groninger sagen en folklore, verteld en herverteld:
 
‘Loop door! Geen getreuzel nu. Ik ben niet bang voor de doden. De doden zijn verleden tijd. Het is de toekomst waar ik mij zorgen over maak.’
 
De provincie Groningen kent een rijke collectie sagen en folklore. Ze vertellen over ontmoetingen met het noodlot en verloren zielen, met weerwolven en onheilspellende paarden. Verhalen die soms meer vragen oproepen dan ze beantwoorden. In deze collectie zijn verschillende bekende en minder bekende verhalen opnieuw geschreven (verteld) op basis van boeken die aan het begin van de twintigste eeuw voor het eerst deze volksverhalen op schrift zetten. Maar de onverklaarbare verschijnselen vragen om meer. Miriam Ootjers heeft ze daarom herschreven (herverteld) vanuit het perspectief van de mysterieuze figuren die de vertellingen bevolken.
 
‘Volgens mij had ik mij nog niet voorgesteld. Ik ben het Noodlot. En jij bent mijn vrouw.

Drie manuscripten op de plank kregen gezelschap van aardig wat bundels en magazines met korte verhalen. Misschien dat dit een vleugje moed gaf. Toen er een online oproep van Godijn Publishing verscheen om manuscripten in te sturen voor het Boek10 project – dat jaar voor 25 boeken – besloot ik de manuscripten op te sturen. Met licht aandringen van kattenpootjes en zacht gespin in mijn oor, gingen de drie manuscripten naar de uitgever. Om uit te kiezen, niet om alles uit te geven. Een druk op de knop en ik kon niet meer terug.
Blijdschap alom toen ik een mailtje ontving met de mededeling dat ze alle gestuurde manuscripten wilden uitgeven.
En de kat staarde naar een punt naast zich en grijnsde.
 
De laatste dagen van Leon van 't Spaarne
Afbeelding
Ik legde mij een tijdje toe op het schrijven van korte verhalen, toen een oproep voor het schrijven van een Godijntje kwam – een novelle in de Boekenweek uitgegeven door Godijn Publishing. Daar was de kat, daar was het toetsenbord en daar was de uitdagend knipperende cursor op het witte scherm, klaar voor de start. Het werd De laatste dagen van Leon van 't Spaarne. Ditmaal kwam er iets meer van mijzelf en mijn ervaringen uit mijn vingers. Een hoofdpersoon die een teruggetrokken bestaan leidt en zich daar wel en niet schuldig over voelt, onbegrip van zijn omgeving om de reden voor zijn sociale onhandigheid. Misschien wilde ik gewoon een verhaal vertellen, misschien hoopte – en hoop – ik dat mensen het herkennen, en misschien, heel misschien, met dit verhaal mensen een hart onder de riem te steken.
Het verhaal besloot verschillende stijlen te verkennen, van doodserieus (pun intended) tot absurd, realistisch en filosofisch. Verschillende situaties komen uit mijn leven, andere (gelukkig) niet.
En de kat zwiept een keer met zijn staart, kijkt mij aan en grijnst.
 
Flaptekst van De laatste dagen van Leon van 't Spaarne:
 
Leon van 't Spaarne is stervende. Op zijn sterfbed heeft hij spijt van veel dingen: zijn teruggetrokken leven, het afkeren van mensen, het op anderen afreageren van zijn angst voor de dood. Een paar minuten voor de dood staat de Afgezant naast Leons bed en biedt hem een deal. Leon gaat akkoord.
Hij denkt onder zijn deel van de afspraak uit te komen door niemand te doden en op die manier eeuwen te leven. Zo eenvoudig komt hij er echter niet onderuit. Terwijl Leon zich door de dagen klungelt en ongewild ongeluk na ongeluk veroorzaakt, leert hij een aantal waardevolle lessen over het leven, over anderen, en vooral over zichzelf.
 
De laatste dagen van Leon van 't Spaarne is een licht absurd verhaal met een filosofisch tintje, een vleugje fantasie en een belangrijke boodschap.
0 Opmerkingen

Een introductie tot π-ku’s

13/3/2025

0 Opmerkingen

 
Afbeelding
Haiku’s zijn door onze lezers gekend. Maar wist je dat er ook π-ku’s bestaan?
Een basis π-ku gedicht (in het vervolg schrijf ik gemakshalve pi-ku) is een drieregelig gedicht, waarbij de eerste regel 3 lettergrepen, de tweede regel 1 lettergreep en de derde regel 4 lettergrepen telt. Het thema is vrij. De wiskundigen onder ons denken bij deze cijfers onmiddellijk aan de wiskundige constante pi, de verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel, en waarvan de decimale notatie met 3,14 begint. Niemand moet verbaasd zijn dat deze dichtvorm door wiskundigen is bedacht, weliswaar geïnspireerd door de haiku. Het schrijven van een pi-ku beschouw ik dan ook eerder als een reken- en taalspel, een puzzel dan als dichten. Het genre wordt niet wijdverspreid beoefend. De uitzondering valt op 14 maart, wanneer de nerds pi-dag vieren.
Pi is een irrationaal getal en heeft dus een oneindig aantal decimalen zonder herhaling.  Pi = 3,1415926535897.... De definitie van pi-ku kan bijgevolg veralgemeend worden naar een n-regelige pi-ku, waarbij elke regel evenveel lettergrepen telt als de overeenstemmende decimaal in de ontwikkeling van pi.
Zo bestaat een vijfregelige pi-ku uit 5 regels, waarbij de opeenvolgende regels respectievelijk 3, 1, 4, 1 en 5 lettergrepen tellen.
De uitdaging bestaat erin om steeds langere pi-ku’s te schrijven. Op een SF-café zouden we eens kunnen experimenteren met een pi-ku” à la cadavre exquis”: de aanwezigen werken samen aan een pi-ku waarbij iedereen om beurten een nieuwe regel toevoegt.
De ultieme pi-ku zal helaas nooit geschreven worden, het gedicht zou uit oneindig veel regels moeten bestaan.
Ik besluit met enkele pi-ku’s:
 
Wees niet bang,
mijn
robot bijt niet
 
De dino
zag
de meteoor
niet
 
Levend of
niet,
vraagt Schrödinger.
Kat
houdt haar adem in
 
Op pi-ku’s met thema SF/F kan je meer pi-ku’s lezen. Zoek pi-ku niet in Wikipedia, want zowel de Nederlandstalige als de Engelstalige versie van de online encyclopedie bevat momenteel nog geen artikel over dit concept. Wel kan je op sites van wiskundigen al eens een pi-ku vinden. Zo geeft de Amerikaanse wiskundelerares Sarah Carter meer informatie en een hele reeks, veelal wiskundige, voorbeelden op haar site https://mathequalslove.net/pi-ku-poetry-pi-day-poems/.
 
Frank Beckers
0 Opmerkingen

Martin Gardner (1914 - 2010)

21/10/2024

0 Opmerkingen

 
Afbeelding
Martin Gardner (Foto: Gathering 4 Gardner)
‘Het grootste geheim van mijn succes als columnist was dat ik niet veel over wiskunde wist’
​Martin Gardner
Op 21 oktober vieren puzzelliefhebbers wereldwijd Mind Day ter ere van Martin Gardner (21/10/1914 - 22/05/2010). De Amerikaanse schrijver en wetenschapspopularisator was mogelijk de populairste wiskundige van de tweede helft van de twintigste eeuw. Na de middelbare school had hij nochtans geen wiskunde meer gestudeerd. Via zijn maandelijkse column Mathematical Games in Scientific American wekte hij bij tal van lezers de interesse voor recreatieve wiskunde op. In totaal schreef hij meer dan honderd puzzelboeken en twee romans. Daarnaast was hij een vaste recensent voor The New York Review of Books.

Zijn moeder leerde hem al als kleuter lezen, terwijl ze hem The Wizard of Oz van L. Frank Baum voorlas. Daar hield hij een levenslange interesse in de wereld van Oz aan over. De volwassen Martin Gardner was in zijn tijd bovendien de gezaghebbende autoriteit over Lewis Carroll. Zijn bestverkochte boek is dan ook The Annotated Alice uit 1960, met een verkoop van meer dan een miljoen stuks. Behalve de teksten van Alice's Adventures in Wonderland (1865) en Through the Looking-Glass (1871) en de originele tekeningen van John Tenniel bevat het boek uitgebreide aantekeningen door Martin Gardner om de raadsels, woordspelingen, literaire verwijzingen en Victoriaanse tradities uit te leggen.
Zijn eerste publicatie op 15-jarige leeftijd was een goocheltruc, die hij later Gumball Clairvoyance noemde. Zijn leven lang bleef Martin Gardner publiceren over goochelen. Zijn laatste publicatie was eveneens een goocheltruc in het meinummer 2010 van Word Ways. Zijn Encyclopedia of Impromptu Magic (1978) bevat zomaar eventjes 1700 trucs die zonder veel voorbereiding met alledaagse voorwerpen kunnen uitgevoerd worden. Ook in de goochelwereld werd hij op handen gedragen.

Van 1977 tot 1986 had Martin Gardner de rubriek Puzzle Tale in Asimov's Science Fiction Magazine. Deze puzzels met een SF-verhaallijn werden later gebundeld in Science Fiction Puzzle Tales en Puzzles from other Worlds.

Behalve de meer dan honderd puzzelboeken, schreef Martin Gardner twee romans The Flight of Peter Fromm (1973) en Visitors from Oz: The Wild Adventures of Dorothy, the Scarecrow, and the Tin Woodman in the United States (1998). Zijn korte verhalen werden in The Incredible Dr. Matrix (1976), The Magic Numbers of Dr. Matrix (1985) en The No-Sided Professor and other tales of fantasy, humor, mystery, and philosophy (1987) verzameld. Zelf noemde hij zijn korte verhaal ’The No-Sided Professor’ zijn “bekendste sciencefictionverhaal”.
Martin Gardner was in 1976 een van de oprichters van CSICOP (Committee for the Scientific Investigation of Claims of the Paranormal), dat paranormale en pseudowetenschappelijke claims kritisch onderzoekt. Andere oprichters waren o.a. astronoom Carl Sagan, auteur Isaac Asimov en goochelaar James Randy.  Martin Gardners boek Fads and Fallacies in the Name of Science uit 1957 (in het Nederlands vertaald als Is dat nog wel wetenschap? en intussen aan zijn 90ste druk toe) was eerder al een baanbrekend werk voor de sceptische wereld.

Wie meer wil weten over Martin Gardners wereldbeeld en zijn filosofische, wetenschappelijke en religieuze opvattingen (hij studeerde wetenschapsfilosofie en hoorde bij The New Mysterians) moet The Whys of a Philosophical Scrivener uit 1983 lezen.

Vandaag zet de non-profitorganisatie Gathering 4 Gardner zijn werk voort met het organiseren van conferenties voor liefhebbers van recreatieve wiskunde, magie, illusies, puzzels, … Het is ook deze organisatie die 21 oktober tot Celebration of the Mind Day uitriep.

Meer info:
martin-gardner.org
www.gathering4gardner.org

Frank Beckers
 
Bronnen:
Farrell, Jeremiah en Farrell, Karen (2010), "80 Years of Gardner Magic," Word Ways: Vol. 43 : Iss. 3 , Article 5.
Gardner, Martin (1983), The Whys of a Philosophical Scrivener

Internetbronnen:
en.wikipedia.org/wiki/New_mysterianism
en.wikipedia.org/wiki/Martin_Gardner
martin-gardner.org
www.gathering4gardner.org


Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Inhoudstafel ​The Whys of a Philosophical Scrivener​
0 Opmerkingen

M.P. Shiel

2/10/2024

0 Opmerkingen

 
Afbeelding
M.P. Shiel
De Engelse auteur Matthew Phipps Shiell (1865-1947), die schreef als M.P. Shiel, werd geboren op het Caraïbische eiland Montserrat. Hij ging naar school op het eiland Barbados. In 1885 verhuisde hij naar Engeland, waar hij werkte als vertaler en leerkracht. Na een tijdje verschenen verhalen van zijn hand in bekende bladen zoals The Strand Magazine. Met zijn bundels Prince Zaleski (1895, een decadente versie van E.A. Poes detectiveverhalen – leuke sfeer, slappe plots) en het inhoudelijk veel sterkere Shapes in the Fire (1896, met kleppers zoals ‘Vaila’, ‘Xélush’ en ‘Tulsah’) vestigde hij zijn reputatie als Decadent.
Hij vergaarde – na twee quasi vergeten romans – nog meer roem met zijn in serievorm gepubliceerde pulproman The Empress of the Earth (1898). Het boek staat beter bekend als The Yellow Danger: The Story of the World’s Greatest War, de titel van de ingekorte boekversie uit 1899. De volledige titel beslaat liefst negentien woorden: The Yellow Danger; or, What Might Happen if the Division of the Chinese Empire Should Estrange All European Countries. We hebben hier te maken met een roman die inspeelde op een crisis die zich toen in China ontvouwde. Het ging om de “Scramble for Concessions”. Ten gevolge van de oorlog die het in 1895 van Japan had verloren, moest China de (economische) controle over strategische delen van het land overlaten aan het Britse Rijk, dat eerder de oorlog voor China had gefinancierd met zware leningen. Ook Rusland, Frankrijk en Duitsland kwamen tussen 1895 en 1898 met veel plezier in China “shoppen”.
Shiel deed het kunstje nog eens over in hetzelfde jaar met Contraband of War, dat gebaseerd was op actuele feiten in de oorlog tussen Spanje en de Verenigde Staten.
Op zijn zachtst gezegd zijn dit niet Shiels beste romans, en dat wist hij zelf ook wel. Hij werkte tegen een strakke deadline en zijn plot werd vanzelfsprekend mee bepaald door werkelijke gebeurtenissen.
Op zoek naar ander en beter kwam Shiel tussen 1899 en 1900 op de proppen met een heleboel ideeën voor drie los met elkaar verbonden romans, samen een zeer vroeg (het eerste?) voorbeeld van “future fiction”. Het laatste van die drie boeken, The Purple Cloud (1901), werd het eerst gepubliceerd. Het is grotendeels op dit boek, en veel minder op zijn ander werk (inclusief zijn korte verhalen), dat heden ten dage Shiels literaire reputatie rust. Auteurs als H.G Wells (1866-1946) en later H.P. Lovecraft (1890-1937) prezen deze roman de hemel in. En het moet gezegd, dit boek werkt hypnotiserend. Toch is het een frustrerend werk. Persoonlijk beschouw ik het als het boek waarmee ik het meest moeite had om het uit te lezen, maar waarvan ik toch het einde wilde weten.
The Purple Cloud is net zoals The Last Man (1826) van Mary Wollstonecraft Shelley (1797-1851) een apocalyptische toekomstroman waarin slechts één man (of toch heel weinig mensen) een ramp overleeft. Het boek – ik heb het nu over de door Shiel zelf herwerkte versie uit 1920, de vaakst herdrukte versie – begint sterk als een avonturenroman waarin een expeditie naar de Noordpool wordt ondernomen. Zowel geweld als bovennatuurlijke fenomenen doen zich voor. Shiels idool Edgar Allan Poe (1809-1849) deed eerder min of meer – toegegeven, misschien slechts een beetje – hetzelfde met een barre tocht naar de Zuidpool in zijn The Narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket (1838).
Maar na deze blitse opener – eens de purperen wolk dood en vernieling heeft gezaaid – volgen bladzijden en bladzijden vol lijken. Je wordt als lezer helemaal murw geslagen. Vrij vroeg in de roman is er nog wel een leuke bonus: de hoofdpersoon, Adam Jeffson, treft niemand minder dan auteur Arthur Machen (1863-1947) dood aan, gebogen over zijn laatste gedicht. (Shiel en Machen waren vrienden, dus maak je geen zorgen. Machen was bijvoorbeeld aanwezig bij Shiels bruiloft in 1898.) Shiel gaat tussen de lijkenschouwerij in het schijnbaar eindeloze middendeel van de roman in overdrive qua Decadentie (nog meer dan in zijn vroege korte verhalen). Zo trekt Jeffson weelderige Turkse kledij aan, kroont zich tot vorst en vindt er niets beter op dan zo’n beetje overal wereldsteden in brand te steken. Je zal maar de laatste man op aarde zijn! Enfin, pure “overkill” dus. Toch voel je als lezer op de een of andere manier: ondanks het plotmatige watertrappelen staat er beslist nog iets te gebeuren! De ontlading is dan ook groot als het boek daadwerkelijk een bevredigend einde kent.
Na dit hoogtepunt in Shiels oeuvre volgde heel wat eerder lichte romantische literatuur (o.a. The Weird o’ It uit 1902), soms geschreven met journalist en auteur Louis Tracy (1863-1928, publiceerde ook als Gordon Holmes en Robert Fraser) en verdere pogingen tot “actuele” romans zoals The Yellow Wave (1905, gebaseerd op de Russisch-Japanse oorlog die toen woedde) en The Dragon (1913, over de Chinese Revolutie van 1911-1912).
In 1914 werd Shiel veroordeeld tot zestien maanden effectieve gevangenisstraf omdat hij seks had met zijn stiefdochter, die slechts twaalf jaar oud was. Berouwvol kon je Shiel niet noemen. Bij zijn uitgever schaatste hij om de misdaad heen. Hij beweerde dat het meisje veel ouder was. Misschien mee omwille van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging dit nieuws – waarover nochtans bericht werd in minstens één krant – verloren. Jarenlang dacht men dat Shiel voor een financieel misdrijf de gevangenis in moest. Pas in 2008 werd duidelijk hoe de vork in de steel zat.
Later schreef Shiel enkele toneelstukken, hernam zijn vertaalwerk en schreef nog behoorlijk wat romans. Hij herwerkte ook zijn vroege boeken, zoals hierboven al kort werd aangegeven. Zijn tweede huwelijk (begonnen in 1919) strandde toen hij bovenmatige interesse vertoonde in de (heel) jonge dames in de familie van zijn echtgenote …
Een controversiële auteur dus, over wie veel te melden valt. Maar hadden we het hier niet over bovennatuurlijke literatuur en spookverhalen? Jazeker, en die schreef Shiel gedurende zijn hele carrière, meestal onder de vorm van korte verhalen, vaak in barokke stijl. Overigens herschreef Shiel zijn verhalen evenzeer als zijn romans. Taal en stijl werden dan meestal wat vereenvoudigd.
Zijn uitmuntende vroege werk bevatte niet alleen al vermelde vertellingen uit 1896 zoals ‘Vaila’ (een huis op een eiland dreigt ten onder te gaan; doet sterk denken aan Edgar Allan Poes ‘The Fall of the House of Usher’ uit 1839), het donkere fantasyverhaal ‘Tulsah’ (een man herhaalt een misdaad telkens als hij reïncarneert) en het horrorverhaal ‘Xélucha’ (verteller Merimée raakt aan de praat met een dode vrouw), maar ook het spookverhaal ‘The Spectre-Ship’ (eveneens uit 1896) en het wat pulpy ‘Huguenin’s Wife’ (1895, was de titulaire vrouw, intussen gestorven, wel ooit een mens?).
Zijn latere korte werk, waaronder ‘The Bride’ (1902, over jaloezie tussen zussen die ook rivalen in de liefde zijn), het spookverhaal ‘The Bell of St. Sépulcre’ (1911, over wraak), ‘The Pale Ape’ (1911, is het een mens of een aap?) en vooral ‘Dark Lot of One Saul’ (1912, gevangene valt op zee overboord na een storm, zinkt dieper en dieper …), is eveneens niet te versmaden.
Uitgeverij Coachwhip Publications bracht met Haunts & Horrors. Strange & Supernatural Fiction by M.P. Shiel in 2012 misschien wel de definitieve verzamelbundel uit, met Shiels beste korte werk. Toegegeven, beter nog is de Arkham House-uitgave Xélucha & Others (1975). Het boek bevat onder meer het bijzonder hoogstaande spookhuisverhaal ‘The House of Sounds’ (1911, doet aan een stilistisch vereenvoudigde versie van ‘Vaila’ denken). Ook het lange en qua stijl schitterende ‘Phorfor’ (1896) en het voor de verandering eens in sobere taal vertelde ‘The Primate of the Rose’ (1928, een verhaal over een geheim genootschap) zijn uitstekend. Maar voor dit fijne boek betaal je je tegenwoordig blauw …

Finn Audenaert
​
Uit ‘De gouden tijd van het spookverhaal in de Angelsaksische landen’, een essay in de spookverhalenbundel Bang voor spoken?, die in september 2024 verschijnt bij uitgeverij Poespa Producties (Gent). Deze bundel bevat verhalen, gedichten en essays van:
Bruno Lowagie - Karel Smolders - Finn Audenaert - Tais Teng - F.P.G. Camerman - Martine Pauwels - Ruben De Baerdemaeker - Guido Eekhaut - Laura Scheepers - Charles van Wettum - Frank Roger - Jaap Boekestein - Eveline van Dienst - Liesbeth Jochemsen - Luc Vos - Tim Therry - Sabina Nina Stepanovic / Rose N Storm - Luc Geeraert - Laura Scheepers - Mike Jansen - Marceline de Waard - Johan Klein Haneveld - Frank Beckers - Hervé Suys - Katrien Ricart - Isabelle Plomteux - Peter De Backer - Eddy C. Bertin en Brenda Bertin - Frank Beckers - Patrick Van de Wiele
samensteller: Finn Audenaert
coverillustratie: Felix Bosschaert, omslagontwerp: Johnny Bekaert
Meer info:
https://www.johnnybekaert.be/poespa-uitgaven-bang-voor-spoken.html
0 Opmerkingen

William Makepeace Thackeray

25/9/2024

0 Opmerkingen

 
Afbeelding
​William Makepeace Thackeray
William Makepeace Thackeray (1811-1863) werd geboren in Calcutta (in Brits-Indië), maar werd na het overlijden van zijn vader drie jaar later naar Engeland gestuurd. Als volwassene was Thackeray een, ahum, levensgenieter. Hij dronk, at en gokte veel. Zowat zijn hele erfenis ging op aan zijn liederlijke gewoontes. Zijn vrouw Isabelle leed sterk onder mentale problemen. (Wat wil je, met zo’n man, denk ik dan.) Thackeray reisde als journalist Europa rond om in het onderhoud van zijn gezin te voorzien.
Hij was vooral bekend als satirist. Zijn humor vinden we zeker terug in zijn bekendste werk, Vanity Fair. Pen and Pencil Sketches of English Society (1848), aanvankelijk in negentien delen gepubliceerd in de pers. De boekversie kreeg de meer betekenisvolle ondertitel A Novel Without a Hero. In deze roman volgen we de belevenissen van de arme maar op status beluste Rebecca “Becky” Sharp – een fantastische hoofdpersoon! – en de rijke maar brave Amelia “Emma” Sedley ten tijde van en na de Napoleontische Oorlogen.
Ook het eerder geschreven The Luck of Barry Lyndon (1844), over Ierse adel die deel wil uitmaken van de Engelse aristocratie, is bekend gebleven, mede dankzij de sterke verfilming Barry Lyndon (1975) door Stanley Kubrick (1928-1999).
Een van Thackerays verhalen die vaker in spookverhalenbundels opduikt, maar geen spook bevat – huh? – is ‘The Story of Mary Ancel’ (uitgegeven rond 1838), dat wel wat gruwelijke elementen bevat. Een gemenerik die “meneer kopje-eraf” Maximilien de Robespierre (1758-1794) persoonlijk kent, wil trouwen met Mary. De snoodaard neemt geen risico’s: hij gaat voor haar deur staan, met een guillotine plus beul naast zich. Een ondernemend kereltje! Als Mary nee zegt, moet haar vader eraan geloven. Dus zegt Mary maar ja – duidelijk het begin van een glorieus huwelijk, tjonge. De combinatie van (lichte) gruwel en ironie in dit verhaal is best de moeite waard, maar vraag me niet waarom het al eens als een spookverhaal wordt gecatalogeerd. Waarom ik het verhaal hier dan vermeld? Om je te waarschuwen, mijn beste!
Een leuk bijna-spookverhaal (met al dan niet echte spookverschijning) is ‘Bluebeard’s Ghost’ (1843). Met veel zwier vertelt Thackeray hoe het de laatste Mrs. Bluebeard vergaat na het overlijden van haar moorddadige man. Ze is nu een rijke vrouw, dankzij de erfenis, en wordt het hof gemaakt door zowel de jonge Mr Sly als Captain Blackbeard (geen familie van). Mr Sly wordt wanhopig en probeert tweemaal zelfmoord te plegen, zonder succes. Het lijkt op een duel tussen de rivalen uit te draaien, maar dan ontwaakt de Enige Echte Gevaarlijke Bluebeard uit zijn graf. Dit wordt heel lekker beschreven in het verhaal … Maar is alles wel wat het lijkt?
Thackeray heeft twee bijzonder entertainende verhalen rond de duivel op zijn actief: ‘The Devil’s Wager’ (1833) en ‘The Painter’s Bargain’ (1834). Deze zijn net zoals ‘The Story of Mary Ancel’ te vinden in Thackerays verhalenbundel Paris Sketch Book (1840). ‘The Devil’s Wager’ begint met een heerlijk dik aangezette, spokerige openingsparagraaf, die de toon zet. Je voelt dat Thackeray een beetje lacht met het genre. Moet kunnen! De ziel van Sir Rollo, die vastzit in het vagevuur, krijgt van zijn bewaker, de demon Mercurius, drie kansen om naar de hemel te gaan. Rollo moet op aarde iemand zien te overtuigen om voor hem te bidden. Eerst bezoekt hij zijn nicht, dan een monnik en ten slotte zijn boosaardige broer. Zal hij in zijn queeste slagen? Dit is een hilarisch verhaal, typisch Thackeray.
‘The Painter’s Bargain’ is al even grappig. Schilder Simon Gambouge en zijn vrouw raken aan lager wal. Simon vraagt zich tijdens het schilderen luidop af of hij zijn ziel niet beter aan de duivel zou verkopen. En kijk eens aan, daar schiet de Gehoornde uit de blaas met rode verf. Dat detail alleen al! Er wordt een contract opgesteld: zeven jaar wensvervulling in ruil voor Simons ziel. Een koopje dus, maar voor wie? Wat begint met een gratis etentje gaat over in diefstal, gevolgd door een partijtje gokken en het bedrog van een pandjeslener, allemaal op humoristische wijze verteld door de onnavolgbare Thackeray. Simon wordt alsmaar rijker, en als gevolg daarvan alsmaar godsvruchtiger. Zal zijn plan slagen om aan de duivel te ontkomen, door niemand minder dan de paus om te kopen? Of heeft Simon nog iets anders in gedachten?
In Thackerays bovennatuurlijke verhaal ‘The Notch on the Ax’ (1863) erft Harry Warrington een kleine, zilveren guillotine, die een inkeping in het blad heeft. Warrington wil per se weten hoe het precies zit met die inkeping. Hij snuistert in de familiegeschiedenis en stuit op een donker geheim. Duiken op in de loop van het verhaal: spoken (hoera!), hypnose, vrijmetselaars en nog veel meer om duimen en vingers bij af te likken. Thackeray imiteert met komisch effect de stijlen van verschillende populaire auteurs van die tijd. Zo is er een passage die Les Misérables (1862) van Victor Hugo (1802-1885) parodieert. Het genre van de “sensation novel” – toen nog een recente uitvinding van Wilkie Collins (1824-1889) – wordt machtig op de korrel genomen.
Wie van fantasy – met meer dan een snuifje satire! – houdt, kan trouwens ook bij William Thackeray terecht. Een eerder onverwacht genoegen, nietwaar? In zijn The Rose and the Ring (1854) volgen we de avonturen van twee nichten en twee neven van de koninklijke familie(s), in de landen Paflagonia en Crim Tartary. Krijgen een veeg uit de pan: de monarchie – of wat had je gedacht – en het instituut “huwelijk”. Maar dat allemaal dus in een leuke fantasysetting.
 
Finn Audenaert

Uit ‘De gouden tijd van het spookverhaal in de Angelsaksische landen’, een essay in de spookverhalenbundel Bang voor spoken?, die in september 2024 verschijnt bij uitgeverij Poespa Producties (Gent). Deze bundel bevat verhalen, gedichten en essays van:
​Uit ‘De gouden tijd van het spookverhaal in de Angelsaksische landen’, een essay in de spookverhalenbundel Bang voor spoken?, die in september 2024 verschijnt bij uitgeverij Poespa Producties (Gent). Deze bundel bevat verhalen, gedichten en essays van:
Bruno Lowagie - Karel Smolders - Finn Audenaert - Tais Teng - F.P.G. Camerman - Martine Pauwels - Ruben De Baerdemaeker - Guido Eekhaut - Laura Scheepers - Charles van Wettum - Frank Roger - Jaap Boekestein - Eveline van Dienst - Liesbeth Jochemsen - Luc Vos - Tim Therry - Sabina Nina Stepanovic / Rose N Storm - Luc Geeraert - Laura Scheepers - Mike Jansen - Marceline de Waard - Johan Klein Haneveld - Frank Beckers - Hervé Suys - Katrien Ricart - Isabelle Plomteux - Peter De Backer - Eddy C. Bertin en Brenda Bertin - Frank Beckers - Patrick Van de Wiele
samensteller: Finn Audenaert
coverillustratie: Felix Bosschaert, omslagontwerp: Johnny Bekaert
​Meer info:
https://www.johnnybekaert.be/poespa-uitgaven-bang-voor-spoken.html 
0 Opmerkingen

Marjorie Bowen

18/9/2024

0 Opmerkingen

 
Afbeelding
Marjorie Bowen
Margaret Gabrielle Vere Long (1885-1952, geboren Campbell) schreef als Marjorie Bowen. Onder die naam is ze onder andere bekend als auteur van spookverhalen en een aantal romans. Ze gebruikte ook de pseudoniemen George R. Preedy, Joseph Shearing, Robert Paye en John Winch, mogelijk daarnaast nog Evelyn Winch, E.M. Winch en Bertha Winch. Bovendien schreef ze enkele boeken onder eigen naam.

Bowen was de auteur van een heleboel historische romans (denk aan Sir Walter Scott, maar dan in een moderner jasje qua stijl, natuurlijk), misdaadromans (meestal gebaseerd op echte misdaden), toegankelijke geschiedkundige werken, biografieën en bovennatuurlijke verhalen. Haar productie was ongelofelijk groot: ze schreef meer dan honderdvijftig boeken. Zomaar een voorbeeld ter illustratie: in 1932 publiceerde ze een toneelstuk, een verhalenbundel en een roman onder de naam Marjorie Bowen, drie romans onder de naam George R. Preedy en telkens één roman als Joseph Shearing en John Winch. Acht stuks in een jaar!

Bowens alcoholische vader liet het gezin, bestaande uit Bowen, haar zus en haar moeder, snel in de steek. Hij werd later dood gevonden op straat. Hierdoor groeide Bowen in armoede op. Het gezin verhuisde vaak. Haar moeder was een would-be auteur, de meeste van haar moeders vrienden probeerden in de theaterwereld door te breken. Bowens moeder zou wispelturig en afstandelijk geweest zijn.

Bowen slaagde er ondanks de precaire financiële situatie in om in Parijs te gaan studeren. Op haar zestiende schreef ze haar eerste historische roman, The Viper of Milan (pas uitgegeven in 1906), met een gewelddadige plot gesitueerd in de middeleeuwen. Het boek werd door verschillende uitgevers geweigerd omdat het niet “betaamde” dat een vrouw zulke werken schreef. Toen de roman uiteindelijk gepubliceerd raakte, werd het boek een verkoopsucces. Daarna onderhield Bowen het gezin met haar schrijfwerk. Haar veeleisende en ondankbare moeder en zus gingen gretig met de inkomsten aan de haal. Bowen leed trouwens haar leven lang onder het feit dat haar moeder haar zus voortrok.

Bowen trouwde tweemaal. Haar eerste man, Zefferino Emilio Costanzo, was een Siciliaan die in Engeland leefde. Hij stierf aan tuberculose. Ze waren slechts vier jaar getrouwd. Bowen werd verliefd op de dokter die voor Zefferino zorgde, maar voordat de twee na het overlijden van Bowens echtgenoot een relatie konden opbouwen, raakte de dokter verlamd. Uiteindelijk hertrouwde ze met Arthur L. Long. Ze had vier kinderen, twee uit elk huwelijk. Een ervan stierf vroeg. Meer over haar leven lees je in The Debate Continues, Being the Autobiography of Marjorie Bowen (1939), geschreven onder haar eigen naam Margaret Campbell.

Belangrijk in haar bovennatuurlijk werk is de (destijds zeer goed ontvangen) “gothic” horrorroman Black Magic: A Tale of the Rise and Fall of the Antichrist (1909), over een middeleeuwse heks. Ook haar laatste, postuum gepubliceerde roman, The Man with the Scales (1954), bevat bovennatuurlijke elementen en doet denken aan het werk van de Duitse auteur E.T.A. (Ernst Theodor Amadeus) Hoffmann (1776-1822). Onder het pseudoniem George R. Preedy bracht Bowen de horrorroman The Devil Snar’d (1932) uit. Het jaar nadien werd deze roman voor het Verenigd Koninkrijk samengevoegd met een andere horrorroman van haar hand, Dr Chaos.

Haar donkere korte verhalen werden gebundeld in The Last Bouquet (1933), The Bishop of Hell (1949, heruitgegeven in 2006) en Kecksies and Other Twilight Tales (postuum verschenen in 1976). Bowen stelde ook horrorbundels samen met verhalen van anderen. Dit deed ze soms onder nog andere pseudoniemen dan die op de waslijst hierboven. Zo wordt bijvoorbeeld verondersteld dat de bundel The Great Weird Stories (1929), samengesteld door een zekere Arthur Neale, eigenlijk haar werk was. Great Tales of Horror (1933) en More Great Tales of Horror (1935) werden wel door haar onder de naam Marjorie Bowen samengesteld.

Recente verzamelbundels met haar eigen verhalen zijn Twilight and Other Supernatural Romances (1998) en Collected Twilight Stories (2010).

In Bowens werk zien we zowel vrouwen die gevangen zitten in een bepaalde situatie als vrouwen die zich met succes verzetten tegen de heersende zeden. (Dit laatste komt vaker voor in haar romans dan in haar korte verhalen.) Veel van haar verhalen zijn gesitueerd in het verleden. Dat mag niet verwonderen gezien zowel haar voorliefde voor historische romans als de aard van haar non-fictie. In haar verhalen zien we nog duidelijk de “gothic story”-elementen van honderdvijftig jaar eerder: ruïnes, dromen (vaker: nachtmerries) en oude vertellingen. ‘The Extraordinary Adventure of Mr. John Proudy’ (1919) en ‘The Bishop of Hell’(1949), die laatste met de onvergetelijke duivelse hoofdpersoon Hector Greatrix, zijn typevoorbeelden van geslaagde spookverhalen die drijven op de structuur en sfeer van de “gothic novel”. Denk bij het tweede verhaal aan The Monk: A Romance (1796) van Matthew Gregory Lewis (1775-1818) qua sfeer maar zeker ook qua thematiek.

Haar verhalen zitten wel eleganter in elkaar dan de doorsnee “gothic stories”. ‘The Crown Derby Plate’ (1931), een spookverhaal van hoog niveau, is tegelijk griezelig en hilarisch – geen makkelijke combinatie. Het verhaal begint met drie oude dames die over geesten en openbare verkopen praten. Een dame betreurt dat ze slechts één set porselein kon kopen op zo’n verkoop. Ze besluit nu, dertig jaar later, het huis te bezoeken waar het porselein vandaan komt. Daar ontmoet ze een vrouw die net die ene set mist … De spanning wordt meesterlijk opgedreven, dit terwijl het gegeven van de porseleinen set op zich natuurlijk ontzettend grappig is. ‘Elsie’s Lonely Afternoon’ (1933) is een bijzonder origineel spookverhaal. De verteller is een zesjarig meisje dat voor zowat alles gestraft wordt. Het enige dat ze wil, is de kast openen om eindelijk eens iets te kunnen eten. Er komen een aantal geesten op haar pad die haar dit verhinderen. Maar welke zijn echt en welke niet? Bowen bespeelt hier uitstekend de emoties van de lezer. In ‘Kecksies’ (1923, de titel is een dialectwoord voor “hemlock” ofwel “dolle kervel”) neemt een overledene wraak in een herberg terwijl buiten een storm woedt.

Bittere huwelijken worden goed uitgewerkt in drie wat klassiekere spookverhalen. In ‘The Scoured Silk’ (1919) hertrouwt een man van middelbare leeftijd met een jongedame. Zijn overleden echtgenote is het daar niet mee eens. ‘The Housekeeper’ (1919) is gesitueerd in het Londen van 1710. Een koppel trouwt, denkende dat de partner rijk is … maar dat blijkt niet zo te zijn. Ze voelen zich dus allebei bedrogen. Ook in ‘Florence Flannery – An Ornament in Regency Paste’ (1924) ontdekt een vrouw na haar bruiloft dat haar man niet rijk is. Ze vindt in zijn huis een inscriptie van haar naam met het jaartal 1500 ernaast.

Enkele decennia geleden was Bowens werk nog vrij bekend, nu is deze auteur echter onterecht vergeten. Meer van haar werk verdient herpublicatie.

Finn Audenaert
​
Uit ‘De gouden tijd van het spookverhaal in de Angelsaksische landen’, een essay in de spookverhalenbundel Bang voor spoken?, die in september 2024 verschijnt bij uitgeverij Poespa Producties (Gent). Deze bundel bevat verhalen, gedichten en essays van:
Bruno Lowagie - Karel Smolders - Finn Audenaert - Tais Teng - F.P.G. Camerman - Martine Pauwels - Ruben De Baerdemaeker - Guido Eekhaut - Laura Scheepers - Charles van Wettum - Frank Roger - Jaap Boekestein - Eveline van Dienst - Liesbeth Jochemsen - Luc Vos - Tim Therry - Sabina Nina Stepanovic / Rose N Storm - Luc Geeraert - Laura Scheepers - Mike Jansen - Marceline de Waard - Johan Klein Haneveld - Frank Beckers - Hervé Suys - Katrien Ricart - Isabelle Plomteux - Peter De Backer - Eddy C. Bertin en Brenda Bertin - Frank Beckers - Patrick Van de Wiele
samensteller: Finn Audenaert
coverillustratie: Felix Bosschaert, omslagontwerp: Johnny Bekaert
​Meer info:
https://www.johnnybekaert.be/poespa-uitgaven-bang-voor-spoken.html

0 Opmerkingen

Ella d’Arcy

12/9/2024

0 Opmerkingen

 
Afbeelding
Ella d'Arcy
De Londense Ella D’Arcy, of – even diep ademhalen – Constance Eleanor Mary Byrne D’Arcy (1857-1937), geboren in een Ierse familie, groeide op in onder andere Duitsland, Frankrijk en op het Kanaaleiland Jersey. Ze studeerde beeldende kunsten, maar schakelde – men vermoedt vanwege slecht zicht – over naar schrijven.
Haar bijnaam was “Goblin Ella”, omdat ze weinig contact hield met vrienden. Ze reisde namelijk ook als volwassene veel en verbleef langere tijd in Frankrijk, Spanje, Duitsland, Zwitserland en vooral de Kanaaleilanden – allemaal settings voor haar verhalen, trouwens. Plots stond ze dan bij haar vrienden aan de deur, geheel onverwacht.
Ze valt in haar (weinig omvangrijke) literaire werk op door haar psychologisch inzicht en haar aandacht voor de relaties tussen mensen, bijvoorbeeld (moeilijke) huwelijken. Zie bijvoorbeeld haar vertelling ‘The Marriage’ (1896), waarin een verleide, arme vrouw zich na haar huwelijk met een rijke man ontpopt tot een zelfzuchtige echtgenote.
Haar verhalen waren vrij hard en bevatten zwarte humor, die helaas niet altijd door critici zo ervaren werd. Ze bekritiseerde in haar werk vaak egoïstische mannen die vonden dat een echtgenote zich naar hun wil moest schikken. Het moet echter gezegd dat D’Arcy zelf door contemporaine critici werd beschouwd als iemand die weinig geduld of medelijden had met vrouwen, noch in haar literaire werk (zie opnieuw ‘The Marriage’), noch onder collega’s. D’Arcy schreef vooral korte verhalen, waaronder ook spookverhalen. Ze schreef grotendeels om den brode; ze leefde in vrij precaire omstandigheden – ondanks haar reizen.
Ze publiceerde onder meer in de Londense literaire bladen Temple Bar en The Yellow Book. Het tweede magazine, dat als hardcover (!) verscheen, bestond slechts van 1894 tot 1897 (13 nummers in totaal), maar had een voortreffelijke reputatie, o.a. door de uitgebreide aandacht voor beeldende kunsten, dankzij illustrator en auteur Aubrey Beardsley (1872-1898), en de keur aan hoog aangeschreven auteurs die aan het blad bijdroegen: Henry James (1843-1916), H.G. Wells (1866-1946), William Butler Yeats (1865-1939), Edith Nesbit (1858-1924) etc.
D’Arcy’s doorbraakverhaal ‘Irremediable’ (1894), over een ongelukkig huwelijk na een zomerse flirt, verscheen in het eerste nummer van The Yellow Book. Ze schreef niet alleen negen verhalen voor The Yellow Book, op basis van de kwaliteit van ‘Irremediable’ werd ze ook uitgenodigd als “subredacteur”. In die functie stond ze de Amerikaanse redacteur Henry Harland (1861-1905) bij. De titel van het magazine verwijst naar de Parijse gewoonte om boeken met expliciete inhoud (bv. boeken van de Decadents) een gele omslag te geven, als signaal aan de lezer. À rebours (1884) van Joris-Karl Huysmans (1848-1907) is hiervan een goed voorbeeld.
D’Arcy schreef daarnaast ook voor de populaire bladen All the Year Round, Argosy en Blackwood’s Magazine. Klinkende namen dus. Sommige van haar vroege inzendingen droegen overigens het pseudoniem Gilbert H. Page.
D’Arcy was occasioneel proeflezer voor uitgeverij The Bodley Head, dat The Yellow Book en romans uitgaf. (The Bodley Head zou later, in 1935, Penguin Books opstarten.) Zo bepaalde ze mee wat de uitgeverij op de markt bracht. Via John Lane (1854-1925) van The Bodley Head kon ze twee eigen verhalenbundels en een roman publiceren: de bundels Monochromes (1895, haar beste bundel) en Modern Instances (1898), en de roman The Bishop’s Dilemma (ook 1898).
Je zou denken op basis van het voorgaande dat D’Arcy, Harland en Lane een hecht team vormden, maar er zat vaak een haar in de boter tussen de drie belangrijke pionnen van The Yellow Book.
Toen The Yellow Book stopte, was D’Arcy er zo sterk mee verbonden, ook in de perceptie van anderen, dat ze op weinig andere plekken nog aan bod kwam. Ze begon bovendien aan writer’s block te lijden. Veel later, in 1924, vertaalde D’Arcy nog Ariel, André Maurois’ (1885-1967) Franse biografie van Percy Bysshe Shelley (1792-1822), naar het Engels. Haar biografie van Arthur Rimbaud (1854-1891), geschreven in 1930, kreeg ze helaas niet gepubliceerd. Ze leefde een lange periode in Parijs, op gevorderde leeftijd.
Twee uitstekende (spook)verhalen van D’Arcy wil je beslist niet missen: ‘The Pleasure Pilgrim’ (1895) en ‘The Villa Lucienne’ (1896). In beide vertellingen gaat het om rijkelui die met spoken te maken krijgen. Ook de elite heeft zo haar spectrale zorgen!
‘The Pleasure Pilgrim’ (verschenen in The Yellow Book en D’Arcy’s bundel Monochromes) doet nogal denken aan de novelle Daisy Miller (1879) van Henry James (1843-1916). Het verhaal focust op de verschillen tussen Britten en Amerikanen; de Britten komen er nogal bekaaid vanaf. Je zou kunnen zeggen dat het (veronderstelde?) spookelement bijkomstig is hier … en toch. Het hangt er maar vanaf hoe je (de onzekerheid op) het einde interpreteert. De setting is Schloss Altenau, een Duits kasteel waar toeristen verblijven. De auteur Mr Campbell, een naïeve Britse jongeman, wordt verliefd op Lulie Thayer, een vrijgevochten Amerikaanse vrouw. Hij kan niet geloven dat ze echt van hem houdt. En is ze nog wel maagd en onschuldig, wil de Brit weten. De kerel gelooft enkel in “de passieve liefde van een vrouw”. Een windbuil dus, die vent. Om haar liefde aan hem te bewijzen wil Lulie zichzelf neerschieten … met de goedkeuring van Campbell! Doet ze het? Veel gekker moet het in elk geval niet worden. Het slot van het verhaal werd in die tijd als behoorlijk schokkend ervaren. Persoonlijk vind ik de interpretatie van ‘The Pleasure Pilgrim’ als een soort spookverhaal nogal overdreven, maar ja … Het is zeker een sterk verhaal. ‘The Pleasure Pilgrim’ – mooie titel, trouwens – zegt in elk geval zinnige dingen over de angst van mannen voor (sterke) vrouwelijke seksualiteit.
Het sfeervolle en ambivalente ‘The Villa Lucienne’ mengt een spookhuisverhaal met de legende van Pan. Het is aan de lezer om te beslissen of de oude dame in het huis en de tuinier bovennatuurlijke figuren zijn of niet …
In haar verhalen ‘Poor Cousin Louis’ (1894), dat in een heerlijke horrorsfeertje baadt, en het vervolg erop, ‘An Engagement’ (1896), maakte D’Arcy gebruik van het bijgeloof en bovennatuurlijke elementen uit de folklore van haar setting, de Kanaaleilanden, om haar plot mee aan te sturen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het rode haar van een dienstmeid, dat op een afkomst van zowel Satan als Judas – allemaal één pot nat! – zou wijzen, en er zo de schrik goed injaagt bij de hoofdpersoon. In verhalen zoals het vroege ‘The Elegie’ (1891) en het late ‘An Enchanted Princess’ (1910, haar laatst gepubliceerde verhaal) kwamen dan weer sprookjeselementen aan bod.
Ella D’Arcy was lang een compleet vergeten auteur, mede omwille van haar bescheidenheid wat haar rol bij The Yellow Book betrof. De laatste jaren is echter vrij veel van haar werk geanalyseerd, vaak vanuit invalshoeken zoals feminisme, man-vrouwrelaties en humor als narratieve strategie.
 
Finn Audenaert
​
Uit ‘De gouden tijd van het spookverhaal in de Angelsaksische landen’, een essay in de spookverhalenbundel Bang voor spoken?, die in september 2024 verschijnt bij uitgeverij Poespa Producties (Gent). Deze bundel bevat verhalen, gedichten en essays van:
Bruno Lowagie - Karel Smolders - Finn Audenaert - Tais Teng - F.P.G. Camerman - Martine Pauwels - Ruben De Baerdemaeker - Guido Eekhaut - Laura Scheepers - Charles van Wettum - Frank Roger - Jaap Boekestein - Eveline van Dienst - Liesbeth Jochemsen - Luc Vos - Tim Therry - Sabina Nina Stepanovic / Rose N Storm - Luc Geeraert - Laura Scheepers - Mike Jansen - Marceline de Waard - Johan Klein Haneveld - Frank Beckers - Hervé Suys - Katrien Ricart - Isabelle Plomteux - Peter De Backer - Eddy C. Bertin en Brenda Bertin - Frank Beckers - Patrick Van de Wiele
samensteller: Finn Audenaert
coverillustratie: Felix Bosschaert, omslagontwerp: Johnny Bekaert
Meer info:
https://www.johnnybekaert.be/poespa-uitgaven-bang-voor-spoken.html
0 Opmerkingen
<<Vorige
Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Home
  • FICTION
  • Interviews
  • Agenda
  • BOOKS
  • FILMS
  • MUSIC
  • COMICS
  • Van deze wereld
  • Academie van fantastiek
  • Reel van de Fantastische Unie
  • SF-Cafes
  • Niet van deze wereld
  • EC Bertin
    • EDDY C. BERTIN✝
    • Eerbetoon
  • Alfons Maes✝
  • Wie we zijn
  • Get In Touch